Gehandicapten moeten op hun qui-vive blijven

Gehandicapten moeten op hun qui-vive blijven

De nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning is door de Kamer verbeterd, maar er is een verslechtering aan voorafgegaan. Her-indicatie heeft velen beroofd van nodige hulp. Die moet terug, maar of dat gebeurt is zeer de vraag. 

In: Trouw - Podium, woensdag 1 februari 2006

De Kamer is het gelukt bij de behandeling van de WMO (Wet maatschappelijke ondersteuning) bij staatssecretaris Ross een compensatieplicht af te dwingen. Dit is de plicht voor gemeenten om mensen met een beperking te helpen een zelfstandig leven te leiden. De wijziging lijkt een sterke verbetering ten opzichte van het eerdere wetsvoorstel, maar er zit een flinke adder onder het gras.
Omdat de nieuwe wet tevens een bezuiniging inhoudt, waren voor de wetswijziging patiëntenorganisaties terecht bang dat ouderen, gehandicapten en chronisch zieken overgeleverd zouden worden aan de willekeur van gemeenten. Het recht op AWBZ-zorg zou immers verdwijnen. Deze angst wordt onderbouwd door ervaringen met de WVG (Wet voorzieningen gehandicapten), die sinds negen jaar door de gemeenten wordt verzorgd en nu op zal gaan in de WMO. Onder deze wet was het mogelijk dat iemand uit Vlissingen na de aanvraag voor een tegemoetkoming voor een verhoogd toilet slechts een week, en iemand uit Den Haag twee jaar moest wachten.
Naast WVG-voorzieningen zullen ook huishoudelijke zorg en op termijn ondersteunende begeleiding, zaken die nu nog uit de AWBZ worden vergoed, via de WMO overgeheveld worden naar de gemeente. Terecht is de Kamer bang dat daar flink in gesneden zal worden, maar opvallend is dat ze voorbijgaat aan het feit dát er sinds 1 januari 2005 al een flinke AWBZ-bezuiniging in gang is gezet. Hierdoor zijn velen al vóór de invoering van de WMO een groot deel van hun zorg kwijt.
Tot 1 januari 2005 waren er 80 regionale indicatie-organen die indiceerden voor de AWBZ-zorg (zoals verpleeghuis, psychiatrische zorg, thuiszorg en het persoonsgebonden budget) Op die datum zijn deze organen opgeheven, en wordt de indicatie gecentraliseerd bij het CIZ (Centrum indicatiestelling zorg). Deze operatie, die haaks staat op het oogmerk om zorg zo dicht mogelijk bij de patiënt te regelen, is gepaard gegaan met een flinke aanscherping van de toegang tot de AWBZ. Velen van degenen die in 2005 zijn geher-indiceerd, zijn een kwart tot de helft van hun zorg kwijt. Dit geldt zowel voor huishoudelijke zorg, ondersteunende begeleiding, verpleging en persoonlijke verzorging.
Het CIZ heeft voor 2006 voor iedereen die nu nog het oude, ruimere budget heeft, versneld een her-indicatie volgens de strengere selectie-eisen afgekondigd. Tegen de tijd dat in januari 2007 de WMO ingaat, zullen velen hun huishoudelijke zorg en begeleidende ondersteuning reeds kwijt zijn. Zo krijgt een gezin met een chronisch zieke moeder geen huishoudelijke verzorging meer, wanneer haar partner nog gezond is. Oók als deze partner fulltime werkt en 's avonds en 's nachts de persoonlijke verzorging van zijn vrouw doet.
Van de mantelzorgers dreigt 75procent af en toe overspannen te worden. Wanneer zij nog meer op hun schouders moeten nemen, zal dit zeker verslechteren. Van het gezin wordt verwacht dat zij op eigen kosten gebruikmaken van een voorziening als 'tafeltje dek je'.
Een alleenstaande bejaarde met MS krijgt nog wel huishoudelijke verzorging, maar beperkt: ,,Drie warme maaltijden per week is genoeg.“ Ondersteunende begeleiding om maatschappelijk actief te blijven is voor velen volledig afgeschaft.
Nog schrijnender is het lot van mensen die terminale zorg krijgen. Na zes weken houdt dit tegenwoordig op. Het tijdstip van overlijden is echter moeilijk van tevoren in te schatten, zodat sommigen op het laatst alsnog moeten verkassen naar een verpleeghuis. Voor een aantal is de reis te zwaar en zij overlijden niet lang na aankomst.
Staatssecretaris Ross heeft als credo het nemen van eigen verantwoordelijkheid. Maar zij moet zich goed realiseren tegen welke groep ze het heeft. Ouderen en chronisch zieken hebben vroeger vaak hard gewerkt, decennialang premie AWBZ afgedragen, en werken er samen met hun mantelzorgers keihard aan om hun leven op de rails te houden. Zij weten, omdat zij maatschappelijk zo lang actief zijn geweest, heel goed dat we zuinig met gemeenschapsgeld om moeten gaan. Maar zij willen dat dit rechtvaardig, redelijk en zonder de soms als vernederend ervaren loze retoriek gebeurt. Nu er binnenkort opnieuw een bureaucratische omslag zal plaatsvinden, waarbij er mogelijk taken van de pas ingestelde CIZ weer overgedragen worden naar de regio, vragen patiënten zich bovendien af welk geld bij de bureaucratie en welk geld bij de patiënt zelf terechtkomt. Omdat door de recente AWBZ-bezuinigingen hun handicap momenteel allang niet meer wordt gecompenseerd, vragen zij zich ook af of de nu afgedwongen compensatieplicht geen farce is.

Carla Rus, psychiater en dystrofie patiënt

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.