Tagarchief: Wat waren wij soms vreselijk onbarmhartig

Wat waren wij soms vreselijk onbarmhartig

Wat waren wij toch onbarmhartig

Column naar aanleiding van het essay van Andrea Bosman, redacteur Letter & Geest. Mei 2010.

In: Trouw mei 2010

Met grote belangstelling heb ik het artikel gelezen van Andrea Bosman: 'Duitse verhalen waar niemand naar vroeg'. Haar verhaal is niet slechts een persoonlijke expeditie om de flarden jeugdherinneringen uit de oorlog van Bosmans Duitse moeder tot een chronologisch verhaal te smeden: haar verhaal overstijgt het particuliere. Het toont aan dat de Tweede Wereldoorlog zo veelsoortige slachtoffers heeft gemaakt. Ook onder gewone Duitsers die niet om deze oorlog hadden gevraagd en er ook door zijn getraumatiseerd, maar die nadien 'geen recht hadden op hun traumatisering'. De moeder van Bosman moest, toen ze in de zestiger jaren met haar Hollandse geliefde trouwde, haar Duitse nationaliteit afzweren. Het moet moeilijk voor haar zijn geweest om een belangrijk deel van haar identiteit op te moeten geven: een stuk identiteit waar ze zich dus blijkbaar voor moest schamen.
Wat waren wij na de oorlog af en toe toch verschrikkelijk onbarmhartig voor sommige mensen. Zoals ook voor de kinderen van NSB'ers die vaak verschrikkelijk werden gepest, terwijl ze er niets aan konden doen dat hun vader lid van de NSB was geweest.
Ik vind het mooi dat de tijd nu rijp is dat we weer open kunnen staan voor elkaars verhalen. Het verhaal van Bosman getuigt van re-ligie: het opnieuw verbinding met elkaar maken. Hollanders kunnen weer goede vrienden zijn met Duitsers, want gelukkig genezen de meeste wonden toch.

Carla Rus, psychiater en dochter van een verzetsstrijder in de oorlog, moeder van twee zonen van wie de beste vriend een Duitse jongen is.