Tagarchief: jongeren op drift

Debatartikel Wegkwijnen in ontheemding

Debatartikel 'Wegkwijnen in ontheemding'

Door Carla Rus

In: Maandblad voor de geestelijke volksgezondheid (MGV), december 2010.

In zijn uitstekende artikel onderscheidt Edrisi verschillende klinische vormen waarin bij migranten het heimweecomplex zich kan voordoen, en geeft hij aanwijzingen voor therapeutische interventies. Het verheugt mij dat hij hierbij ook de systemische interventies aanprijst. Dit is in mijn optiek namelijk niet alleen goed voor de migrant zelf, maar ook voor haar of zijn kinderen.
De chronische ontregeling waaraan de volwassen migrant lijdt door de tertiaire separatie- individuatie (primair: bij de geboorte; secundair: bij de adolescentie; tertiair: na migratie), kan namelijk op verschillende manieren overgedragen worden op zijn of haar kinderen. De tegenafhankelijk afweer (ten opzichte van het geboorteland) die je nogal eens bij vluchtelingen ziet, kan ertoe leiden dat de vluchteling zijn of haar kinderen op soms wel erg fanatieke wijze aanzet tot het leveren van grote schoolprestaties, ten einde het kind 'perfect' te laten integreren. Wanneer het kind deze prestatiedruk aankan is er - tot de puberteit - niet veel aan de hand , maar het kan ook tot faalangst en depressieve reacties leiden.
Vaker nog heb ik tijdens mijn werk als psychiater in de Schilderswijk te Den Haag in de jaren negentig kinderen gezien bij wie de ontregeling overgedragen wordt door ouders,  met wat Edrisi latente heimwee noemt. Veelal moeders die niet geheel vrijwillig in Nederland terecht zijn gekomen, zoals door uithuwelijking, en hun emotionele holding met vertrouwde gehechtheidsobjecten in het land van herkomst node missen. Ze zijn door deze ontworteling nogal eens depressief en vluchten in troost-eten en psychosomatische klachten. Hun kinderen lopen in dat geval niet alleen het risico onderworpen te worden aan een overbeschermende of restrictieve ouderschapstijl, zoals Edrisi stelt, maar ook aan een houding van laissez-faire. Niet dat die moeders niet van hun kinderen houden, maar door hun emotionele verdoving zijn zij niet altijd in staat sensitief en adequaat op de angsten van het zich ontwikkelende kind te reageren. Dit wordt nodig geacht om die angsten te leren beheersen en aldus een veilige gehechtheidstijl te ontwikkelen. Wanneer jongens (soms al vanaf een jaar of vijf!) hun emotionele holding dan maar in de straatcultuur gaan zoeken en hun vaders proberen door lichamelijke straf hun zonen alsnog op het rechte pad te houden, zijn de rapen echt gaar. In het land van herkomst zijn er buiten op straat meestal wel enige tantes, ooms of buren te vinden die medeopvoeder zijn. Maar in Nederland ontbreekt deze 'grootfamilie' en wordt op straat de (onbedoelde) verwaarlozing voortgezet, waarbij de kleinere jongens vaak ook nog eens geïntimideerd worden door de grotere.

Buurten bij sociologen
Door deze mix van verwaarlozing, mishandeling en intimidatie lopen deze jongens de kans een onveilige, gedesorganiseerde gehechtheidstijl te ontwikkelen. Dit type gehechtheidstijl kan leiden tot een antisociale persoonlijkheid (C. Rus in Tijdschrift voor Humanistiek, 2006, 99-110). De onverwerkte rouw en acculturatiestress van de thuis op de bank zittende ouders, wordt aldus door hun zonen uitgeleefd in de openbare ruimte.
Mooie familiegeschiedenissen heb ik óók voor mijn ogen zien voltrekken, zoals ouders die aan de leiband van hun kinderen - veelal dochters, maar soms ook hun zonen - de Nederlandse samenleving beter leren kennen en daardoor beter integreren en gelukkiger/ tevredener worden (C. Rus in De Humanist, 2007, 25-27)).
Ik ben het eens met Edrisi dat er nauwelijks psychologisch onderzoek en literatuur ter beschikking is op het gebied van heimwee bij migranten. Maar als wij gaan buurten bij de sociologen, komen wij daar veel moois en leerzaams tegen. Zo heeft Trees Pels van het Jonker-Verwey instituut veel onderzoek gedaan naar migranten (Opvoeding in Marokkaanse gezinnen in Nederland. De creatie van een nieuw bestaan. Van Gorcum, 1998; Respect van twee kanten. Van Gorcum, 2003), en staan er ook in het boek 'Het land van aankomst' van Paul Scheffer (Amsterdam, 2006) zinnige passages waar wij ons voordeel mee kunnen doen.
Ik ben ervan overtuigd dat wanneer we de verschillende gedaanten van het heimweecomplex beter leren onderkennen en beter leren behandelen (en hier geeft Edrisi zinnige adviezen voor) we niet alleen de migranten, maar ook hun kinderen en eigenlijk de hele Nederlandse samenleving helpen.