Tagarchief: Frictie tussen cultuur thuis en de cultuur van de samenleving

Over schuring en scheuren tussen de cultuur achter de voordeur en die daarbuiten. Over jongeren die in de diepe scheuren vallen en scheldend en schoppend verloren dreigen te gaan.

Puberbrein en jihad

De rattenvangers van IS: Puberbrein en jihad

De Syriëgangers zijn meestal adolescenten. In deze blog onderzoek ik op welke manier puberbrein en jihad samenhangen.

Wij behoren als mens tot de zoogdieren die in groepen leven. Wij hebben een groep nodig waarin wij worden geaccepteerd en ons veilig voelen. Een groep met een hechte groepscohesie. Uitgesloten worden van je groep, is een van de ergste dingen die je kan overkomen. Psychiater Jaen-Paul Selten toonde aan dat dit zelfs tot een veel grotere kans op schizofrenie leidt.
Alle mensen hebben een groep nodig, maar bij adolescenten spelen nog een aantal andere factoren mee waardoor zij in hun zoektocht naar identiteit tot een specífieke groep willen behoren. Wij kennen allemaal de voor ons niet bedreigende groepen zoals de skaters.
Door bij een bepaalde groep te horen, kunnen pubers zich onderscheiden van mensen uit andere groepen. Inherent hieraan is een zekere mate van isolatie ten op zichte van de rest van de mensen. Ook kunnen zij zich als groep beter afzetten tegen hun ouders of de wereld van de volwassenen in het algemeen. Dit is nodig voor de seperatie-individuatie fase waarin adolescenten zitten; een fase die in onze geïndividualiseerde samenleving nodig is om een zelfstandig denkend en voelend individu te worden.

Principieël en puber
Pubers en adolescenten zijn vaak principieël, hebben grote idealen en een groot rechtvaardigheidsgevoel. Omdat zij nog weinig ervaring met het leven hebben en een nog niet uitgegroeide neocortex (puberbrein) – waardoor ze de effecten van hun daden in de toekomst nog niet goed kunnen overzien – kunnen hun principe’s soms rechtlijnig zijn. Van hypocrisie zul je de meeste pubers niet snel kunnen verdenken!
Als zij zich aangetrokken voelen tot een bepaalde groep, spelen hierbij vaak rolmodellen en/of idolen een rol. Die geven richting en houvast. Als zij zich hiermee identificeren, zullen ook zij ‘iemand worden die gezien wordt’. Iets wat een onzekere puber nodig heeft.
Verder zijn pubers vaak vol energie en soms echte thrill seekers, waarbij de ‘volwassen wereld’ als boring wordt ervaren.

Gebrek aan idealen
Ik beschouw de kritische, principiële puber als een zegen voor onze samenleving. Er is genoeg in onze samenleving waar je je als puber flink tegen af kunt zetten. Want wanneer we bezien hoe onrechtvaardig en hypocritisch onze samenleving vaak wel niet is, is enige rechttoe rechtaan kritiek zeker op zijn plaats.
Want waar zijn in deze eeuw onze idealen gebleven? Waarom verloopt de broodnodige vergroening van onze aarde zo traag? Waarom is de God Mannon altijd leidend en is er een toenemend verschil tussen arm en rijk? Waarom heeft secularisering en individualisering niet alleen tot vrijheid maar ook tot zoveel egocentrisme geleid? Waarom staan we als maatschappij toe dat financiële instellingen – die als roofvogels boven ons hangen – af en toe een diepe duik maken om van gewone, arme mensen te pikken? Waar is de energie gebleven om écht voor iets te gaan, niet alleen voor onszelf, maar ook voor anderen? Waarom zijn motieven om een vreemde mogendheid in te vallen – zoals Irak – nooit geheel zuiver? Waarom worden wij hierover als bevolking door politici bedrogen? Waarom worden er zoveel kinderen op school en volwassenen op hun werk gepest, waarom sluiten we zoveel mensen uit en discrimineren we mensen zo vaak? Negeren heeft sociaal nog een ernstigere gevolgen voor mensen dan pesten, blijkt uit onderzoek.
Luisteren wij wel genoeg naar onze principiële, kritische pubers? En wanneer ze negatieve aandacht gaan vragen, luisteren we alsnóg naar hen of vinden we ze dan alleen maar lastig?

Straatcultuur
Pubers uit moslimkringen hebben het dubbel moeilijk. Vooral jongens lopen het risico tussen wal en schip te vallen. Ze worden vaak overgeleverd aan de straatcultuur: een onveilige cultuur voor de jongsten, omdat in de hiërarchie de oudste en brutaalste bovenaan de pickingorder staat, zonder de juiste zorg voor de jongsten. Die jongsten identificeren zich vervolgens niet met pa die ze slap vinden (omdat hij zich laat dicrimineren door onze maatschappij en vanwege zijn verwaterde geloof), maar met die oudere, wat agressieve jongen die zegt te weten hoe de wereld in elkaar zit en respect afdwingt.
Pubers hebben behalve leiding ook struktuur nodig, dus als eentje van de clan in aanraking komt met IS – die behalve eigenwaarde (en macht) ook struktuur belooft – kan vervolgens een groot deel van de clan ingezogen worden, radicaliseren en uiteindelijk mee gaan doen in de jihadstrijd.

Buurtcentra bezweken onder de crisis
Het overgeleverd zijn aan de straat, is door onze overheid bevorderd door veel buurtcentra voor jongeren te sluiten.De gemeente Den Haag sloot twee jaar geleden een derde van de buurtcentra vanwege bezuinigingen door de crisis. Bij veel andere gemeenten gebeurde hetzelfde. Dus we hebben de banken gered, ten koste van het redden van jongeren (wie zei ook weer dat ‘de jeugd de toekomst is’….?) Terwijl we toch uit de geschiedenis van Mohammed B. weten, dat hij verder is gaan radicaliseren nadat het buurtcentrum waar hij als vrijwilliger werkzaam was, is opgeheven. We hebben hiermee zijn socialisatie en worteling in onze samenleving afgebroken. Dat gaf een knik in zijn levenslijn.
Hetzelfde geldt voor veel schoolbegeleidingsdiensten op ROC’s. Die doen heel goed werk als een jongere – op welke manier dan ook – dreigt te ontsporen. Maar door bezuiningen zijn deze diensten bij veel ROC’s gehalveerd.
Ik wil hiermee niet zeggen dat het er in onze achterstandswijken net zo erg aan toegaat als in de banlieu’s in Parijs waar jongeren volledig aan hun lot werden/worden overgeleverd. Ook vind ik de ‘Haagse aanpak’ waarbij gemeente, OM, jeugdzorg en de Nationaal Coördinator terrorismebestrijding nauw samenwerken met de politie om jongeren die al op de stoep staan bij IS, te weerhouden naar binnen te gaan, heel goed. Want het draait om contact houden. Maar doordat we preventieve maatregelen hebben afgebouwd, dreigen we nu het paard achter de wagen te spannen: niet alleen veel duurder, maar ook soms ook te laat…

Van een buurtcentrum waar jongeren onder toezicht van een vaderfiguur/ rolmodel een groep vormen en leuke dingen met elkaar doen – zoals het beoefenen van uitdagende sporten zoals sportklimmen, is dé manier om pubers te behoeden om in handen van internet –imams, oftewel rattenvangers van IS – te vallen!

Jihadstrijders zijn westerser dan ze zelf denken…
Veel moslimpubers zijn soms te arm om lid te zijn van een voetbalclub (hoewel in Den Haag wel allerlei faciliteiten bestaan, zoals de ooievaarspas). Maar er is geen strukturele geborgenheid in de vrije ruimte, dus zwerven ze vaak op straat in een clan zonder enig toezicht. Op zoek naar identiteit en het verlangen ‘iemand te zijn’ (ook jezelf volledig opofferen voor een ideaal verschaft identiteit). Zij zijn westerser dan ze zelf denken, want door ‘gezien te willen worden’ voldoen ze volledig aan de richtlijnen van onze selfish maatschappij.
Je verder verdiepen in het moslimgeloof is zo’n manier om je te onderscheiden. Ingeval van radicalisering worden hierbij radicale rolmodellen gekozen. Het zijn rolmodellen met een ‘ideaal’ die ergens hélemaal voor gaan, precies passend bij het puberbrein. Wanneer je bovendien als geradicaliseerde moslim gelooft bóven alle andere mensen te staan, is dat een sterk antidotum tegen de narcistische krenkingen die veel moslimjongens in onze samenleving hebben ondergaan.
Er is door Nederland goed geïnvesteerd in de opleiding van moderne imams die pastoraal beter aansluiting vinden bij jongeren. Dit zijn redelijke, liefdevolle imams die hopelijk de allerjongsten weten te boeien en zo uit handen te houden van de rattenvangers van IS. Maar veel adolescenten die al te ver heen zijn, zoeken een radicale leider. We moeten ook niet vergeten dat veel adolescenten die op de stoep staan bij IS, HEEL ERG BOOS zijn. Ze zijn in hun leven vaak vernederd en gefrustreerd en die boosheid kloppen ze met elkaar in een groepsproces ook nog eens op. Als je zo boos bent, ben je vaak nog niet niet toe aan om op een relativerende, wijze manier naar het leven te kijken. Dan moet die boosheid er eerst uit. Zeker als je nog een puberbrein hebt.

Boosheid en binding
We moeten dus iets met de boosheid en kritiek van deze pubers. En dat kan ook! Maar eerst moet hun loyaliteit niet langer alleen bij moslimbroeders ver weg blijven liggen (die worden aangevallen door westerse mogendheden!), maar zouden zij meer aansluiting moeten gaan vinden bij gematigde moslimjongeren en andere jongeren in Nederland rond een thema dat hen állen boos en opstandig maakt en dat hen bindt.
Als de energie van de felle jihadstrijders afgebogen zou kunnen worden in een andere richting en zij die energie samen met andere jongeren zouden kunnen versterken rond een centraal thema, kan hun opstandige energie misschien wel positief ingezet worden…

Uitstel behoeftebevrediging
Er zijn tal van onderwerpen geschikt voor: een te groot verschil tussen arm en rijk, kwetsbare kanten van onze democratie (votes more important than principles), de consumptiemaatschappij, de hoge percentages kindermishandeling, de vrouw als lustobject, de grote aantallen vrouwen en meisjes die seksueel worden misbruikt of geïntimideerd, het slechter wordende milieu etc.
Pubers moeten leren hun behoeftenbevrediging uit te stellen (hierin hebben ze ons voorbeeld nodig, dus laten wij dit a.u.b. ook weer gaan doen!).
Lieve imams: zouden jullie de pubers niet kunnen leren dat de straf die ongelovigen volgens de koran verdienen, iets is wat in het hiernámaals door de grote rechter wordt bepaald? Dat het misschien zelfs minachting is ten op zichte van Allah wanneer je op zijn stoel gaat zitten? Dat je ook nooit zo barmhartig kan worden als hij? (elke soera begint met: Allah is barmhartig).
En milieuactivisten: zouden jullie het niet op jullie willen nemen om meer informatie te gaan delen met moslimjongeren over het milieu en hen in jullie strijd willen betrekken? Probeer de nieuwe rattenvangers te worden en hen te verleiden met jullie mee te gaan doen! Milieu is vaak een ver van hun bedshow voor hen, maar bij voldoende kennis en de mogelijkheid om – geweldloos- opstandig tegen het gezag in te mogen gaan, zijn er misschien wel een hoop zieltjes te winnen. Vertel hen dat God / Allah de aarde zo mooi heeft gemaakt, maar dat de mensen er een zootje van maken.
Misschien klinkt dit idee wat naïf, omdat ook veel andere jongeren nauwelijks in duurzaamheid geïnteresseerd zijn. Daar moet dan ook verandering in komen. Als álle jongeren zich meer voor duurzaamheid in gaan zetten, en de autochtone jongeren hierin geen voorsprong hebben ten op zichte van moslimjongeren, kunnen ze gelijk optrekken!
Het milieupad lijkt een zijpad, ik geef het toe. Maar als we alleen dezelfde weg blijven bewandelen die we nu al nemen, leidt dit op termijn waarschijnlijk tot niets of tot nog erger…
We moeten iets gehéél anders doen dan we tot nu toe deden. Samen muziek maken of een kunstwerk, is ook zo’n mogelijkheid. Hierbij zijn andere rolmodellen nodig: jongemannen als Ali B. bijvoorbeeld. Wie heeft nog meer ideeën? Wie roept?

Energie ombuigen
Laten we luid en duidelijk aan hen weten dat we hen nodig hebben!
Onze hedonistische samenleving heeft hun kritische energie nodig. We moeten er in het westen niet langer alleen voor gaan om zélf zo comfortabel mogelijk te kunnen leven (‘onze manier van leven’…), we hebben ook de plicht te zorgen voor de kwetsbaren in onze samenleving en te zorgen dat wij een aarde achterlaten die leefbaar is voor onze kinderen.
Laten wij ook weer meer idealen nastreven en wat radicaler worden! We zijn hier niet alleen voor onszelf. We zijn hier ook om elkaar te helpen! En we hebben de principiële jeugd hierbij nodig!
Dus lieve moslimjongens die op het punt staan te vertrekken naar het land van IS: blijf bij ons, want we hebben jullie energie en vechtlust hard nodig! Probeer de gróte jihad na te streven: die van de ínnerlijke strijd.

Carla Rus

Zie verder mijn artikelen op deze site onder C: ‘Frictie tussen cultuur thuis en de cultuur van de samenleving’ en onder H: ‘Oorlog in de hemel’.
——————–

Volgende blog gaat over de vroege kindertijd van de toekomstige jihadstrijder, het heimweecompex van de ouders en de positie van de moeder ten op zichte van haar zoon.

Niet voor alle kinderen is de creche een feest

Niet voor alle kinderen is de creche een feest

Door Carla Rus

In: NRC, 23-06-2007

De crèche zou volgens onderzoekster Erna Hooghiemstra bekend moeten staan als `goed voor je kind` (NRC Handelsblad, 13 juni). Omdat crèchekinderen later socialer zijn en beter met tegenslag om kunnen gaan. Ik betwijfel of dit positieve verband wel voor álle kinderen opgaat, bijvoorbeeld voor hypersensitieve en aanhankelijke kinderen, die het beste gedijen bij een beperkt aantal hechtingsfiguren; of voor kinderen met ADHD of een autistiforme stoornis, die gebaat zijn bij een prikkelarme omgeving.

Dat Nederlandse ouders hun kinderen slechts parttime naar de crèche doen, heeft niet zozeer met `geloof` te maken, zoals Hooghiemstra stelt, als wel met intuïtie: namelijk het besef dat kinderen alleen opgroeien tot evenwichtige mensen wanneer zij veilig gehecht zijn en een eigen territorium hebben. Veilig hechten leer je als kind van een beperkt aantal verzorgers die continuïteit bieden en niet tussentijds verdwijnen, die een grote mate van voorspelbaarheid vertonen in gedrag, liefdesuitingen en aanwezigheid.

Te veel jongeren kampen tegenwoordig met ernstige problemen (15 procent), zoals automutilatie en suïcidaliteit. Dergelijke jongeren blijken vaak een fragiele innerlijke structuur te hebben, die mede geënt is op onveilige hechting. Bij onderzoek naar het welbevinden en risicogedrag van jongeren wordt onvoldoende meegewogen dat we de laatste decennia in de opvoeding professionele verzorgers toe zijn gaan laten. Dit is een blinde vlek. Vóór we massaal overgaan op uitbreiding van de kinderopvang, moet er dan ook onderzoek worden geëntameerd naar de voorwaarden waaronder het toelaten van meerdere opvoeders niet tot onveilige gehechtheid leidt.

Fatale spagaat bedreigt moslim- en hindoetieners

Fatale spagaat bedreigt moslim- en hindoetieners

Suïcide

Interview met Carla Rus door Marc van Dijk, Trouw, 29 september 2005

Zelfmoord is onder jongeren de laatste vijftig jaar gestaag toegenomen, al lijkt er de laatste jaren enige stabilisatie op te treden. Toch blijven bij vooral moslim- en hindoemeisjes de cijfers zorgwekkend.
Psychiater Carla Rus is getroffen door de overeenkomsten tussen twee suïcidale tienermeisjes die bij haar in behandeling waren. Zo’n tien jaar geleden meldde zich een streng-gereformeerd meisje bij haar.
Rus: „Ze zat in 5-vwo, had veel behoefte aan zelfontplooiing, ze wilde uitgaan. Maar haar ouders verboden haar zo’n beetje alles. Ze bevond zich in een spagaat tussen de restricties van thuis en de vrije levenswijze van haar klasgenoten.” Na de eerste megadosis slaappillen kwam ze bij Rus terecht.
Omdat Rus zelf ook gereformeerd opgevoed is, bedacht ze al snel dat ze er een – ruimdenkende – dominee bij wilde hebben. Het werkte. „Na gesprekken met de dominee leerden haar ouders dat ze het meisje iets meer los moesten laten.”
Recenter meldde zich bij Rus weer een meisje uit 5-vwo, moslim in dit geval. „Dezelfde symptomen, dezelfde spagaat. Ze mocht zo ongeveer alleen maar naar school.”
De afloop was anders. Ook na de eerste suïcidepoging waren de ouders voor Rus moeilijk te bereiken. „De moeder was zeer ingetogen, de vader was zo streng dat hij me de deur uit zette. Fatale spagaat bedreigt moslim- en hindoemeisjesNatuurlijk moest ik denken aan het meisje op de Veluwe. Ik ben imams gaan bellen, maar die kozen eenzijdig de kant van de ouders. Nadat een vriendinnetje van het meisje zelfmoord pleegde omdat ze werd uitgehuwelijkt, sloeg ook zij de hand aan zichzelf.”
Het is bepaald niet het enige suïcidegeval bij jonge moslima’s dat Rus in haar praktijk heeft meegemaakt. Af en toe wordt ze moedeloos van de reacties van ouders. „Soms is het verkapte eerwraak. Dan kom ik na afloop in zo’n gezin, en dan merk ik dat er eigenlijk geen verdriet leeft; men had er baat bij dat het gebeurde. Eén keer toonde een broer zich zelfs opgetogen: zijn zusje had het in zijn ogen verdiend.”
Kwetsbaarheid voor suïcide begint vaak op jonge leeftijd, stelde hoogleraar psychologie Ad Kerkhof (VU) onlangs op een congres. Maar juist voor suïcide onder jongeren en adolescenten is in Nederland te weinig aandacht. Dat geldt volgens Carla Rus zeker ook voor het verband met de cultureel-religieuze achtergrond.
En die achtergrond speelt zeker een rol. Het aantal zelfmoordpogingen bij allochtone meisjes is gemiddeld vijf keer zo hoog als bij autochtone, en het aantal geslaagde zelfmoorden is twee keer zo hoog. Vooral jonge moslims en hindoes springen hierbij in het oog.
In Den Haag bleek dat (veelal islamitische) Turkse en Marokkaanse meisjes twee keer zo vaak zelfmoord plegen als hun autochtone leeftijdsgenoten, en hindoestaanse meisjes vier keer zo vaak. De verontrustende situatie van die laatste groep kwam aan het licht door een onderzoek van Betty Salverda, waarin zij onder andere signaleerde dat de meisjes geen steun kunnen vinden bij de eigen groep.
Hans Krikke schreef in opdracht van de gemeente een boek over de beweegredenen van deze jongeren. De leerlingen van het Haagse Terracollege, die hij interviewde, leiden volgens hem ’een dubbelleven’. „Ze zijn loyaal aan twee waardensystemen die haaks op elkaar staan”, zegt Krikke. „Buitenshuis schrijf je ’ik’ met een hoofdletter, is het de bedoeling dat je verliefd wordt en op z’n minst gaat knuffelen. Maar thuis zou dat de eer van vader en broers aantasten.”
Maagdelijkheid is volgens Krikke ’de achilleshiel van vader’. „Zodra de meisjes de middelbare school verlaten, veranderen hun vader en broers in bewakers. En moeder stelt zich vaak op als een trouwe adjudant van vader.”
De dubbele loyaliteit, of de ’spagaat’, is verwarrend en uiteindelijk deprimerend. Volgens Krikke komt de onmogelijke positie voort uit de scheve verhoudingen tussen mannen en vrouwen, de gedwongen partnerkeuze en de gebrekkige communicatie tussen ouders en kinderen. „Als er in een traditioneel hindoe-gezin al over de problemen van een kind gepraat wordt, schakelen de ouders een pandit in. Die komt dan langs om de ellende te bezweren met zwarte magie. Daar haalt zo’n tiener in veel gevallen de schouders bij op.”
Imams en pandits zijn vaak de eersten die een telefoontje krijgen na een zelfmoordpoging. Tjandrika Rangoe, maatschappelijk werker in Den Haag, betreurt het dat deze geestelijken vaak ’blijven steken in het verleden’. „Ze zouden ons onmiddellijk op de hoogte moeten stellen van de situatie. En ze moeten meer moeite doen hun traditie te laten aansluiten bij het heden. Zoals moderne, in Nederland opgeleide pandits, die zeggen gewoon: ’Die depressie van jou, daar is niets bovennatuurlijks aan, die komt door je problemen thuis’.” Maar de slechte communicatie tussen ouders en kinderen is volgens Rangoe minstens zo invloedrijk als de religieuze factoren. ,,Ze praten niet met elkaar, of uitsluitend op verwijtende toon.”
Meisjes doen twee keer zo vaak een zelfmoordpoging als jongens, maar de pogingen van de jongens zijn vaker effectief. Een poging is de beste indicatie voor een latere zelfmoord; tien procent van degenen die een poging doen, pleegt uiteindelijk daadwerkelijk suïcide.
Maar in veel gevallen wordt er niet, of niet effectief op het signaal gereageerd. In Den Haag doet de helft van de jongeren die na een eerste poging in de hulpverlening terechtkomen, binnen een jaar wéér een poging. Een bewijs van de ernstige mismatch tussen hulpvraag en hulpverlening, vindt Krikke.
Het maatschappelijk werk in Den Haag werkt met de gemeente aan de verbetering van die aansluiting; er zijn onderzoeken gedaan, conferenties gehouden, er is een speciale functionaris aangesteld bij de GGD. Maar nog steeds is het onderwerp voor velen taboe. Een pandit deed de cijfers op tv af als ’overtrokken’. Rangoe: „Wij willen vooral dat de hindostaanse gemeenschap (zowel moslims als hindoes, red.) het probleem erkent. Er zijn nog altijd mensen binnen de gemeenschap die zeggen dat de vuile was niet buiten moet worden gehangen en dat men het zelf wel oplost.” Rangoe zegt nu voor het eerst op grote schaal naar buiten te treden met uitgebreide voorlichting, bijvoorbeeld op evenementen waar de Surinaamse gemeenschap aanwezig is. Op scholen eist het maatschappelijk werk meer betrokkenheid van leerkrachten. Rangoe: „Docenten moeten alert zijn op signalen van leerlingen die het slecht maken. Ze mogen zich niet verschuilen achter hun vak.”
Carla Rus benadrukt het belang van transculturele psychiatrie, waarin een brug wordt geslagen tussen westerse methoden en andere culturen. Rus: „Dat gaat steeds beter, maar het blijft een heikel punt als de gezinnen te gesloten zijn.” Ze hoopt dat de imams in Nederland meer pastorale zorgtaken op zich zullen gaan nemen.
Hans Krikke vindt dat ook voor autochtone Nederlanders een belangrijke rol is weggelegd. „Xenofobie en islamofobie zet deze gezinnen extra onder druk. Als moslim kun je tegenwoordig niets meer goed doen. Dus trekken veel ouders zich terug in hun traditie, waarin ze zich wél gewenst voelen. Voor hun kinderen trekken ze de teugels daardoor nog strakker aan. De cultuurclash speelt zich dus met name thuis af, en jongeren delven daar vaak het onderspit.”


30000 pogingen
In Nederland beroven gemiddeld vier mensen per dag zichzelf van het leven, dat betekent rond de 1500 mensen per jaar. Het aantal pogingen is nog eens 20 keer zo hoog (30000 per jaar). De pogingen worden vooral door jonge mensen gedaan, algemeen beschouwd als ’noodkreten’. Ook verwonden op jaarbasis naar schatting 15000 scholieren zichzelf.Toch vallen jongeren in de cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek onlangs publiceerde over zelfmoord in 2002 niet direct op. De cijfers laten een breuk zien met de in 1985 ingezette dalende trend. In de totale stijging van 6 procent spelen de jongeren geen rol; er is de laatste jaren onder jongeren sprake van stabilisatie.Maar als je kijkt naar de lange termijn is er geen categorie suïcidale mensen die zo gestaag gegroeid is. Want terwijl het aantal zelfdodingen bij ouderen (vooral bij mannen van middelbare leeftijd) nu voor het eerst weer toeneemt, is het aantal suïcides bij jongeren de afgelopen decennia constant blijven stijgen. Het is nu tweeënhalf keer zo hoog als in 1950.


 


Religie kán steun zijn
Over het algemeen verkleint religie de kans op zelfmoord, zo blijkt uit buitenlandse onderzoeken. Volgens psychiater Carla Rus kunnen bepaalde gebruiken en rituelen een belangrijke, steunende rol vervullen, en kan religie betekenis geven aan moeilijke situaties. “Met name bij ouderen met een chronische ziekte is het geloof een buffer tegen stress. Waarschijnlijk doordat zij een sterkere persoonlijke geloofsbeleving hebben dan jongeren.“Persoonlijke devotie blijkt namelijk een belangrijker factor in de bescherming tegen psychische stress dan institutionele religie. Institutionele religie is de enige dimensie die een negatieve samenhang heeft met geestelijke gezondheid. Terwijl kerkbezoek bij ouderen een beschermende factor tegen eenzaamheid is, kan het voor jongeren juist beperkend werken. Rus: “Zij lijden meer onder de ge- en verboden van het instituut kerk, die hen in de weg staan bij zelfontplooiing.“ Als de religieuze socialisatie te sterk wordt, kan religie de kans op zelfmoord vergroten. Rus: “Dat zie je bij de moslim-, en hindoemeisjes die in een spagaat terechtkomen tussen twee werelden.“


 

Marokkaanse moeder te machteloos

Marokkaanse moeder te machteloos

Laat Marokkaanse moeder van haar voetstuk af komen

In: Volkskrant, 18-11-2004

Marokkaanse moeders moeten ook buitenshuis zeggenschap krijgen over hun kinderen en dan de confrontatie aangaan, zegt Carla Rus.

De moeder heeft in het Marokkaanse gezin een belangrijke positie, hoorde ik de Amsterdamse wethouder Aboutaleb Bachau zeggen. Hij deed na de moord op Theo van Gogh dan ook een dringend appèl op de moeders. Opvallend is dat Mohammed B., de verdachte van de moord, is gaan radicaliseren na de aanval op Irak en de dood van zijn moeder. Het ligt voor de hand om te speculeren dat deze factoren mogelijk triggers zijn geweest voor zijn ontsporing.

Hoewel we niets specifieks weten over de moeder van Mohammed B., kun je wel in het algemeen stellen dat de Marokkaanse moeder vooral macht binnens- en niet buitenshuis heeft. Zij zwaait de scepter over het huishouden, houdt haar dochters kort om te voorkomen dat zij hun maagdelijkheid verliezen, en staat op oudere leeftijd boven haar schoondochters.

Maar welke macht heeft zij over haar zonen, en in hoeverre is zij instaat hen voor te bereiden op onze maatschappij? Slecht waarschijnlijk. Want als de scheidslijn tussen het thuisleven en de buitenwereld zo scherp wordt getrokken, dat er geen uitwisseling van normen en waarden plaatsvindt, heeft de moeder een geringe functie in de maatschappelijke ontwikkeling van haar kinderen.

Mohammed B. zou goed geïntegreerd zijn, want hij spreekt uitstekend Nederlands en heeft in één keer zijn havo gehaald. Ik betwijfel dit. Niet alleen heeft hij noch een afgeronde beroepsopleiding noch een baan, ook vraag ik mij af hoe het met zijn sociale vaardigheden staat. En dan doel ik met name op de wijze waarop hij met vrouwen omgaat en hoe het er voor staat met zijn zelfrespect en zelfreflectie, dingen die hij met name thuis moet leren.

De belangrijkste vrouw in het leven van een moslimjongen is zijn moeder. Die verdient in náám weliswaar veel respect, maar is in de praktijk een icoon op een voetstuk, een machteloos symbool van moederliefde. Want hoe kan zij haar functie als opvoeder goed ter hand nemen, als zij bijna nooit op ouderavonden van school verschijnt? Als zij onze maatschappij nauwelijks kent, zodat haar kinderen niet met hun verhalen bij haar terechtkunnen? Als zij haar zonen de straat opstuurt om het huis rein te houden; iets waar ze zich op toe heeft gelegd om eigenwaarde uit haar functie als huisvrouw te halen?

Marokkaanse moeder te machteloosOp straat doen haar zonen hun normen en waarden op bij leeftijdsgenoten. Volgens jeugdcriminologe Josine Junger-Tas doen Marokkaanse jongens van jongs af aan alles wat ze willen, waardoor ze risico lopen op macho- en crimineel gedrag. Wanneer zij daarnaast gefrustreerd worden in verwachtingen van maatschappelijke kansen, komt er volgens Sadik Harchaoui, bestuurslid van Forum, een proces van zelfisolatie op gang, waarvan politiek-extremistische islamisten gebruikmaken. Wanneer je thuis niet wordt begrepen, er in het vervolgonderwijs onvoldoende wordt ondernomen om drop-outs te voorkomen en jongeren naar de arbeidsmarkt te leiden, het bedrijfsleven stelselmatig autochtonen meer kansen biedt dan allochtone jongeren en de politiek systematisch het jongerenwerk afbreekt, jagen we met elkaar deze jongens regelrecht een identiteitscrisis in. Zij gaan zich meer solidair met onderdrukte moslims in het Midden-Oosten voelen dan met hun kansrijke medelanders. En hun lage zelfrespect dat zo is gekrenkt, veert op wanneer radicaal-islamitische bewegingen hen plotseling belangrijk blijken te vinden.

Het ontwikkelen van zelfrespect gebeurt in een subtiele interactie tussen ouder en kind, waarbij wederzijds respect een voorwaarde is. Pas dan is het veilig genoeg voor het kind om feedback van de ouder te incasseren, zodat het vermogen tot zelfreflectie kan groeien. Een moeder die niet het respect krijgt waarmee zij invloed kan uitoefenen, kan haar kind dit onvoldoende meegeven.

We weten niet hoe de vader van Mohammed B. met de moeder omging. Maar mocht hij tot de groep mannen behoren die het normaal vindt om onder bepaalde omstandigheden hun vrouw te slaan, dan kan dat het minderwaardige vrouwbeeld van de zoon nog versterken. Uit een Turks onderzoek blijkt dat 39 procent van de islamitische vrouwen het goedkeurt dat hun man hen slaat, wanneer zij het eten laten aanbranden, seks weigeren of ruzie met hun man maken. Hoewel dit bij de zoon een beschermende houding tegenover de moeder als liefdesobject oproept, en hij haar als reactie hierop nog eens extra hoog op haar voetstuk zet, heeft dit negatieve consequenties voor zijn identiteit en de relatie met zijn zussen, de meisjes in zijn klas, de lerares, de vrouwelijke dokter et cetera.

Een icoon is een beeltenis die staat voor hogere normen en waarden die buiten de vereerder zijn gesitueerd. Ze worden dus nooit van de vereerder zelf. Bij een opvoeding hoop je, dat wat je je kinderen aan belangrijke normen en waarden meegeeft, internaliseert, zodat jij overbodig wordt. De dood van de ouder geeft daarna rouw, maar de geïnternaliseerde normen en waarden overleven via het kind.

We zullen nooit weten of een levende moeder Mohammed B. had kunnen beschermen tegen rekrutering voor de jihad, maar een gestorven moeder kon het in ieder geval niet. De lage emancipatiegraad van de moeder die niet in staat is geweest om haar kind, over de dood heen, vertrouwen in het leven mee te geven, speelt aldus een cruciale rol bij de fragiele verworteling van haar zoon in onze maatschappij.

Het wordt hoogtijd dat de Marokkaanse moeders van hun voetstuk afkomen, en het vuile werk van de opvoeding gaan doen. Zich gaan bemoeien met het gedrag van hun kinderen in de buitenwereld en de confrontatie met hen aangaan. Hun dochters meer vrijlaten en hun zonen liefdevol bij de lurven grijpen om hen tot de orde te roepen, grenzen te stellen, in discussie te gaan en vooral: contact te houden. Een Marokkaanse vrouw is vaak sterk en slim, dus een dergelijke gedragsverandering is haar goed toe te vertrouwen. Zeker wanneer ze een man naast zich heeft die haar steunt, en die uit respect voor haar besloten heeft haar nooit meer te slaan. En daarmee zijn we precies bij het motief aanbeland van de film Submission van Ayaan Hirsi Ali en Theo van Gogh: een aanklacht tegen vrouwenonderdrukking en mishandeling van islamitische vrouwen in Nederland.

Laat deze missie niet verloren raken tussen onze verwarde gevoelens van woede en angst.

Mohammed B.: agressief geboren of geworden?

Mohammed B.: agressief geboren of geworden?

Tussen 1997 en 2004 is Mohammed B. vijf keer aangehouden. Bij drie gelegenheden scheldt, schopt en slaat hij agenten en één keer trekt hij een mes. Officier van justitie Van Straelen noemt dit verzet 'opvallend' en het vraagt volgens hem om een psychiatrische verklaring.

Door Carla Rus

In: Het Parool, 26 juli 2005

Uit onderzoek van de VU blijkt dat 5 procent van de kinderen agressief wordt geboren. Zij hebben minder cortisol in hun bloed waardoor ze geen stress voelen als ze die wel zouden moeten voelen, bijvoorbeeld bij slaan of bijten. Ook hebben zij minder serotonine, waardoor ze impulsiever zijn. Wanneer ze liefdevolle ouders hebben die hen aanspreken op hun gedrag, groeien ze echter uit tot waardevolle leden van onze maatschappij die als beroep bijvoorbeeld hoogspannings-elektricien kiezen. Wanneer hun opvoeding echter minder liefdevol of pedagogisch verantwoord is, kunnen zij uitgroeien tot psychopaten met weinig inlevingsvermogen.
Was Mohammed B. als kind al agressief? Dat is achteraf moeilijk vast te stellen. Met zijn vrienden sprak hij nauwelijks over thuis omdat, aldus Mohammed B.: 'Je de vuile was niet buiten hangt'. Een onderzoeksgesprek met vader en siblings zou hierover meer informatie kunnen verschaffen. Vrienden vertellen over deze periode dat, wanneer je hem niet serieus nam, hij onmiddellijk geweld gebruikte. Op school kwam hij echter ernstig en gesloten over. Pas toen hij op zijn 19 jaar voor de tweede keer op het HBO struikelde, gebruikte hij voor het eerst ook buitenshuis geweld. Dus nog vóór 9-11, de invallen in Afghanistan en Irak, en de dood van zijn moeder.

Mohammed B. is de oudste zoon uit een Marokkaans gezin met zeven kinderen. Volgens zijn oom droeg zijn moeder hem op handen. Dit komt vaak voor in Marokkaanse gezinnen en de zoon loopt daarmee het risico op een narcistische persoonlijkheid: dit is iemand die zich meer voelt dan anderen. Maar al was Mohammed B. binnenshuis het prinsje, buitenshuis golden natuurlijk andere wetten. Met hard studeren probeerde hij zijn positie als 'eerste' te behouden. De havo haalde hij in één keer zonder onvoldoendes. Pas op het hbo faalde hij tot drie keer toe, wat voor elke student erg is, maar voor Mohammed wel héél krenkend geweest moet zijn.
Wat betreft zijn studie accountancy en informatica kan hij door zelfoverschatting de meetlat te hoog hebben gelegd. Maar wat betreft de studie SPW-H was er mogelijk iets anders aan de hand. Het is namelijk een sociale studie waarbij tijdens intervisies empathie en zelfreflectie wordt beoogd. Hiervoor moet de basis al in de jeugd gelegd zijn.
Het ontwikkelen van zelfreflectie gebeurt in een subtiele interactie tussen ouder en kind, waarbij wederzijds respect een voorwaarde is. Pas dan is het veilig genoeg voor het kind om feedback van de ouder te incasseren, zodat het vermogen tot zelfreflectie kan groeien. In het Marokkaanse gezin is moeder de belangrijkste opvoeder. Maar wanneer vanaf het 12e jaar de jongens in macht boven moeder staan, is dat niet bepaald een positie waarbij je je zoon tot de orde kunt roepen. Volgens jeugdcriminologe Junger-Tas doen veel Marokkaanse jongens dan ook alles wat ze willen.
Waarschijnlijk lijdt Mohammed B. dus aan een gemankeerde zelfreflectie, waardoor ook de laatste opleiding mislukte. Daarbij kwam de eis dat hij gelijkwaardig met zijn vrouwelijke medestudenten om moest gaan. Iets wat hij in zijn jeugd onvoldoende heeft geleerd. Zo zegt hij een keer tegen een vrouwelijk redactielid van het wijkorgaan: 'Ik heb gelijk en jij niet, want ik ben een man en jij een vrouw."
Het is echter niet alleen hem, maar ook de hbo-instelling kwalijk te nemen dat ze niet meer persoonlijke coaching aan studenten geven, wat betreft studieadvisering en voortgangsbegeleiding.

De knik in de levenslijn van Mohammed B., waarbij hij van een ambitieuze jongen verandert in een gewelddadige jongeman die noch studeert, noch een baan heeft, ontlokte bij psychiater Bram Bakker de uitspraak dat er mogelijk sprake zou kunnen zijn van schizofrenie. Uit onderzoek blijkt namelijk dat Marokkanen in Nederland een zeven keer zo hoge kans hebben op schizofrenie dan in het land van herkomst.
Toch komt Mohammed B. qua motoriek en qua denken niet over als iemand met schizofrenie. Niet dat zijn denken niet gestoord is, integendeel. Maar zijn denkstijl draagt meer de kenmerken van indoctrinatie door een sekte met onvoorwaardelijke loyaliteit aan de sekteleider, dan die van een schizofrene denkstijl. Hiervan zijn incoherentie in de gedachtegang en waandenkbeelden (die men met niemand anders deelt), de voornaamste. Nu lijdt Mohammed B. weliswaar aan een waandenkbeeld dat uitgaat van één absolute waarheid over de islam die met het zwaard verdedigd mag worden. Maar dit waandenkbeeld deelt hij helaas met vele anderen en daarom is het geen waandenkbeeld in psychiatrische zin. Wat betreft de denktrant van Mohammed B.: deze is niet altijd logisch, maar dit lijkt vooral te komen doordat hij minder hard is dan hij misschien wel zou willen zijn. In zijn slotwoord tijdens de rechtszaak siepelde er door zijn hardcore betoog stukjes medemenselijkheid door ten opzichte van de moeder van Theo Van Gogh, die hij daarna ook weer grotendeels ongedaan maakte. Er lijkt dan ook meer sprake te zijn van een conflict tussen verschillende strevingen, dan dat er sprake is van desintegratie in denken op basis van een hersenziekte. Het is dan ook terecht dat het Pieter Baancentrum hem toerekeningsvatbaar heeft verklaard.

Narcisme en een gemankeerde zelfreflectie heeft Mohammed B. extra gevoelig gemaakt voor krenkingen. Hier reageert hij meer dan gemiddeld agressief op, mogelijk als gevolg van aangeboren aanleg. Zowel thuis als op het hbo is hij onvoldoende begeleid om hem voldoende in onze westerse maatschappij te laten wortelen. Gedesillusioneerd heeft hij de krenkingen gecompenseerd door zich aan te sluiten bij de radicale islam die hem een nieuwe identiteit verschaft. Want wanneer je een directe gezant van de 'Almachtige' bent, plaats je je bóven het gepeupel, de afvalligen en de rechtsstaat van de 'onwetenden'.

* De tekst is niet tot stand gekomen na een persoonlijk onderzoek van Mohammed B., maar na bestudering van secundaire bronnen en discussie in de beroepsgroep.

Debatartikel Wegkwijnen in ontheemding

Debatartikel 'Wegkwijnen in ontheemding'

Door Carla Rus

In: Maandblad voor de geestelijke volksgezondheid (MGV), december 2010.

In zijn uitstekende artikel onderscheidt Edrisi verschillende klinische vormen waarin bij migranten het heimweecomplex zich kan voordoen, en geeft hij aanwijzingen voor therapeutische interventies. Het verheugt mij dat hij hierbij ook de systemische interventies aanprijst. Dit is in mijn optiek namelijk niet alleen goed voor de migrant zelf, maar ook voor haar of zijn kinderen.
De chronische ontregeling waaraan de volwassen migrant lijdt door de tertiaire separatie- individuatie (primair: bij de geboorte; secundair: bij de adolescentie; tertiair: na migratie), kan namelijk op verschillende manieren overgedragen worden op zijn of haar kinderen. De tegenafhankelijk afweer (ten opzichte van het geboorteland) die je nogal eens bij vluchtelingen ziet, kan ertoe leiden dat de vluchteling zijn of haar kinderen op soms wel erg fanatieke wijze aanzet tot het leveren van grote schoolprestaties, ten einde het kind 'perfect' te laten integreren. Wanneer het kind deze prestatiedruk aankan is er - tot de puberteit - niet veel aan de hand , maar het kan ook tot faalangst en depressieve reacties leiden.
Vaker nog heb ik tijdens mijn werk als psychiater in de Schilderswijk te Den Haag in de jaren negentig kinderen gezien bij wie de ontregeling overgedragen wordt door ouders,  met wat Edrisi latente heimwee noemt. Veelal moeders die niet geheel vrijwillig in Nederland terecht zijn gekomen, zoals door uithuwelijking, en hun emotionele holding met vertrouwde gehechtheidsobjecten in het land van herkomst node missen. Ze zijn door deze ontworteling nogal eens depressief en vluchten in troost-eten en psychosomatische klachten. Hun kinderen lopen in dat geval niet alleen het risico onderworpen te worden aan een overbeschermende of restrictieve ouderschapstijl, zoals Edrisi stelt, maar ook aan een houding van laissez-faire. Niet dat die moeders niet van hun kinderen houden, maar door hun emotionele verdoving zijn zij niet altijd in staat sensitief en adequaat op de angsten van het zich ontwikkelende kind te reageren. Dit wordt nodig geacht om die angsten te leren beheersen en aldus een veilige gehechtheidstijl te ontwikkelen. Wanneer jongens (soms al vanaf een jaar of vijf!) hun emotionele holding dan maar in de straatcultuur gaan zoeken en hun vaders proberen door lichamelijke straf hun zonen alsnog op het rechte pad te houden, zijn de rapen echt gaar. In het land van herkomst zijn er buiten op straat meestal wel enige tantes, ooms of buren te vinden die medeopvoeder zijn. Maar in Nederland ontbreekt deze 'grootfamilie' en wordt op straat de (onbedoelde) verwaarlozing voortgezet, waarbij de kleinere jongens vaak ook nog eens geïntimideerd worden door de grotere.

Buurten bij sociologen
Door deze mix van verwaarlozing, mishandeling en intimidatie lopen deze jongens de kans een onveilige, gedesorganiseerde gehechtheidstijl te ontwikkelen. Dit type gehechtheidstijl kan leiden tot een antisociale persoonlijkheid (C. Rus in Tijdschrift voor Humanistiek, 2006, 99-110). De onverwerkte rouw en acculturatiestress van de thuis op de bank zittende ouders, wordt aldus door hun zonen uitgeleefd in de openbare ruimte.
Mooie familiegeschiedenissen heb ik óók voor mijn ogen zien voltrekken, zoals ouders die aan de leiband van hun kinderen - veelal dochters, maar soms ook hun zonen - de Nederlandse samenleving beter leren kennen en daardoor beter integreren en gelukkiger/ tevredener worden (C. Rus in De Humanist, 2007, 25-27)).
Ik ben het eens met Edrisi dat er nauwelijks psychologisch onderzoek en literatuur ter beschikking is op het gebied van heimwee bij migranten. Maar als wij gaan buurten bij de sociologen, komen wij daar veel moois en leerzaams tegen. Zo heeft Trees Pels van het Jonker-Verwey instituut veel onderzoek gedaan naar migranten (Opvoeding in Marokkaanse gezinnen in Nederland. De creatie van een nieuw bestaan. Van Gorcum, 1998; Respect van twee kanten. Van Gorcum, 2003), en staan er ook in het boek 'Het land van aankomst' van Paul Scheffer (Amsterdam, 2006) zinnige passages waar wij ons voordeel mee kunnen doen.
Ik ben ervan overtuigd dat wanneer we de verschillende gedaanten van het heimweecomplex beter leren onderkennen en beter leren behandelen (en hier geeft Edrisi zinnige adviezen voor) we niet alleen de migranten, maar ook hun kinderen en eigenlijk de hele Nederlandse samenleving helpen.

Rotjochies in Slotervaart soms wel ziek maar niet zielig

Rotjochies in Slotervaart soms wel ziek maar niet zielig

Naar aanleiding van de rellen die uitgebroken zijn na de dood van Bilal B., zei stadsdeelvoorzitter Marcouch dat de helft van deze reljongeren met psychische problemen kampen. Een combinatie van biologische en sociale factoren kan dit verklaren. Maar dat betekent nog niet dat wij ze zacht aan zouden moeten pakken.

In: Trouw, 25 oktober 2007

Uit onderzoek van psychiater Jean-Paul Selten blijkt dat Marokkaanse jongens van de tweede en derde generatie een zeven keer zo hoge kans hebben op schizofrenie (hersenziekte met wanen en hallucinaties) als de autochtone bevolking. Hij verklaart dit fenomeen met sociale uitsluiting waardoor zij zich vernederd voelen (door sociaal-economische achterstand, schoolachterstand en discriminatie). Hierbij kan een vergelijking gemaakt worden met een experiment waarbij ratten in een kooi een later toegevoegde rat eruit proberen te werken. Deze nieuwe rat kan reageren met 'gek' gedrag. Uit hersenonderzoek van deze rat blijkt dan dat het hersenhormoon dopamine is verhoogd, net als bij schizofrenie het geval is.
Omdat Marokkaanse meisjes géén duidelijk vergrote kans op schizofrenie hebben, pleit dit tegen een genetische oorzaak en dus ook tegen het idee dat huwelijken tussen verwanten iets met die verhoogde kans te maken hebben.Schermafbeelding 2015-09-18 om 16.56.27
Dit sekseverschil valt te verklaren uit het verschil in psycho-sociale ontwikkeling tussen meisjes en jongens. Niet alleen zijn meisjes gemiddeld beter in taal waardoor zij een voorsprong hebben op school en op de arbeidsmarkt, ook de andere wijze waarop zij worden opgevoed speelt een rol. In veel Marokkaanse gezinnen staat de jongen boven het meisje, en na zijn achtste jaar ook boven zijn moeder. Dochters worden door moeder kortgehouden, maar over zonen heeft ze weinig te vertellen. Daardoor lopen de prinsjes risico op een narcistische ontwikkeling, waardoor zij eerder gekrenkt worden door bovenstaande sociale uitsluiting. Sommige jongens worden al op jonge leeftijd vooral opgevoed door 'de straat' (door oudere jongens, die status willen verwerven door zelf de dienst uit te maken en lak te hebben aan autoriteit). Jongere jongens lopen hierdoor emotioneel gevaar en om zich te handhaven identificeren zij zich met die oudere jongens. Sommige vaders die het qua kennis van onze samenleving afleggen tegen hun zonen, denken in hun machteloosheid en frustratie hun zonen binnenboord te houden door een zeer restrictieve, hardhandige aanpak. Dit werkt vaak contraproductief, omdat geweld in de opvoeding onveilig gehechte kinderen geeft. Onveilige hechting door verwaarlozing en geweld zorgt bij het kind meestal voor een ernstig tekort in de ontwikkeling van zijn reflectie en inlevingsvermogen, waardoor zo'n kind uit kan groeien tot een anti-sociale persoonlijkheid. Dit geldt met name wanneer zij horen bij de vijf procent kinderen die van nature weinig van het stresshormoon cortisol hebben, waardoor ze minder stress voelen wanneer zij een ander pijn doen. Bovendien hebben deze kinderen minder van het hersenhormoon serotonine, waardoor zij een kort lontje hebben. Deze biologische aanleg komt onder autochtonen net zo goed voor als onder allochtonen en betreft zowel jongens als meisjes. Maar meisjes richten bij problemen hun agressieve impulsen eerder op zichzelf, bijvoorbeeld door zichzelf stiekem te beschadigen of een suïcidepoging te doen. Terwijl jongens agressie algauw op de omgeving richten, waardoor de samenleving er last van heeft.
Veilig hechten is voor tweede generatie kinderen sowieso een breekbaar proces, zo ontdekte ik bij mijn onderzoekje bij eerste generatie-moeders in de Schilderswijk in Den Haag in de negentiger jaren. Eerste generatie-moeders bleken soms te kampen met een gestoord rouwproces vanwege onverwerkte verliezen door hun migratie. Daardoor reageren zij min of meer 'verdoofd' op het zoekgedrag naar veiligheid van hun kind. Ook hierdoor loopt het kind risico om zich niet veilig te hechten. Omdat de wijze waarop wij ons hechten van generatie op generatie kan worden doorgegeven, is het zaak hier aandacht voor te hebben, opdat de geschiedenis zichzelf niet blijft herhalen.

Rotjochies die hele wijken terroriseren hebben dus psychologisch vaak een fragiele innerlijke structuur door pedagogische verwaarlozing, mishandeling en sociale uitsluiting. Een aantal van hen heeft bovendien een kwetsbare biologische bagage. De jongens ontlenen hun identiteit meer aan de straatcultuur dan aan de cultuur thuis of op school, waar zij zich vaak tegen afzetten. Na een incident kan deze mix aan factoren letterlijk en figuurlijk ontvlambaar worden.
Omdat wij geen ratten in een kooi zijn maar beschaafde mensen, zouden we nog meer aandacht moeten hebben voor sociale achterstelling, zoals in opleidingen en op de arbeidsmarkt. Ook moet er meer opvoedingsondersteuning komen die zonodig verplicht wordt, waarbij desnoods gebruik wordt gemaakt van instellingen als Glenn Mill. Een poging de complexiteit van de problematiek te begrijpen, betekent namelijk nog niet dat wij zachte heelmeesters moeten zijn.

Rus, C.P., (2006), 'Bruisend en breekbaar', in: Tijdschrift voor Humanistiek, nr. 24, pp. 99-110

Frictie tussen cultuur thuis en de cultuur van de samenleving

Frictie tussen cultuur thuis en de cultuur van de samenleving

Hoofdartikelen

Overige artikelen
Puberbrein en de Jihad
Debatartikel ‘Wegkwijnen in ontheemding’
Rotjochies uit Slotervaart soms ziek, niet zielig
Niet voor alle kinderen is de crèche een feest
Mohammed B: agressief geboren of geworden?

In: Het Parool, 26 juli 2005 en eveneens gepubliceerd in PZC, Gelderse Courant, Rotterdamse Courant

Interview in de Haagsche Courant over Mohammed B.
Interview in Trouw over de fatale spagaat waarin hindoe-en moslimmeisjes verkeren
Marokkaanse moeders te machteloos