Ouders moeten niet beiden fulltime willen werken

Ouders moeten niet beiden fulltime willen werken

Door Carla Rus

In: Trouw, 27 april 2007

In feminismeland heerst crisis. Aan de ene kant heb je feministen - opvallend vaak kinderloos -  die de in deeltijdwerkende vrouwen - vaak met kinderen - badinerend keuzefeministen noemen. Zo deed onlangs Sharon Dijkstra van de PvdA het voorstel om de studiefinanciering van hoogopgeleide vrouwen die zich onvoldoende op de arbeidsmarkt begeven, terug te vorderen. Ook in het recent verschenen boek van Heleen Mees met als titel 'Weg met het deeltijdfeminisme' wordt de deeltijders verweten dat hun luxe gedrag jaarlijks tot grote economische schade leidt.Aan de andere kant heb je feministen als Christin Brinkgreve die in het boek 'Wie wil er nog moeder worden' opkomt voor de rol van de moeder.

Veel vrouwen delen de visie dat op de arbeidsmarkt de gender gap op de arbeidsmarkt hoognodig gedicht moet worden. Tegelijkertijd stoort het steeds meer moeders dat in discussies hierover de kinderen volledig zoek zijn. Kinderen komen in het verhaal wel voor, maar alleen als obstakels op de weg van de fulltime werkende moeder. Obstakels die netjes opgeruimd kunnen worden middels afschaffing van de kostwinnersfaciliteiten en uitbreiding van de professionele kinderopvang. Er wordt slechts met een economische bril gekeken en voorbijgegaan aan de noodzaak dat ouders voldoende tijd en aandacht aan hun kinderen moeten besteden om hen veilig te laten hechten en tot evenwichtige mensen op te laten groeien.
Een complexe samenleving heeft mensen nodig heeft die kunnen reflecteren op hun gedrag en zich in kunnen leven in anderen. Iets wat een kind alleen kan leren door sensitieve reacties op zijn gedrag door een liefdevolle volwassene die het kind door en door kent, die het kind leert hoe het zijn angst onder controle kan krijgen, die grenzen stelt en die continuïteit biedt. Een continuïteit die professionele verzorgers niet altijd kunnen bieden. Door solide hechting ontwikkelt het kind een veilige, geinternaliseerde gehechtheidsstijl. De hechtingshormonen oxytocine en vasopressine trekken daarbij in de eerste vier levensjaren van het kind onomkeerbaar hun sporen in de hersenen.

Anno 2007 heeft vijftien procent van de Nederlandse jongeren ernstige problemen: er verlaten jaarlijks 57.000 jongeren vroegtijdig de school, vijf procent van 14 tot 17-jarigen automutileert zichzelf soms (snijden, slikken) en de 30.000 suïcidepogingen per jaar komen voor een groot deel voor rekening van jongeren. Sinds de jaren vijftig is het aantal suïcide's onder jongeren tweeënhalf keer zo hoog. Verder lijden veel jongeren aan alcoholmisbruik en is het aantal eetstoornissen toegenomen. Uit onderzoek van criminele jongeren blijkt dat zij vaak mishandeld en emotioneel verwaarloosd zijn, waardoor zij een onveilige gehechtheidsstijl hebben. Hun reflectieve functie is zeer laag. Emotionele verwaarlozing kan nooit gecompenseerd worden door materiële verwenning, maar bevordert juist het ontwikkelen van psychopathie. Wat betreft automutilatie: dit kwam vroeger bijna alleen voor na seksueel misbruik. Tegenwoordig zien we het ook bij jongeren die 'slechts' een onveilige gehechtheidsstijl hebben.
In het artikel 'Bruisend en breekbaar' in het Tijdschrift voor Humanistiek (december 2006) leg ik een verband tussen deze problemen en de door individualisering afgenomen cohesie binnen onze samenleving. Het is dan ook niet bevreemdend dat in de VS waar moeders volop fulltime werken de problemen onder jongeren groter zijn dan hier. Ook in Zweden, het walhalla van de professionele kinderopvang, zijn de problemen groter. Dit heeft daar ertoe geleid dat moeders actiegroepen hebben opgericht met als doel naast hun werk buitenshuis ook doordeweeks hun kinderen op te mogen voeden. In landen als Italië en Spanje verloopt de opmars van de fulltime werkende vrouw optimaal, maar het kindertal loopt daar zo ernstig achteruit dat mede hierdoor de vergrijzingsgolf daar nog erger wordt dan hier.
In plaats van hoogopgeleide vrouwen met jonge kinderen te forceren fulltime te werken waardoor de volgende generatie vrouwen wordt afgeschrikt om kinderen te 'nemen', moet de maatschappelijke uitdaging juist worden om jonge vrouwen én hun partner te verleiden om kinderen te krijgen. Niet pas wanneer vrouwen ver in de dertig zijn, met alle medische risico's voor henzelf en hun kinderen, maar op z'n laatst voor hun 35e jaar. We kunnen tenslotte nimmer onze biologie ontkennen. Creatieve maatregelen om dit te bereiken zijn er volop te bedenken, zoals het fors verhogen van de leeftijd waarop vrouwen nog in aanmerking komen voor studiefinanciering.
Een derde feministische golf zou niet alleen in moeten houden dat vrouwen meegaan in de ratrace van mannen op de arbeidsmarkt, maar ook dat er een herwaardering van van oudsher vrouwelijke waarden plaatsvindt, zoals de verzorging van ouderen en kinderen. Zo'n derde feministische golf kan mannen stimuleren dit stuk in zichzelf te ontplooien, zodat zij samen met vrouwen de belangrijke taak op zich nemen om kinderen actief op te voeden. Kritische feministen zouden zich moeten realiseren dat sommige zaken in het leven met geen mogelijkheid in economische termen uit te drukken zijn, maar dat juist een aandachtige opvoeding van kinderen uiteindelijk in hoge mate onze economie dient.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *