Keus bij mishandeling: hoog- of zelfverraad

Keus bij mishandeling: hoog- of zelfverraad

Het conflict dat Hirsi Ali in haar film verbeeldt is niet typisch voor de islamitische wereld. Ook zwaar christelijke vaders misbruiken vrouwonvriendelijke teksten in de Bijbel als excuus voor hun daden. En verraad speelt een sleutelrol.

Carla Rus

In: Trouw, Podium, zaterdag 4 september 2004

VROUWENONDERDRUKKING

Ayaan Hirsi Ali heeft met haar samen met Theo van Gogh gemaakte film Submission weer een groot deel van de gelovige islamieten geshockeerd. Ook is het koren op de molen van die Nederlanders die de islam een achterlijke cultuur vinden. 

Helaas betreft de shock vooral de vorm van de film en de heiligschennis van de islam, en niet de misstand die Hirsi Ali aan de kaak wil stellen dat islamitische vrouwen onder hun sluiers soms de littekens van (seksueel) geweld verbergen. Zij heeft voor het maken van de film gesproken met vrouwen die in een blijf-van-mijn-lijfhuis waren opgenomen. Uit een onderzoek van het Trimbos-instituut blijkt dat zestig procent van de bewoners van blijf-van-mijn-lijfhuizen allochtone vrouwen zijn. Een groot deel van hen is islamitisch. Toen ik in 1983 mijn werk als psychiater/traumatoloog startte, was dit percentage slechts tien procent. Verder blijkt dat de vrouwen steeds vaker zwaar zijn mishandeld of kampen met ernstige psychische problemen. Zo is het aantal zelfmoordpogingen bij allochtone meisjes gemiddeld vijf keer zo hoog als bij autochtone, en is het aantal geslaagde zelfmoorden twee keer zo hoog. De blijf-van-mijn-lijfhuizen blijken met een groot capaciteitsprobleem te kampen.

De film is tevens een aanklacht tegen de vrouwonvriendelijke teksten in de Koran. Die zetten volgens haar aan tot mishandeling. Het door Hirsi Ali's verbeelde conflict is echter niet typisch voor de islamitische wereld.
In de vijftien jaar dat ik als traumatoloog met geweldsslachtoffers heb gewerkt, betrof dit regelmatig de behandeling van meisjes en vrouwen uit een zwaar christelijk milieu. Ik weet dus hoe groot de worsteling van deze vrouwen kan zijn met God. Immers, de aardse vader die hen mishandelt, lijkt een monsterverbond te hebben met de hemelse vader, die deze mishandeling toestaat. Vanaf de kansel wordt gepredikt dat God liefde is en hen, indien zij hem eerbiedigen, beschermt. In de praktijk staat God toe, dat hun vader of een ander familielid, zijn wil met haar doet. Een schrijnend voorbeeld hiervan is een vader die voor het slapengaan van zijn dochters uit de Bijbel voorlas, terwijl hij tegelijkertijd met zijn hand onder de dekens zat.

Ook de Bijbel staat vol met vrouwonvriendelijke teksten en ook die worden soms als excuus gebruikt door mishandelende vaders. Zo wordt bij incest door de dader soms naar voren geschoven, dat Lot kinderen verwekte bij twee van zijn dochters, en dat de Bijbel hier geen woord aan vuil heeft gemaakt; sterker nog: God stond toe dat uit deze vader-dochterrelaties twee sterke volkeren groeiden.
Hoewel in de behandeling van deze slachtoffers zorgvuldig aandacht besteed moet worden aan die verstrengeling tussen godsdienst en mishandeling, moet er aan de andere kant ook voor worden gewaakt dat de focus op de afzijdige God niet als afleidingsmanoeuvre gaat dienen voor een ander schrijnend besef. Namelijk dat het meisje in de gewóne realiteit wordt mishandeld door iemand die eigenlijk zorg voor haar zou moeten dragen, en dat ze ook nog eens in de steek wordt gelaten met dit probleem. Het is soms minder moeilijk om de worsteling met de verre God aan te gaan, dan tot je door te laten dringen dat je niet werd beschermd door je moeder, tante, buurvrouw, etcetera.
Wat betreft moeder komt daar nog eens bij, dat als het meisje zich met haar gaat identificeren, ze verstrikt raakt in moeders verraad. Dit leidt tot zelfverraad en tot versterking van het schuld- en schaamtegevoel. Mishandelde en misbruikte kinderen zijn vaak nog zo loyaal ten opzichte van hun ouders, dat het voluit boos op hen worden of afstand van hen nemen, als hoogverraad wordt gevoeld. Dan plegen ze nog liever zelfverraad.

Naast overeenkomsten tussen de slachtoffers uit een zwaar christelijk milieu en die uit het islamitische milieu, zijn er ook verschillen. Zo worden islamitische vrouwen bij het naar buiten komen met hun trauma vaak beticht van het feit dat zij de 'eer' van de familie aantasten. Autochtone vrouwen worden vaak beticht van het feit dat ze de 'harmonie' van het gezin verstoren en er de reden van zijn dat de familie uit elkaar valt. Ook zijn er aanwijzingen dat de repercussies voor een islamitisch meisje groter zijn dan voor een christelijk meisje. Zo is eerwraak nieuw in onze samenleving.
Overigens komt seksueel geweld in gelijke mate in christelijke en niet-religieuze milieus voor. De vrouwonvriendelijke teksten uit de Bijbel geven de daders een excuus, maar zetten waarschijnlijk nooit rechtstreeks aan tot die misdaad. Wellicht geldt dit ook voor de koranteksten.

Misschien is het voor islamitisch Nederland gemakkelijker om te ageren tegen de vorm van de film, dan er écht bij stil te staan wat mishandeling voor vrouwen betekent. En wat betreft het autochtone deel van de bevolking: steken we de hand in eigen boezem.
Hirsi Ali is een waardige vaandeldrager van de derde feministische golf. Haar uitlatingen zijn heel wat milder dan van haar voorgangers uit de eerste en tweede golf. Zij heeft met haar spraakmakende verbeelding het verschrikkelijke drama van huiselijk geweld blootgelegd, dat altijd in het verborgene plaatsvindt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *