Categorie archief: Blog

Veilig openbaar

Veilig openbaar

naakt loopt hij:
naakt zonder hemd, zonder veters,
ziel onder zijn schaamte.
een vriend van de hangplek, een broer, een afgesneden moeder
zouden zijn ziel zonder boord gemakkelijk kunnen zien,
zomaar kunnen raken. Dat deden ze in de jaren dat zijn haren
nog door kappers werden geknipt,
in dicht struikgewas en
sloten vol kroos.

hij zoekt in de straten altijd de lantarenpalen op,
ligt niet zoals anderen onder een brug.
iedereen kent alleen zijn lompen,
zijn ziel verborgen
voor vroeger.

Hoe oud

HOE OUD

De vrouw vroeg zich af hoe oud ze wilde worden
Ze besloot te wachten tot haar zintuigen zouden verstoffen
en de poort tot haar geestesoog
open zou gaan,

te wachten tot haar lichtgevoelige cellen op het ritme van de zee en de maan
zouden kunnen zien hoe talrijke vogels aan komen zwermen
om zich over een oude merrie te ontfermen
in de rui: haar versleten paardenharen als best
te gebruiken voor hun nieuwe nest

Dan zou ze rustig kunnen gaan

Carla Rus, januari 2017

Woorden

WOORDEN

Door het regenwoud geregen klaagt
de uil in een kruin lange klamme nachten
ijl van toon de dood aan

Onder een dak in de stad van vrede en recht klaagt
de uil in torenhoge stapels stukken
mensen die het klamme hout kappen aan

Kappende mensen klappen en klappen
of een uil wel wijs is en
klappen voor zichzelf als wijzer

Als hun toren van Babel omver wordt geblazen
rollen mensenwoorden kakelend de trappen af:
struikelen over elkaar
als in een drukke winkelstraat

De uil vliegt moegeroepen in de vleugels
van de nachtelijk aangeklaagde dood:
de gum, deleteknop en
versnipperaar:

Schrap, schrapte, geschrapt
wit, witter, gewit
stil, stiller, gestild
leeg, leger
(strijdbijl begraven)

Rust

Bijna evenbeeld

BIJNA EVENBEELD

Heeft hij spijt?
Spijt dat hij mensen schiep
ter verdrijving van zijn eenzaamheid?

Met verkrampte nek op zijn troon gezeten
waagt hij te waken over evenbeelden
uitdijend in tal van zucht:
beelden die rücksichslos in koppen hakken,
roetdeeltjes trekken in zijn klare lucht.
Heeft hij spijt?

Had hij mensen maar uit stukjes hemel gemaakt,
een zon met stralen boven de wei getekend,
en niet uit stukjes koud heelal
van ver na de oerknal
zodat entropie zijn kudde wettig
uitéén kon drijven
in vreemden en geweld

Is het hem daarom te doen:
om zijn zelf gevonden woord barmhartigheid?
Schiep hij hen net even anders dan zijn evenbeeld
opdat ze zouden lijden
en hij door geboorte in het vlees kon mede lijden
op zoek naar waarheid?

Wist hij waaraan hij begon toen hij na alle zeeën, meren,
landen in miljarden kleuren, algen, vissen, beren,
apen in vele soorten, het mensenkind ontwierp?
Wist hij dat het van die boom zou snoepen
waardoor zijn hoofd ging groeien:
goed en kwaad kon wegen
zonder veel geweten?
Stuurde hij het daarom uit zijn paradijs?
Heeft hij spijt?

Mensen vragen in hun schiet- en andere gebeden
troost.
Wordt het niet eens tijd hèm te troosten?

Hoge gezant

HOGE GEZANT

ze kijkt uit het raam:
de vrouw van wie de blinden van haar ogen zijn gevallen
zodat ze kan zien als een kind
hoe de ranke halmen wiegen op de golvende winterwind
als eeuwige slingers van een voorttikkende tijd
met pluimen die schitteren in het lage licht.

de pendule houdt zijn adem in,
het donkerte sluipt binnen:

de hoogste dirigent zwaait woeste wolken tot elkaar
zodat haar oren gieren en zij vurig bidt niet te hoeven knakken nu de aarde
woest en ledig is het oordeel mild mag zijn als zij boven komt om te zingen
en te fietsen.
haar fiets staat nog in de schuur.

soms is het goed je huid en ogen maar te sluiten
en te wachten tot het overwaait.
niets te verwachten: hoop oogst op zijn hoogst
wat hij belooft
na een volkomen onbekende slag
van de klok.

die nacht nemen de engelen haar zwaarte weg,
maar als de zon haar wakker zoent durft zij niet te kijken.
het is opnieuw stil, doodstil.
maar anders.
ze durft.
dan juicht en springt het kind in haar:
de fiere pluimen wijzen ongeknakt naar boven.
voor Pampus liggend wiegt en weegt zij haar beschikte lot:
stoer slikt zij haar pil.

Speelgoedhond

SPEELGOEDHOND

Als de spiegel breekt in mist,
dagen aan flarden worden gegist,
Wie zet toch die lampenkap op zijn kop? –
licht niet langer op het laatste nieuws schijnt,
steeds dieper de aarde in verdwijnt

Nee, zij niet, zoiets zou zij nooit doen,
dat doen alleen mensen die de weg kwijt zijn –
zij poetst en poetst het katoen

van de lampenkap kapot,
poetst haar tanden met de haarborstel
haar haren met haar tandenborstel,
geeft hem uit duizenden haar zoen

Wat moet de gebogen man doen
nu de ratio zijn burcht is maar het argument
gestorven,
zij schaterlacht om een speelgoedhond
met een sleuteltje aan zijn kont
om hem op te winden

Hij droomt in haar hun afgelopen weg: in woestijnen
op golvende kamelen gereden,
na stijle bergtochten naakt in meren gelegen,
haar vruchtbare bekken moegestreden:
voorover gekanteld als een offer aan
vreemde gezichten aan de muur

Hij ruikt tussen haar plooien en rimpels een zweem
van hen twee van voor het pleistoceen:
haar kieuwbogen
van toen zij nog van de zee waren,
haar staartbeen
waarmee zij in traverse langs rotsen zwierden

Marmor, Stein und Eisen bricht,
alles, alles geht vorbei aber unsere Liebe nicht –
hij veegt de scherven naar het licht
en koopt de hond

WAANZINNIG GROEN

WAANZINNIG GROEN

Zij denkt dat deze zee aan grasgroen gras waarin de madelieven dartelen
en de paardenbloemen zingen van haar is.
Zij heeft geen enkele twijfel dat dit deel van de aarde van haar is,
alleen van haar.
Zij is het immers die zaait, snoeit, harkt en de erfpacht betaalt?

Maar als de zon slaapt is haar paradijs voor het rijk der slakken:
geheel naakt of met een eigen huis.
Waar zouden de naakten slapen?
Zij eten de blaadjes van de bloemen en zijn verkikkerd op haar hosta,
zij raspen en zuigen het ene gat na het andere en ook zij denken
dat dit stuk van de aarde van hen is,
alleen van hen,
terwijl zij slaapt.

Als de maan slaapt zoent het zonlicht de aarde: de gele rozen, blauweregen,
roze hibiscus, witte yucca, fluwelen rus en het grasgroene gras.
Als de maan slaapt denkt de vrouw nog harder dat dit deel van de aarde van haar is,
alleen van haar.
Alsof mussen heggen als heggen kennen.
Alsof vlinders van hekken houden.
Maar laten we haar maar in die waan houden.
Het enige wat ze heeft zijn
groene vingers.

Onze angst weerspiegelt angst jihadstrijders

ONZE ANGST WEERSPIEGELT DE ANGST VAN JIHADSTRIJDERS

Samenvatting: Wat zich bij de jihad voordoet als vernietigende woede is tevens een uiting van heftige angst van jihadstrijders. Die angst zit niet zozeer aan de militaire top, alswel bij de jongeren die geronseld zijn. De primaire angst is ontstaan door onveilige hechting in de jeugd. Het zijn van oorsprong geen kwaadaardige driften, maar juist diepmenselijke behoeften die jongeren rijp maken voor IS. De structuur van bendes die onderdeel vormen van de straatcultuur, kunnen achteraf gezien worden als perfecte geestelijke voorbereiding op IS.
In het Kalifaat spelen groepsdynamische processen een rol zoals die zich in een secte en een totalitair regime voordoen. Deze processen kunnen voor naïve leden angstaanjagend zijn. Als de psyche uit zelfbescherming die angsten uit het bewustzijn verdringt, kunnen zij numbness (verregaande emotionele verdoofheid) opleveren. Dit maakt het gemakkelijker gebrainwasht te worden en misdaden tegen de menselijkheid aan te zien of zelf te plegen.
Eenmaal in de secte is er (bijna) geen weg terug. Maar wij kunnen in het Westen wel proberen zodanige maatschappelijke condities te creëren dat jongeren hier beter aansluiting vinden en daardoor minder snel ontvankelijk worden voor de rattenvangers van IS.

Profiel Westerse jihadstrijder
Schrijver Ilja Leonard Pfeijffer citeert in de NRC van 28 nov. een opvallende uitspraak van terrorisme-expert Beatrice de Graaf. Namelijk: “Om de terrorist te begrijpen, kun je beter bij een romanschrijver dan een wetenschapper terecht.” Pfeijffer pakt de handschoen op en doet met zijn prachtige artikel ‘Ik woon in de lichtstad, het licht is onbereikbaar’ een dappere poging hiertoe. (1)
Ik betwijfel echter de uitspraak van De Graaf (die ik overigens zeer hoog heb). Want wordt er tijdens het maken van een profiel van een jihadist wel diep genoeg in zijn ziel gekeken? Natuurlijk zullen de motieven van jihadisten onderling verschillen. Bij de een zal zijn handelen meer uit religiositeit of loyaliteit voortkomen, bij anderen meer uit opportunistisch theatraal machisme.
Pfeiffer levert het sleutelwoord voor een goede analyse: empathie. Immers, niet alleen de romanschrijver, maar ook de geesteswetenschapper behoeft empathie om de drijfveren van mensen te verstaan. Verder doen de geesteswetenschappen onderzoek naar de relatie tussen persoonlijkheidsstruktuur en gedrag en naar de relatie tussen groepsdynamische processen en gedrag. Ergo: ook met wetenschap kun je verder komen in het begrijpen van de terrorist.

Heftige angst wordt omgezet in primitieve woede
Massieve primitieve woede die erop gericht is om een (vermeende) agressor hard te wreken, wordt vaak (mede) gevoed door oude emoties. Die komen in het kielzog van de nieuw opgeroepen emoties mee. Deze oude gevoelens zijn doorgaans afkomstig uit een verleden gekenmerkt door trauma’s zoals verwaarlozing, pijn, angst, overmeestering, buitensluiting, machteloosheid, vernedering. Niemand wordt ‘zomaar uit het niets’ jihadstrijder is mijn overtuiging. Ook de meeste meelopers niet. Hoewel bij hen wel sprake is van andere motivationele factoren dan bij de voortrekkers. Bij de planners/makers van IS spelen nog weer andere drijfveren een rol.

Onveilige hechting
Je ontwikkelt als kind een veilige hechting indien verzorgers en samenleving sensitief op je angsten reageren – of deze angsten nu van binnenuit of buitenaf komen – zodat je deze leert beheersen. Wanneer je veilig gehecht raakt, ontwikkel je vertrouwen in anderen, zelfvertrouwen, empathie (inlevingsvermogen) en de bekwaamheid het gedrag van anderen in te schatten en enigszins te voorspellen. (2)
Adolescenten die zich laten vangen door de rattenvangers van IS zijn naar mijn idee niet alleen suggestibel voor de ééndimensionale boodschap, maar zijn ook vaak onveilig gehecht. Er is een gebrek aan maatschappelijke groepshechting waardoor zij zich niet in onze samenleving thuisvoelen. Maar soms is er ook op individueel niveau sprake van een onveilige gehechtsheidsstijl. Die ontwikkel je als kind in een één op één relatie met je opvoeders. (2)
Moeders houden zielsveel van hen, maar lijden nogal eens aan een heimweecomplex, kennen onze samenleving nauwelijks en/of hebben weinig gezag. Daardoor zijn zij niet altijd in staat om sensitief op de angsten van hun kinderen te reageren. Dochters worden dichtbij en kort gehouden, maar zonen worden als kind vaak overgeleverd aan de straatcultuur. (2,3, 4,5,6,7) Hier lopen de allerjongsten emotioneel gevaar, omdat daar het recht van de sterkste geldt. (2,4,5,7)

Straatcultuur maakt rijp voor IS
In de jaren ’80 was ik psychiater in Klarendal (achterstandswijk Arnhem) en in de jaren ’90 in de Schilderswijk (achterstandswijk Den Haag), alwaar ik bovenstaande fenomeen met pijn in mijn hart waarnam. In de straatcultuur wordt de hiërarchie bepaald op basis van durf, oppostioneel gedrag en verbale en/of nonverbale agressie. De oudere, meest agressieve jongen staat bovenaan de pickingorder en dwingt hiermee respect af. (2) Deze straatcultuur vormt achteraf de perfecte geestelijke voorbereiding voor een verblijf in het Kalifaat. Waarmee ik geenszins wil zeggen dat iedere jongen die ooit onderdeel was van de straatcultuur, zal radicaliseren!
De jongere kinderen identificeren zich bij voorkeur niet met de in hun ogen ‘onderdrukte’ vader, maar met deze imponerende jongen. Immers, hiermee kunnen ook zijzélf op termijn respect verwerven. Vaders proberen soms met harde hand hun zonen in het gareel te houden, wat contraproductief werkt. De extended family die in het land van herkomst meeopvoedt, is hier afwezig of gefragmenteerd. (2)
Naast gekrenkte trots door daadwerkelijke maatschappelijke vernederingen en discriminatie, trof ik soms ook het primitieve afweermechanisme projectieve identificatie aan. Dan gaan jongeren er al bij voorbaat van uit dat ik hen respectloos bejegen en gedragen ze zich hiernaar. Alleen al in het voorbijgaan deze jongens aankijken, leverde soms al op dat zij hun middelvinger naar mij opstaken en het woord ‘respect!’ naar mij sisten. Zij schatten mijn bedoelingen dus niet goed in (ik kwam bijvoorbeeld op huisbezoek omdat hun moeder ernstig depressief was). Dit getuigt van een gemankeerd inlevingsvermogen gebaseerd op een onveilige geheidheidsstijl. Ook was er sprake van generalisatie en identificeerden ze mij met hun éígen vooroordeel over mij. Voor je het weet roepen ze door self fulfilling prophecy op waar ze je van verdenken en is de circel rond.

Meelopers
Meelopers hebben behoefte aan een duidelijke leider die de richting aangeeft, ook in morele zin. Zij kunnen ideologisch gedreven zijn, maar motieven kunnen ook meer opportunistisch van aard zijn. Zij missen zingeving en richting in onze Westerse maatschappij. Soms hebben meelopers behoefte aan devotie en zelfs een zekere mate van onderdanigheid. Zij zijn vaak suggestibel en dus gevoelig voor suggesties van leiders. Hun onderschikte rol binnen de hiërarchie van IS geeft hen geen minderwaardigheidsgevoel, maar juist een eerbare positie in de groep. Zoals ‘de vrouw zijn van ‘die en die’ jihadstrijder’ (zo vertelde mij een zus van een vrouwelijke jihadist). (3,8)
Toch denk ik dat een redelijk grote groep naïve Westerse jihadisten absoluut niet wisten waar ze aan begonnen toen zij toetraden tot IS. Zij zullen schrikken van wat de strenge Sharia met haar genadeloze straffen in de praktijk betekent en zich onzichtbaar proberen te maken. Sommigen zullen het leven daar als een nachtmerrie ervaren. Zeker in combinatie met de angstwekkende oorlogshandelingen waar zij aan mee moeten doen of waar zij door bedreigd worden.
Meelopers zijn vaak laag in hiërarchie, maar kunnen in opdracht wel vreselijke wandaden moeten plegen of moeten ‘toelaten’. Zij zijn waarschijnlijk in de ban van – of worden volledig gedomineerd door – hun agressieve leiders. Zij durven niets tegen hun gruweldaden in te brengen uit angst zelf slachtoffer te worden van hun agressie. Verder spelen bij dit permissief gedrag numbness (verregaande geestelijke verdoving om heftige angsten te verdringen) en groepsdruk een rol.

Voortrekkers
Voortrekkers zijn vaak radicaler. Zij kunnen ideologisch gedreven zijn, maar een belangrijk motief is ook: aanzien en heldendom. Zij voelen zich vaak narcistisch gekrenkt door onze maatschappij en hebben tevens angst om ‘onaanzienlijk te zijn’. Ze zijn daarom ambitieus en heerszuchtig, met waarschijnlijk een laag angstniveau (door een aangeboren laag cortisol-gehalte – stresshormoon), waardoor zij meer angstaanjagende zaken aandurven. (7) Veel voortrekkers die ronselaar zijn, beschikken bovendien over demagogische kwaliteiten.
Een enkeling zal een psychopatische persoonlijkheidsstruktuur hebben met machtswellust en soms de lust om een ander pijn te doen (sadisme), zonder daar gewetensproblemen mee te hebben. 1 op 100 mensen is een psychopaat. (9) Wij komen psychopaten in onze geciviliseeerde samenleving – behalve in de onderwereld – ook als witteboorden-criminelen tegen, zoals in het management van grote bedrijven waaronder sommige financiële instellingen. (9)

Makers IS
Sadistische psychopatische leiders hoeven niet perse zelf fysiek tot ernstige misdaden over te gaan. Maar zij zullen hiervan wel vaak getuige zijn of er weet van hebben wanneer leden lager in rang deze in opdracht van hen uitvoeren. Ik veronderstel dat veel van de oud-officieren van Sadam Hoesein die IS vorm hebben gegeven (10) een dergelijke persoonlijkheidsstructuur hebben. Door de heftige vernederingen na de val van hun leider zinnen zij waarschijnlijk al jaren op wrede wraak. Verder waren ze binnen het bewind onder Sadam gewend om als hoge militairen opdracht te geven tot het plegen van gruwelijke wandaden tegen mensen, zoals het gebruik van gifgas tegen de Koerden in Noord-Irak.
De opzet van het Kalifaat geeft de psychopaten de legitimatie om zonder scrupules hoofden af te hakken en andere gruwelijke misdaden te plegen. De motivatie van de hogere Iraakse militairen bij het creëren van IS is mogelijk niet in de eerste plaats religieus van aard. Religie is volgens Christof Reuter slechts een middel voor hen om weer aan de macht te komen. (10) Jonge Westerse jihadisten die ideologisch worden gedreven tot de jihad worden door deze hogere militairen dus zonder scrupules gebruikt voor eigen machtswellustige behoeften. Dit past opnieuw in hun psychopatische plaatje.

Groepsdynamiek
Veel normaal functionerende mensen kunnen onder groepsdruk en het gezag van een autoriteit grensoverschijdende gedrag vertonen. Ik herinner jullie aan het experiment naar conformisme in de jaren ’70. Hierbij bleek dat minstens 50 % van de proefpersonen onder invloed van deze conformeringsmechanismen in staat te zijn een ander mens pijnlijke elektrische schokken toe te dienen. Ook tijdens de WO II bleken doodgewone Duitsers – door sectarische bewustzijnvernauwing en angst voor represaille-maatregelen binnen het totalitaire systeem, in staat misdaden tegen de menselijkheid te plegen. In elk volk blijken in een andere tijd onder andere omstandigheden vele mensen tot zoiets in staat. Laten we ons daarover geen illusies maken. Een stevige mix van onafhankelijk denken, een laag angstniveau en veel empathie, is bijna de enige remedie tegen het ingezogen worden in een dergelijke groepsdynamiek.
Sectarische bewustzijnsvernauwing lijkt op massahysterie, maar gaat behalve met angst ook met dwang gepaard. Verder wordt sectarische bewustzijnsvernauwing meer door rationalisaties bepaald (van obsessieve aard) en door een strakke, dogmatische structuur. IS is strak en militair opgezet, met veel geheime diensten die ook elkaar bespioneren. (10) Dat geeft grote onveiligheid in de groep, want je kunt daardoor niemand vertrouwen.
Bij massahysterie krijgen juist primitieve emoties meer de vrije loop (en zijn cognities slechts een afgeleide hiervan), zodat er eerder sprake is van chaos dan van stuctuur. Sectarische bewustzijnsvernauwing is naar binnen gericht (de isolatie is een onderdeel van het proces van radicaliseren), terwijl massahysterie zich juist als een vlek naar buiten toe uitbreidt.
Eenmaal in het Kalifaat is er sprake van een totalitair systeem, waar je je als lid niet tot nauwelijks meer aan kunt onttrekken. Dan nemen bij velen de groepsdynamische factoren de overhand boven de individuele. Maar de individuele factoren (gebrek aan inlevingsvermogen door onveilige hechting, straatcultuur en maatschappelijke vernederingen), bepalen wel de gevoeligheid om ontvankelijk te worden om ingezogen te worden in IS.

Antisociale en borderline ontwikkeling
In plaats van dat wij het gedrag van die rotjochies in onze wijken als een cry for help opvatten, negeren wij dit vaak, of gaan tot repressie over. Hoewel gezegd moet worden dat opbouwwerkers in bepaalde projecten zeer goed werk doen om de jongeren binnen boord te houden.
Uit onderzoek blijkt dat er een causaal verband is tussen verwaarlozing en harde straffen enerzijds en onveilige hechting anderzijds, met een grotere kans op een antisociale of borderline ontwikkeling. (2)
En IS hééft een interne borderline – en antisociale organisatie. Kenmerken daarvan zijn het zwart-wit denken, het ‘als je niet volledig vóór ons bent, ben je tegen ons’ en de diepe, suïcidale razernij die zich richt op onze samenleving. Een samenleving die hen vernederde en die tevens als pleisterplaats dient om andere verinnerlijkte gekwetse gevoelens te kanaliseren en projecteren.
Onverwerkte heftige angst wordt regelmatig omgezet in woede en destruktie. Dit kennen we ook van de posttraumatische stressstoornis. En diepe depressies die met veel angst gepaard gaan, leiden ook eerder tot suïcides dan depressies met minder angst. Angst vermomt zich dus regelmatig als agressie. Ook haat heeft vaak als doel het ‘ik’ te beschermen tegen verdere aantasting van de eigenwaarde als reactie op een ernstige narcistische krenking. Hetzelfde geldt voor jaloezie die een drijfveer voor haat kan zijn.

Jaloezie en haat
De diepgaande haat van jihadisten tegen het Westen komt echter niet alleen voort uit ondergane vernederingen en de arrogante houding van het Westen ten op zichte van andere culturen (waaronder de moslimcultuur). Die haat bestaat in mijn optiek namelijk – behalve uit afkeuring, walging, angst en afstoting – ook uit een angstaanjagende aantrekkingskracht en afgunst ten op zichte van onze vrije, hedonistische cultuur. Omdat aantrekkingskracht tot de vijand een zeer gevaarlijke emotie is, moet deze met kracht onderdrukt worden. Hierdoor wordt de haat zo vernietigend groot. Deze verzengende haat weerspiegelt echter ook de angst van jihadstrijders. De zelfdestruktieve haat wijst op doodsdrift waarbij zoveel mogelijk mensen – waarop de haat zich richt – mee de dood ingenomen moeten worden. Deze doodsdrift wordt gerationaliseerd door zichzelf voor te houden dat zijzelf als martelaars van Allah sterven. Het ultieme herstel van het geschonden eergevoel.

Groepsdier en gedrag
Een mens is een zoogdier dat in groepen leeft. Als onze samenleving geen veilige groep biedt waar je ‘wordt gezien en erkend’, zoekt een mens het een deurtje verderop. Het zijn van oorsprong geen kwaadaardige driften, maar juist diepmenselijke behoeften die jongeren rijp maken voor IS. The feeling of belonging. (2,8)
Naast zeer stevige curatieve maatregelen om IS als een kankergezwel met uitzaaiingen op afstand te bestrijden, moeten we mijn inziens ook preventieve maatregelen met zachte hand nemen om een níéuwe generatie Westerse jihadstrijders te voorkomen. Dat kunnen we doen door vroeg in het socialisatieproces van kinderen in te grijpen. Mijn ervaring is, dat je bij sommige jongens al op achtjarige leeftijd te laat bent. (5,6) Behalve dat ouders en kinderen verplicht naar een consutatiebureau moeten, zou dit ook voor een opvoedingscursus moeten gelden. Niet gesegregeerd, zodat we elkaar beter leren kennen en van elkaar kunnen leren. Dit kan tevens bijdragen aan de broodnodige groepshechting die onze gefragmenteerde samenleving ontbeert. (2) Onze samenleving prioriteert lichamelijke zorg tot nu toe boven geestelijke zorg. Dit zou in evenwicht moeten zijn.
Verder lijkt het me nuttig om jongeren die op de drempel staan te radicalieren en zich aan te sluiten bij IS – of zich hierdoor laten inspireren – in te lichten over de werkelijke motieven van de oude legertop van Saddam Hoessein. Dat zij onder valse voorwendselen naar IS toe worden gelokt. De uitdaging zal zijn om de juiste social media en de juiste toon te vinden om hen te bereiken. Zoals de rattenvangers van IS de kunst verstaan om jongeren te brainwashen, moeten ook wij proberen hen positíéf te beïnvloeden.
Als psychotherapeut heb ik geleerd dat je niet kunt snoeien zonder er iets voor in de plaats te stellen. Ook daar moet over nagedacht worden. Iets wat uitdagend genoeg is voor een adolescent, een hoger ideaal vertegenwoordigd en jongeren een belangrijke plek in de samenleving geven. Zij moeten zich nodig voelen. Laten we onze jongeren hierbij blijven steunen: met liefde, aandacht, geduld en volharding!

Literatuur
1.Pfeiffer, Ija Leonard (2015). Ik woon in de lichtstad, het licht is onbereikbaar. NRC: 28 nov. 2015.
2. Rus, Carla (2006). Bruisend en breekbaar. Jongeren op drift door gefragmenteerde maatschappij. Tijdschrift voor Humanistiek. Universiteit voor Humanistiek. Utrecht: dec. 2006: pp 99-110; én op deze website onder: Artikelen, cat. C.
3. Rojatte, Franca (2015). ISIS: nella mente delle terroriste? (Wat speelt speelt zich af in de geest van de terrorist?) Intervieuw met mij over motieven van vrouwelijke jihadisten. In de Italiaanse Panorama (02-01-2015) en op deze website: bij Artikelen, cat. H.
4. Rus, Carla (2010). Wegkwijnen in ontheemding. Debatartikel in het Maandblad voor de Geestelijke Volksgezondheid (MGV); en op deze website: bij Artikelen, cat. C.
5. Rus, Carla (2004); Marokkaanse moeder te machteloos. De Volkskrant (18-11-2004).
6. Rus, Carla (2007). Rotjochies in Slotervaart soms ziek, maar niet zielig. Dagblad Trouw (25-10-2007); en op deze website: bij Artikelen, cat. C.
7. Rus, Carla (2005). Mohammed B.: agressief geboren of geworden? Het Parool (26-07-2005); en op deze website: bij Artikelen, cat. C.
8. Rus, Carla (2006). De lokroep van de Islam. Maandblad Opzij (sept. 2006) en op deze website: bij Artikelen, cat. H.
9. Babiake, Paul en Hare, Robert (2006). Snakes in suits. When psychopats go to work. Uitgev.: Harper Collins (UK).
10. Reuter, Christoph (2015). Der Schartze Macht. Der islamitische Staat und der Strategen des Terrrors. Uitgev. Der Spiegel.

Zie ook andere artikelen over dit onderwerp op deze site onder cat. C en cat. H. Zoals bijvoorbeeld: Emancipatie Marokkaanse moeder beschermt tegen jihad. (2004). In Trouw, 06-12-2004.
Lees verder