VAN LIEMPT BEPAALT TEVEEL WAT ER IN ONS NATIONAAL GEHEUGEN KOMT

17 juni 2019

VAN LIEMPT BEPAALT TEVEEL WAT ER IN ONS NATIONAAL GEHEUGEN KOMT

Vooraf:
Onderstaande blog heeft niet als doel karaktermoord op Ad van Liempt te plegen. En met wraakgevoelens jegens hem heeft het al helemaal niets te maken. Maar met mijn aardige brieven aan hem en met mijn artikelen de laatste tien jaar heb ik tot nu toe helemaal niets bereikt. Ik heb die brieven gewoon het zwarte gat ingestuurd. Omdat Van Liempt een van de bedenkers is van het historische programma Andere Tijden en op het gebied van de oorlog waarschijnlijk een van de voornaamste adviseurs is van de NPO-directie, werkt het hem niet kunnen bereiken over wezenlijke informatie over de oorlog als een potdichte deur. In plaats van positief, probeer ik nu maar eens negatief aandacht te vragen voor een aantal thema’s (lees voor negatief: kritisch).

Indeling blog:

I. De media
II.1 De serie De Oorlog
I.2 De Slag om de Schelde
I.3 Het programma Andere Tijden
I.4 Voorliefde voor foute mensen?
I.5 Oorlogskinderen
I.6 Achter de Dijken
I.7 Bevrijdingsjournaals
I.8 Herdenking bevrijding

II. De wetenschap
II.1 Kritische columns van Frits Barend en Ko Colijn
II.2 Proefschrift over Gemmeker
II.3 Kille leugenaar
II.4 Van Liempts hypothese
II.5 Bronnen
II.6 Persoonlijkheidsstructuur
II.7 Devaluatie doctorstitel?
II.8 Gunnen

III. Persoonlijk nawoord

I. De media

I.1 De serie De Oorlog
Toen in de verder mooie serie De Oorlog in 2009 enigszins geringschattend over het verzet werd gesproken (‘dat was op zijn hoogst misschien goed voor het moreel geweest’), was mijn lieve vader Jaap Rus, die in het Zeeuwse verzet heeft gezeten, onaangenaam verrast. Hij had Ad van Liempt, de maker van deze serie, namelijk altijd heel hoog gehad. Mijn vader en zijn verzetsmakkers hebben onderduikers geholpen, waaronder Joodse mensen en illegale kranten gedrukt en verspreid. Verder spioneerden zij voor de geallieerden. Mijn vader heeft hierdoor twee van zijn beste vrienden verloren en heeft hier zijn hele leven onder geleden. (Zie mijn boek Breekbare helden). Ook stoorden wij ons beiden aan de opstelling van Van Liempt dat ‘alles in de oorlog eigenlijk gewoon doorgegaan zou zijn’ en dat het meer ‘toeval’ was of je in de oorlog aan de goede of ‘zogeheten’ foute kant terecht was gekomen. Maar mij vader heeft bewúst voor het verzet gekozen, al wist hij niet waaraan hij begon. Zoals een klasgenoot van hem bewúst voor de SS koos, al wist ook hij niet waaraan hij begon (hij stierf als SS soldaat aan het Oostfront).

I.2 De Slag om de Schelde
Ook werd in de serie De Oorlog geen enkele keer de term ‘De Slag om de Schelde’ genoemd: de grootste slag op ons grondgebied met 10.000 slachtoffers, waaronder 1599 burgerdoden. Een zeer belangrijke slag die noodzakelijk was nadat de aanvoerlijnen vanaf Normandië te lang waren geworden en de haven van Antwerpen gebruikt moest worden om vers materieel aan te voeren. Ook hier was mijn vader zeer teleurgesteld over. In 2005 had mijn vader over deze slag al een artikel geschreven in Kontakt door Aantreden, het blad van de Nationale Federatieve Raad voor het Voormalig Verzet Nederland (ligt bij het NIOD). Het Zeeuwse verzet heeft bij deze slag een betekenisvolle rol gespeeld. Zij voorzagen de geallieerden voorafgaande aan de slag van geheime, lokale informatie en tijdens de slag zelf loodsten zij hen door het drassige land en vochten ze mee. Ze waarschuwden de geallieerden – via hun unieke zendernetwerk – wanneer er op een bepaalde plek geen Duitse manschappen meer zaten. Hierdoor stopten de geallieerden met onnodige bombardementen en werden er veel mensenlevens gespaard. Toch niet gering… Zelfs Hitler heeft zich persoonlijk met het Zeeuwse verzet bemoeid omdat hij vreselijk last van ze had (door hem terroristen genoemd). Dit blijkt uit het Kriegstagebuch van 6 november 1944, waarin hij om 03.30 getergd beveelt al het weerbare volk in het Westgebiet te evacueren (zie een kopie van die pagina van het Kriegstagebuch op pp. 218 van Breekbare helden).
Ik schreef in 2009 na de serie De Oorlog de heer Van Liempt (en ook aan de directie van de (toen) NPS en aan de presentator Rob Trip) een aardige brief (met complimenten voor de serie) van drie kantjes, om hen te informeren over deze belangrijke slag en de rol van het verzet hierbij. Maar niemand heeft hier ooit op gereageerd.

I.3 Het programma Andere Tijden
Dat ik niet gehoord werd, zette mij aan tot het schrijven van twee essays in Trouw in Letter & Geest. Op 24 april 2010 publiceerde ik: Mijn vader heeft gekozen. Ik stuurde opnieuw een aardige brief aan Van Liempt en de NPS-directie dat dit artikel in Trouw was verschenen. Wederom kreeg ik geen enkele reactie. Ook in de programmering van de achtergrondprogramma’s over de oorlog zag ik niet terug dat Van Liempt (en de directie) mijn brief hadden gelezen of kennis hadden genomen van mijn essay in een landelijke krant. Op 4 april 2015 schreef ik in Trouw: Zeelands vergeten oorlog. Ik had nog steeds de naïeve opstelling dat als ik de informatie over deze belangrijke slag opnieuw, en nu nog uitgebreider dan de vorige keer, in een landelijke krant zou publiceren, dit misschien nu wél bij Van Liempt en de NPO-directie zou doordringen. Want de PZC en Omroep Zeeland waren al jaren bezig met het vragen van aandacht voor deze belangrijke slag, zonder dat deze slag ook maar enige aandacht op de nationale televisie had gekregen. Alleen de EO reageerde op mijn essay en nam op 4 mei 2015 een radio-interview hierover af bij de Zeeuwse historicus Hans Sakkers en bij mij. Maar op de journaals en in de achtergrondprogramma’s, zoals Andere Tijden, bleef er ook in de jaren daarna nog steeds in een slordig tussenzinnetje gezegd worden: “het zuiden was al bevrijd”, alsof dit zonder slag of stoot was verlopen.

I.4 Voorliefde voor foute mensen?
Naast die veronachtzaming van Ad van Liempt voor de Slag om de Schelde en wat die slag voor Zeeland en voor heel Noordwest-Europa had betekend, ging het mij steeds meer opvallen dat Van Liempt bij zijn publicaties een voorkeur lijkt te hebben voor mensen die fout waren in de oorlog. Er is op zich natuurlijk helemaal niets mis mee als je grondig de foute kant onderzoekt en belicht. Maar als je tegelijkertijd wat geringschattend over het verzet spreekt, leidt dit in mijn ogen wel tot scheefgroei. Dit zou niet zo’n heel groot probleem zijn geweest wanneer Van Liempt alleen verantwoordelijk zou zijn voor zijn eigen publicaties en boeken en niet zo’n invloedrijk mens was. Immers, bij zo’n machtige mediaman kan deze houding ook leiden tot selectieve aandacht voor de oorlog bij de héle publieke omroep. En dat raakt rechtstreeks ons nationaal geheugen.
Geert Mak schreef op 10 april 2019 in het Parool lovend over Van Liempt dat hij een onuitwisbare stempel op de Nederlandse geschiedschrijving heeft gedrukt, met name in het samenspel tussen journalistiek en geschiedenis. En dat is ook zo. Maar beseft Mak ook dat Van Liempt door zijn macht in Hilversum wel heel veel zelf lijkt te bepalen op welk deel van de geschiedenis dat stempel wordt gezet en welke profiel dat stempel heeft?

I.5 Oorlogskinderen
Van Liempts voorkeur voor foute mensen in de oorlog leidde er onder andere toe dat hij in 2017 het foute boek Oorlogskinderen van Isabel van Boetzelaer zeer warm promootte toen Van Liempt het boek als eerste in ontvangst nam. Ik zag een filmpje hierover op internet, dat er ondertussen is afgehaald. Wanneer publicist Maarten van Voorst tot Voorst niet zo goed op had gelet en de bronnen van de auteur had gecheckt, had Van Liempt er gewoon mee weg kunnen komen. Van Boetzelaer bleek de archiefstukken en andere bronnen zeer selectief te hebben gebruikt waardoor zij de rol van haar vader als jodenjager kon vergoelijken. De rol van haar grootvader als commandant van een krijgsgevangenkamp liet ze in zijn geheel onvermeld. Ze fantaseerde zelfs een heel verzetsverleden bij elkaar; dingen die nooit waren gebeurd. (Zie o.a.: Zo had dit boek niet mogen verschijnen in de NRC van 25 augustus 2017). En juist van dit boek heeft Van Liempt bij het uitkomen ervan gezegd dat “dit hoge niveau komt zelden voor”.… Nog bevreemdender is het, dat Van Liempt door zijn eigen boek Jodenjacht uit 2011 had kúnnen weten dat het verhaal van Boetzelaer niet kon kloppen. Want ten behoeve van het schrijven van zijn boek Jodenjacht was het omvangrijke oorlogsdossier van Willem Boetzelaer uitgebreid onderzocht. Het geheugenverlies van Van Liempt hierover verraadt dat hij dit onderzoek waarschijnlijk niet zelf heeft verricht, maar door iemand anders heeft laten doen. Uiteraard sla je zaken dan minder goed in je geheugen op. Ik gebruik niet voor niets de term geheugenverlies, omdat we deze term ook weer tegenkomen in Van Liempts biografie over Gemmeker.

I.6 Achter de Dijken
Misschien ben ik door de selectieve aandacht en ‘het weglaten van data’ door Van Liempt – en zijn grote invloed op de publieke omroep op het gebied van de oorlog –ondertussen wat paranoïde geworden. Dit naar aanleiding van het volgende voorval. Eerst zou de KRO/NCRV met haar programma Achter de Dijken al voor de zomer 2019 met haar serie over ‘Vrijheid’ starten. In de eerste aflevering zat een groot interview met mijn vader als verzetsman, afgenomen door Leo Blokhuis. Mijn vader heeft daarin onder andere verteld dat hij de Atlantikwall bij Westkapelle (op Walcheren) heeft bespioneerd. Een van de plekken waar later een invasie van de geallieerden plaatsvond waardoor, net als in Normandië, de Atlantikwall werd doorbroken. Maar een van de redacteuren liet mij weten dat deze aflevering niet alleen veel korter moest worden van de NPO-directie (tot twee keer toe ingekort), maar dat deze serie ook nog eens helemaal is verplaatst tot ver na september ten faveure van Andere Tijden op 31 augustus 2019. Mochten álle programma’s op de NPO ingekort moeten worden, kan ik me één keer inkorten nog wel voorstellen. Maar waarom nadat dit was gebeurd, ook nog eens een tweede keer er achteraan? En waarom krijgt Andere Tijden dat zijn programma voor 31 augustus nog helemaal niet klaar heeft, ineens voorrang op het programma Achter de Dijken, dat al wel alles in de startblokken had staan? ‘Omroeps wegen’ zijn voor mij ondoorgrondelijk. Bovendien is het in mijn optiek een vorm van kapitaalvernietiging om een reeds ‘af’ programma tot twee keer toe te moeten inkorten. En ook zeer jammer dat er tot twee keer in het interview met mijn vader gesneden moest worden (en ik neem aan ook in andere gedeelten van deze aflevering).

I.7 Bevrijdingsjournaals
Ondertussen zijn de bevrijdingsjournaals begonnen. Een originele manier om de geschiedenis te vertellen: als een CNN-Breaking News program. Ik zou Van Liempt, die hier de bedenker van zou zijn, hier graag mijn complimenten voor willen geven. Ware het niet dat het TV-regisseur Bob Rooyens is die deze geniale vorm heeft bedacht en al veel eerder heeft toegepast bij WDR en Arte. Hij kreeg hiervoor de pretentieuze Grimme-Preis. Blijft over om mijn complimenten over te brengen aan Ad van Liempt en de NPO om deze vorm ook toe te passen op onze eigen bevrijdingsjournaals.
De eerste reeks (begin juni 2019) ging over de invasie in Normandië op 6 juni 1944. De volgende reeks zal in september volgen. Op het programma staat dan operatie Market Garden. Een mooie slag om te verslaan met die heroïsche luchtlandingsoperatie en de tere parachutes die als vlinders naar beneden komen dwarrelen. We zagen deze slag al vaker op de Nederlandse televisie voorbijkomen. Maar die slag is helaas wel mislukt. Terwijl vanaf 4 september 1944 ook 85 dagen lang de Slag om de Schelde gaande was. Deze slag is wel gelukt. Een slag in de modder en het bloed van duizenden, waarbij een heel eiland onder water werd gezet, waarbij vele stadjes en dorpjes volledig werden platgebombardeerd, waarbij soldaten tot hun middel in het water liepen, terwijl er een koude, aanhoudende herfstregen viel. En….waarbij het verzet een betekenisvolle rol speelde. Maar deze slag ontbreekt wéér op het programma van de bevrijdingsjournaals in september 2019…
Gelukkig kon ik via historicus Christ Klep (die de ‘duider van dienst’ is van de bevrijdingsjournaals en die een voorwoord voor mijn boek Breekbare helden schreef) aan de naam van een van de redacteuren van de bevrijdingsjournaals komen. Die heb ik nu mijn boekje Zeeland bevrijd! De Slag om de Schelde |oktober- november 1944 gestuurd, met een brief erbij waarin ik een warm pleidooi houd om in september toch vooral ook aandacht te schenken aan de Slag om de Schelde. Deze slag was immers zeer noodzakelijk voor het heroveren van heel Noordwest-Europa en vond notabene op ons eigen grondgebied plaats?! Als deze slag niet was gelukt, had de oorlog zomaar een half jaar langer hebben kunnen duren. Gezien mijn negatieve ervaringen met het schrijven van brieven aan Ad van Liempt en de publieke omroep om hen aangaande de oorlog op iets wezenlijks te attenderen, ben ik er echter niet gerust op… Mijn nijpende vraag hierbij is: zou van Ad van Liempt zo’n flinke vinger in de pap van de programmering van de bevrijdingsjournaals hebben, dat hij de geschiedenis zélf een beetje naar zijn hand kan zetten…?

I.8 Herdenking bevrijding
Op 31 augustus 2019 wordt herdacht / gevierd dat het 75 jaar geleden is dat de ‘Slag om de Schelde’ plaatsvond. Voor het eerst in 75 jaar komt hier iets van op de nationale televisie. Het is de aftrap van een hele televisiereeks over de bevrijding tot 5 mei 2020. En de Koning komt naar Zeeland (en misschien komt zelfs Trump, hoewel ik dat niet erg waarschijnlijk acht…). Hier kan de NPO natuurlijk niet omheen…
’s Avonds komt er nu dus ook een extra uitzending van Andere Tijden ten faveure van Achter de Dijken. Op zich lovenswaardig wanneer Andere Tijden na 75 jaar de Slag om de Schelde eindelijk eens aan de orde zou laten komen (als ze dat tenminste echt gaan doen … want ik vrees dat de uitzending weer vooral over operatie Market Garden zal gaan…). Maar stel dat die uitzending (ook) over de Slag om de Schelde gaat, dan vermoed ik dat, wanneer Van Liempt nog steeds veel invloed mocht hebben op Andere Tijden, de hulp van het verzet bij deze slag in deze uitzending ver te zoeken zal zijn. Want dan zou Van Liempt moeten toegeven dat het verzet ook op dit punt wel degelijk iets positiefs heeft gedaan.

II. De wetenschap

Ik heb weinig verstand van de media: de wereld waar Ad van Liempt zo’n grote invloed heeft. Dat de media selectief met informatie omgaan en dat wij als afnemers in onze eigen bubbel zitten (ook online), is mij natuurlijk bekend.
Van het wetenschappelijke bedrijf weet ik iets meer af. Althans op het gebied van de Bètawetenschappen en de geneeskunde, waaronder de neurologie en psychiatrie. Op het gebied van de historie weet ik relatief weinig van het wetenschappelijke bedrijf. Daarom moeten mijn kritische kanttekeningen hieronder bij het proefschrift dat Van Liempt dat hij op 9 mei 2019 verdedigde, met enige reserve worden gelezen. Want ook al heb ik twee historische boeken en diverse historische artikelen geschreven, dat maakt mij nog niet tot een historicus.
Eerst enige informatie van twee andere criticasters voorafgaande aan de promotie:

II.1 Kritische columns van Frits Barend en Ko Colijn
Op 30 maart 2019 schreef Frits Barend in oud-verzetskrant Het Parool een aanklacht in acht bedrijven tegen Ad van Liempt, met als voornaamste aanklacht dat Van Liempt met andermans veren pronkt (en tussen de regels door ook dat Van Liempt liegt, want heeft hij het boek van Van Boetzelaer nu gelezen, meegelezen of alleen gescand? Ook het woord liegen gebruik ik niet voor niets, want ook deze term speelt een cruciale rol in Van Liempts proefschrift over Gemmeker). Verder schrok ik ervan toen ik las dat een van de promotoren, prof. Doeko Bosscher, voorzitter is van de Raad van Toezicht van kamp Westerbork, waar Van Liempt lid van de Raad van Advies is. De hoge heren zullen de termen belangenverstrengeling en vriendjespolitiek toch wel kennen?
Verder werd ik op 26 april en 3 mei 2019 getroffen door twee kritische columns in VN door prof. Ko Colijn – die ik qua deskundigheid heel hoog heb – over de promovendus Ad van Liempt. Hij vindt dat Van Liempt, door het boek van Boetzelaer – waarin zo selectief met bronnen wordt omgegaan – zo te promoten, zich eigenlijk gediskwalificeerd heeft voor de doctorstitel. In zijn column in 2009 viel Colijn ook al over een eerdere uitspraak van Ad van Liempt in de NRC, vlak voor de uitzending van De Oorlog, dat het bombardement op Rotterdam geen terreurbombardement was geweest. Rotterdam werd immers actief door de Nederlanders verdedigd, zodat de Duitsers het ‘recht’ hadden om aan te vallen? Zo zou het oorlogsrecht in elkaar zitten. Dit is een redenering die ook ik absoluut niet kan volgen. Hij is door Colijn niet alleen juridisch onderuit gehaald, maar getuigt ook van gebrek aan respect voor de burgers die het slachtoffer werden van dit grote bombardement. Ook de oma en ouders van Colijn hebben zwaar onder dit bombardement geleden en desgevraagd had de oude moeder van Ko Colijn geen goed woord over voor de opstelling dat dit bombardement volgens het oorlogsrecht was verlopen. En dat, terwijl Van Liempt er altijd zo prat op gaat dat hij – in tegenstelling tot Lou de Jong – zoveel oog zou hebben voor gewone mensen in de oorlog…

II. 2 Proefschrift over Gemmeker
In april 2019 verscheen de biografie van Ad van Liempt over kampcommandant van kamp Westerbork: Albert Konrad Gemmeker. En eerlijk is eerlijk: Van Liempt kan goed en toegankelijk schrijven, dus het is een zeer lezenswaardig boek. Maar het is niet de eerste biografie die over Gemmeker verscheen, zoals wordt beweerd, dat had Lotte Bergen in 2013 al geschreven.
Op 9 mei 2019 promoveerde Ad van Liempt bij de RUG op deze biografie over Gemmeker. Bij de ‘documentatiegroep ’40 ’45’ – waarvan ik ook lid ben – is over Van Liempt al heel lang bekend, dat hij de research meestal door anderen laat verrichten. Dit blijkt ook uit Van Liempts geheugenverlies voor het materiaal voor zijn boek Jodenjacht, waarvan hij de research waarschijnlijk door anderen heeft laten verrichten. Maar bij het schrijven van een proefschrift en het daarmee het verkrijgen van de doctorstitel hoort in mijn optiek dat je je onderzoek geheel zelfstandig verricht. Want onderzoek doen is een vak apart. Het is vaak monnikenwerk en geen flitsende onderzoeksjournalistiek. Echter, Van Liempt meent dat het vak van journalist niet ver af ligt van het vak van onderzoeker, zo liet hij in een interview op de radio weten. Nu had Rembrandt ook hulpjes die hielpen bij het voltooien van zijn prachtige schilderijen waar wel zijn naam onder kwam te staan. Maar de eisen bij het schrijven van een proefschrift liggen natuurlijk wel heel anders…

II.3 Kille leugenaar
Op 2 mei 2019 stond er in de NRC een recensie van de biografie van Gemmeker door Van Liempt met als titel: Ad van Liempt ontmaskert de ‘kille leugenaar’ van Westerbork. En op 3 mei stond er in NRC een artikel met als titel: De leugenachtigheid van een gentleman. De hoofdboodschap van beide was dat Van Liempt was gelukt wat de Nederlandse en Duitse rechters niet was gelukt. Namelijk aantonen dat Gemmeker wel degelijk geweten heeft dat de Joden die hij vanuit Westerbork deporteerde het er in meerderheid niet levend af zouden brengen.
Nu denk ik dat Van Liempt gelijk heeft dat Gemmeker ervan afwist, maar heeft Van Liempt dit ook wetenscháppelijk aangetoond, vroeg ik me af.

II.4 Van Liempts hypothese
De hypothese die Van Liempt had bij zijn onderzoek naar Gemmeker komt er vrijelijk op neer, dat Gemmeker glashard kon liegen en dat hij dus ook in de rechtszaal – waar hij zich beriep op het ‘niet weten’ of zich ‘niet herinneren’ (‘geheugenverlies’) wat er met zijn kampgevangenen die op transport werden gezet, gebeurde – glashard gelogen heeft. Ik zeg niet voor niets ‘vrijelijk’, want Van Liempt poneert nergens een duidelijke probleemstelling.
Dat Gemmeker glashard kon liegen heeft Van Liempt door het combineren en deduceren van meerdere bronnen in mijn optiek zeer zeker aangetoond. Over zijn beschouwingen over de persoonlijkheidsstructuur van Gemmeker heb ik wel enige vraagtekens (zie onder kopje II.6).

II.5 Bronnen
——- 1.Van Liempt heeft inzage gekregen in de originele verhoren van de drie rechters (één Nederlandse en twee Duitse), die volgens de NRC eerder nog vertrouwelijk waren. Dat zou dus een unieke bron zijn. Maar de diverse Nederlandse verhoren afgenomen door J. Schoenmaker zijn al uitgebreid in meerdere publicaties besproken. Op zich terecht dat Van Liempt vele malen naar deze belangrijke verhoren en naar het vonnis van de rechter verwijst. Maar de toenmalige rechter kon naar aanleiding van deze verhoren in 1948 niet bewijzen dat Gemmeker af heeft geweten wat er met de kampgevangenen uit Westerbork gebeurde als zij op transport werden gezet. Waarom zou Van Liempt dat nu dus wel kunnen bewijzen?
——- 2.Van Liempt heeft een interview afgenomen bij de Duitse rechter Dr. Wolfgang Steffen. Dit levert inderdaad uniek materiaal op. Maar ook deze rechter was er alleen van overtuigd dat Gemmeker ervan af heeft geweten. Dit is dus nog steeds geen bewijs.
—— 3. Verder heeft Van Liempt veel gebruik gemaakt van drie dagboeken die al bekend waren en veel beschreven en besproken zijn.
—— 4.  Hij heeft hij relatief weinig gebruik gemaakt van de archieven van kamp Westerbork.
—— 5. Wat verder opvalt is dat hij weinig verwijst naar eerdere wetenschappelijk publicaties over Gemmeker. Zoals dat van de historici Nanda van der Zee (2003); Lotte Bergen (2013); Eva Moraal (2013) en Frank van Riet (2016). Hun boeken (waarvan één proefschrift) staan wel bij de geraadpleegde literatuur, maar het aantal specifieke verwijzingen naar deze boeken is in zijn proefschrift niet alleen gering, maar er wordt meestal alleen vaag naar een bepaalde pagina verwezen, waardoor je nog steeds niet weet wat hij van die pagina heeft gebruikt. Het is denkbaar dat hij vaker van deze bronnen gebruik heeft gemaakt, zonder er naar te verwijzen. Wel vond ik relatief veel verwijzingen naar het programma Andere Tijden en naar Van Liempts eigen boeken. Dat zou in ‘mijn wereld’, namelijk die van de geneeskunde/ neurowetenschappen/ psychiatrie/ traumatologie, een doodzonde zijn. Als je een artikel naar een wetenschappelijk tijdschrift opstuurt met te weinig specifieke referenties naar literatuur van anderen, krijg je geheid de reviewers op je dak om je daarover te verantwoorden. Vaak worden artikelen om die reden zelfs geweigerd. Wanneer je (teveel) naar jezelf verwijst, wordt dat ook niet geaccepteerd. Je weet als onderzoeker namelijk dat je op de schouders van je voorgangers staat. In de fundamentele wis- en natuurkunde wordt zelfs gezegd dat je op de schouders van giganten staat. Maar Van Liempt is anno 2019, en ondertussen al 75 jaar na de oorlog, blijkbaar zelf die gigant… Dat verklaart misschien waarom hij regelmatig afstand heeft genomen van Lou de Jong. In mijn ogen is De Jong echter de gigant op wiens schouders je zou behoren te staan. Daarmee beweer ik niet dat alles wat De Jong constateerde en beweerde klopt, maar hij vormt wel voor veel zaken het vertrekpunt waarop je verder kunt borduren of wiens hypothesen je wetenschappelijk kunt proberen te weerleggen. Ik moet hierbij eerlijkheidshalve zeggen dat Van Liempt in zijn proefschrift twee keer naar het werk van Lou de Jong heeft verwezen. Niet vaak, maar toch.
—— 6. Van Liempt heeft interviews afgenomen bij de dochters van Gemmeker om de persoonlijkheidsstructuur van hun vader beter in kaart te brengen. Op zich is dit een goede manier om Gemmeker ‘beter te leren kennen’. Maar kinderen zijn beslist geen onafhankelijke onderzoekers en komen door hun eigen emoties vaak tot verkeerde conclusies wat betreft de achtergrond van de psychopathologie van hun ouder. Bovendien waren de heer en mevrouw Gemmeker al gescheiden toen de dochters nog jong waren. Ze bleven bij hun moeder en waren loyaal aan háár en niet aan hun vader. Dat maakt hun verklaringen over hun vader nog discutabeler.
—— 7. Voor zover ik na kan gaan heeft Van Liempt geen onafhankelijke psycholoog of psychiater in de arm genomen om Van Liempt te helpen de persoonlijkheidsstructuur van Gemmeker op een meer deskundige manier te laten beschrijven. Er staat tenminste geen enkele van mijn collegae in de lijst van mensen die hij bedankt in zijn nawoord. Bij de biografie van Hanns Albin Rauter, geschreven door Theo Gerritse, zou dit wel zijn gebeurd.
—— 8. De hoeveelheid archiefmateriaal waar Van Liempt naar verwijst is zeer ruim. Tezamen met de geraadpleegde literatuur levert dit een indrukwekkende lijst van noten en bronnen op. Wel vraag ik mij af of je in tweeëneenhalf jaar tijd al die archiefstukken en literatuur grondig kan uitzoeken en bestuderen en er ook nog eens een lijvig proefschrift over kan schrijven (382 pagina’s). Opnieuw krijg je hierdoor het idee dat hij dit onmogelijk allemaal in zijn eentje heeft kunnen verrichten.

II.6 Persoonlijkheidsstructuur
Omdat Gemmeker tijdens de verhoren zonder berouw bleef, doemt het beeld op van iemand met een persoonlijkheidsstructuur van een charmant overkomende man met een sociopathische persoonlijkheidsstructuur (in de volksmond: psychopaat) die voor eigen gewin en macht glashard en zonder emoties kon liegen en die genoot van zijn macht. Van Liempt noemt hem ergens “niet zo slim” en “intellectueel niet zo’n hoogvlieger” maar uit onderzoek blijkt juist dat bij mensen met een sociopathische persoonlijkheidsstructuur die (over het algemeen) in staat zijn de controle te houden over hun overte agressieve driften en charmant overkomen, er juist sprake is van een relatief hoog IQ. Opleidingsniveau en IQ moeten dus niet met elkaar worden verward.
Maar ik heb eigenlijk nog een groter probleem met Van Liempts omschrijving van de persoonlijkheidsstructuur van Gemmeker. Zeker omdat Van Liempt geen gebruik heeft kunnen maken van zelfgeschreven brieven en dagboeken van Gemmeker, omdat die alles had vernietigd. Want een beschrijving van een persoonlijkheidsstructuur is nooit met zekerheid vast te stellen wanneer je iemand niet zelf gesproken of onderzocht hebt. Een psychiater-psychotherapeut, die hier na het VWO zo’n 12 jaar voor heeft doorgeleerd, mag dat zelfs niet doen. Het blijft –zonder dat je iemand zelf hebt onderzocht – dus bij speculeren. Daar is ook niets mis mee als het om een gewone biografie gaat van een reeds overleden persoon. Maar met het wetenscháppelijk vaststellen hoe iemand qua persoonlijkheidsstructuur in elkaar heeft gezeten, heeft het niets van doen. Zo heb ik als ervaren psychiater ook wel enige ideeën over de persoonlijkheidsstructuur van Ad van Liempt. Maar het zou niet goed en zelfs gevaarlijk zijn mij daarover uit te laten als ik hem nog nooit in het echt heb gezien en een gesprek met hem heb gehad.

Doordat Van Liempt de persoonlijkheidsstructuur van Gemmeker niet vast kan stellen, valt in mijn optiek een deel van Van Liempts bouwwerk in elkaar. Want het zou ook zomaar kunnen dat het glashard liegen en de verklaring van Gemmeker in de rechtszaal ‘van niets afgeweten te hebben’ niet in een causaal verband staan, maar co-factoren zijn van een andere, onderliggende psychopathologie bij van Gemmeker.
Zo kan ik als psychiater-traumatoloog al drie andere verklaringen voor Gemmekers ‘geheugenverlies’ in de rechtszaal bedenken.
Nu geeft Van Liempt in zijn nawoord eerlijk toe dat het beeld van de persoonlijkheid van Gemmeker incompleet is. Daardoor is voor mij onduidelijk of Van Liempt zélf of dat de media (zoals de NRC) ervan gemaakt heeft dat Van Liempt bewezen zou hebben dat Gemmeker wel degelijk van het verdere lot van de getransporteerde Joden af heeft geweten. Mocht Van Lympt zélf van oordeel zijn dat hij heeft kunnen bewijzen dat Gemmeker er vanaf heeft geweten, dan had hij dit wel eens wat duidelijker in het proefschrift en de summary hebben mogen zetten. Maar dat kon hij natuurlijk niet, want er is alleen sprake van veel circumstantial evidence, maar de smoking gun ontbreekt. Van Liempt is in deze kwestie dus geen stap verder gekomen dan zijn voorgangers. Mocht Van Liempt van oordeel zijn dat hij het óók niet heeft kunnen bewijzen, dan had dit ook wel wat duidelijker in het proefschrift hebben mogen staan. Dan zou de NRC hier misschien niet verder op door hebben kunnen fantaseren.

II.7 Devaluatie doctorstitel?
In de wereld van de geneeskunde en neurowetenschappen moet je je hypothese altijd proberen te weerleggen. Ook moet je je onderzoeksresultaten kunnen herhalen. Ik kan me voorstellen dat dit bij geschiedkundige onderwerpen anders ligt, omdat je geen experiment kunt herhalen en je ook geen dubbelblind onderzoek kunt doen. Maar wat je volgens mij als historicus wel altijd moet doen (misschien een beetje pedant van mij om dat te zeggen…) is dat je ook andere verklaringsmodellen voor bepaald gedrag moet overwegen en onderzoeken, dan alleen jouw eigen verklaringsmodel/ hypothese. Als je alleen maar bewijzen zoekt die jouw eigen hypothese kunnen onderbouwen, dan kan er sprake worden van jumping to conclusions of van een tunnelvisie. En aangezien ik langzaamaan de ervaring met Van Liempt heb dat hij data negeert die hem niet uitkomen (zoals het onderwerp ‘De Slag om de Schelde’; de rol van het verzet; verhalen waaruit blijkt dat mensen niet altijd ‘bij toeval’ bij het verzet dan wel de SS kwamen; het verzuim om na te gaan hoe gewone mensen in de oorlog ‘die gewoon doorgingen met leven’ zich vanbinnen wérkelijk voelden etc.), ben ik er niet gerust op dat dit negeren van data niet ook bij dit onderzoek is gebeurd. Zie ook wat ik hierboven schreef over eerder verschenen historisch werk over Gemmeker waar Van Liempt weinig aan refereert.
Nogmaals: ik ken de mores in geschiedkundig onderzoeksland onvoldoende. Maar ik kan wel zeggen dat door Van Liempt te laten promoveren op een onderwerp waarin de persoonlijkheidsstructuur van Gemmeker een hoofdrol speelt, zonder dat Van Liempt voldoende zijn licht heeft opgestoken in de wetenschappelijke wereld van de psychologie en de psychiatrie, je het risico loopt dat een geschiedkundige doctorstitel kan devalueren. Verder acht ik het vrij mager dat je aan de hand van slechts drie  nieuwe bronnen  (incluis de interviews bij de Duitse rechter en de dochters van Gemmeker), die geen van alle tot andere conclusies leiden dan je voorgangers al getrokken hebben, je kunt promoveren. En dat vind ik niet eerlijk ten opzichte van al die (jonge) promovendi die vier jaar of meer op hun onderzoek en proefschrift zweten.

II.8 Gunnen
Er zijn velen die Van Liempt deze doctorstitel van harte gunnen. En ik eigenlijk ook wel met zijn staat van dienst. Maar voor mij was het eredoctoraat dat hij al gekregen had voldoende geweest. Ook ben ik blij dat er nu eens een wat uitgebreidere, goed geschreven biografie van de kampcommandant van kamp Westerbork is verschenen (ook al is het niet de eerste…). Want nogmaals: Van Liempt kan goed en toegankelijk schrijven.
Maar, beste Ad van Liempt: gun ook een ander eens iets! U bent niet de heilige waar anderen u voor aanzien en kunt nog steeds van anderen leren. Wij allemaal trouwens, ik ook. Dus misschien kunt u nu eindelijk de Zeeuwen eens gunnen dat hun Slag om de Schelde, die aan het einde van de Tweede Wereldoorlog plaatsvond, wat uitgebreider op de Nationale televisie komt, waardoor hij op den duur mogelijk in ons Nationale geheugen terechtkomt. En… niet onbelangrijk … bij een documentaire over deze slag óók aandacht te geven aan de rol van het verzet hierbij. In Frankrijk en België eren zij hun franc-tireurs, die niet eens – zoals militairen – beschermd werden door het oorlogsrecht. In Nederland worden ze naar beneden gehaald. U heeft de macht hier iets aan te veranderen. Noblesse oblige: zet uw macht ook in voor anderen!

III. Persoonlijk nawoord

Omdat het interview met mijn vader in Achter de Dijken ernstig werd ingekort, geef ik hieronder de link van een film waarin mijn 95 jarige vader de 30 jarige Syriër Hussam ontmoet. Hussam bespioneerde de IS. Deze film van Barbara Boogaard ging op 10 december 2018, de Dag van de Rechten van de Mens, in première. Mijn vader, die helaas op 19 januari 2019 overleed, is nog bij de première geweest.

Link naar film Over verzet i.h.k.v. het project About freedom van Barbara Boogaard ging op 10 december 2018, de ‘Dag van de Rechten van de Mens’, in première. Mijn vader, die helaas op 19 januari 2019 overleed, is nog bij de première geweest. Opvallend is dat ook Hussam zegt dat je er bewust voor kiest om in verzet te komen of passief te blijven.

Link naar film Over verzet i.h.k.v. het project About freedom:

Justis pleegt klassenjustitie

7 januari 2018

JUSTIS PLEEGT KLASSENJUSTITIE

Justis, een overheidsorgaan, is de screeningsautoriteit die beoordeelt of iemand een VOG (Verklaring Omtrent Gedrag) kan krijgen. Als iemand een strafblad heeft, wordt gekeken of dit strafblad relevant is ten op zichte van het doel waar de VOG voor wordt aangevraagd. Zo kan iemand met een strafblad toch nog een VOG voor bepaalde banen krijgen (als je als burger deze weg naar Justis tenminste kent…).

Bij Camille Eurlings, die veroordeeld is voor mishandeling van zijn vriendin, oordeelde Justis dat hij nog wel een VOG kon krijgen voor een bestuursfunctie.

Door deze beslissing blijkt Justis aan klassenjustitie te doen.

Zo had ik een aantal jaren geleden een vrouw in behandeling die veroordeeld was (en dus een strafblad had) omdat ze in een bepaald weekend op vraag van een wanhopige moeder van een kind en de psycholoog van die moeder, dit kind te logeren had gehad om het kind een weekendje te beveiligen. De moeder en de psycholoog vertelden mijn cliente dat het kind door de vader werd misbruikt. Maar wat mijn cliente niet wist, is, dat alleen de vader nog de ouderlijke macht had (maar gezien de verhalen van het kind zelf, dit kind wel misbruikte).
Dus mijn cliente is daarna van ontvoering verdacht omdat de moeder niet meer over ouderlijke macht bleek te beschikken.

Op maandagochtend na dat weekend vond er in inval van de politie plaats bij mijn cliente thuis, waarbij het bewuste kind zich aan de verwarming vastklemde zodat de politie het kind met geweld van de verwarming af moest trekken. Het kind had zich immers veilig gevoeld bij mijn cliente en was er verwend. Ook bleek het kind zeer angstig omdat hij weer naar zijn vader terug moest. Het eigen 3 a 4 jarige kind van mijn cliente was hier ook bij aanwezig. Vervolgens werd mijn cliente met handboeien om afgevoerd naar het politiebureau (waar haar eigen kind opnieuw getuige van was).
Mijn cliente kreeg in eerste instantie een celstraf van 3 maanden opgelegd omdat zij zonder dat zij zich dit bewust was geweest blijkbaar een kind had ontvoerd. Mijn cliente maakte zich ernstig ongerust wat deze celstraf voor haar kind zou betekenen.
Met veel pijn en moeite hebben we – via een aangepast gratieverzoek – haar celstraf om kunnen laten zetten in een taakstraf.
Maar de ergste straf moest nog komen.
Ze zou 20 jaar lang geen VOG meer krijgen, omdat ontvoering van een kind niet als een vergrijp, maar als een misdrijf wordt gezien.
Ze werkte als beleidsmedewerker. Ze kon nergens meer een baan op haar niveau krijgen. Maar ook niet meer op een lager niveau. Ze kreeg financiële problemen, problemen met haar gezondheid en problemen met haar eigen kind die ook getraumatiseerd was door alles.
Later werd ze gevraagd terug te komen op haar oude werk. Maar zelfs op vrijwilige basis kon dit niet zonder VOG.

Het enige waar je mijn cliente van kunt beschuldigen is dat ze een kind heeft willen redden en dat ze te goedgelovig is geweest. Terwijl er bij Camille Eurlings sprake was van mishandeling van zijn vriendin met een gebroken ellenboog, een hersenschudding en kneuzingen, waaronder gescheurde oorlellen, ten gevolge. Hieruit blijkt dat hij in bepaalde situaties een slechte impulscontrole heeft, wat ook weer op kan spelen wanneer bestuurlijke conflicten te hoog oplopen.

Juist bij mijn cliente is zonneklaar dat haar probleem, namelijk ’te graag een kind willen redden en een wanhopige moeder willen helpen’ zich zeker niet meer voor zal doen als zij als beleidsmedwerker papieren aan het doorspitten is. Toch krijgt zij geen VOG meer van Justis, en Camille Eurlings kreeg die juist wel.
Wat mij betreft is er dus sprake van klassenjustitie. Dat past een overheids instantie die juist rechtvaardigheid nastreeft voor geen meter!
Dus wil de overheid dat de burgers vertrouwen in haar houdt, dan moet zij haar burgers gelijk blijven behandelen, zoals ook in de grondwet staat.

Krassen

Krassen

1.

Je armen zo hoog met blauw geborduurde
pofmouwen weren af.
Je schouders zo smal met scherpe schokjes
verstopt. Wie kleedde je vanmorgen?

Je ogen half geloken: kleine kerkers, fragiele
schaduwen van bewegend riet.
Je schuift onrustig op mijn stoel, je gouden
laarsjes raken de grond net niet,

je benen zo dun in rode maillots schommelen
driftig heen en weer:
wil je weg?

Wees gerust: Ik zal je niet aanraken,
voorlopig niet, je bent hier veilig.
Dit zul je niet geloven, voorlopig niet.

2.

Je vertrouwen vloog met fladderende vleermuisvleugels
weg, je oren – gespitst op je koppie met staarten
en strikken gegroeid – horen honderd deuren kraken,
je opengesperde neusgaten ruiken duizend gevaren,

als ik even niet oplet, zien jouw vergrootglazen
in zenuwen vertakt naar vele hersenlagen
heimelijk mijn beeld groter ik. Ben ik
een reus met zevenmijlslaarzen,

een heks met waanzinnig lange nagels?
Aan mijn muur hangt een schilderij
van een cypers katje. Jij ziet een tijger.

3.

Je wilt wel tekenen:
je potlood schraapt scherp een middeleeuwse
burcht met puntige kantelen, muren zo dik en hoog
dat jij geen zonlicht ziet,

met grachten zo breed en diep
dat je niet kunt ontsnappen.
In die vesting wacht je kinderziel
ineengedoken op het onbetekenen.

Je houdt van kleuren: geel, blauw, rood, paars,
groen in krassen naast en door elkaar,
dan, onverwacht een meteoriet: veel zwart,

zwart, zwart, zwart, je maakt je burcht inktzwart, de
grafieten punt breekt af, je rilt, ik mag je nog niet
troosten: geduld, geduld, geduld.

4.

Je wilt je tekening weggooien,
ik vraag of je de gom durft te gebruiken,
je kijkt me net iets langer aan nu ik beter oplet,
Ik vang een glimp van jou in mijn fijnste net:

zingende watervallen, dansende vlinders,
vrijende vogels tijdens hun vlucht:
jouw inktzwarte burcht
is een engelbewaarder die zindert.

Je gumt en gumt en gumt of (omdat)
je leven ervan afhangt. Je staat mij toe het vel
aan mijn kant van de tafel met beide handen te fixeren.

Jijzelf gebruikt hiervoor je linker en veegt
met je rechter kleine knuist de muren vurig ver weg
van je lijf. Ongenadig.

De muren worden slanker zonder scheuren
van dun grijs. Hier doorheen kan misschien wel
een zonnestraal je gebroken punt passeren.

5.

Klaar! Je bent uitgegomd.
Ik vraag of je nog een keer terugkomt.
Aan de roze strik die tijdens je noeste arbeid
los viel zie ik je knik.

Je geeft me uit jezelf een klam handje,
de vleermuis houdt zijn adem in,
zit stil.

Ik voel mij diep vereerd.

Carla, 11 december 2015

Geliefde Gek

Geliefde Gek

Gek ik heb je nodig: als jij het bent, ben ik het niet,
maar blijf in de schaduw van je boom licht ver van mij:
ik vrees genadeloos mezelf te zien

Spiegeltje spiegeltje van jouw hand,
wie is de zotste van het land?
Mijn facebookfoto weet het niet:
ik ben daar slechts een schijnsel

Jij ontwijkt geen hoek in de kroeg van het gemoed
zodat ik zot van je ben, ik koos met liefde jou als métier:
dat ik alle dagen bij je kan zijn
Door aan jouw kant van de boom in je onweer te kijken
hoop ik ook mezelf te lijken

Maar ik houd je verborgen achter mijn tralies:
siersmeedwerk van symptomen en syndromen
met jonge scheuten statistiek,
ik voel mij geborgen door deze bomen
die wortels geleerd begraven

Jouw spiegel in duizend stukken gebroken
tussen rode en gele gelobde bladeren
dat ik mezelf duizend keer zie

waarvoor dank
gelukkig onaanzienlijk

Maar nu ik je toch spreek
moet je me eens vertellen waarom in
de parken waar jouw tehuizen verkeren
de perken en bomen altijd weelderig floreren,

of er vruchtbare grond
van begraafplaatsen voor werd verkregen,
Is jouw offer echt oud als het menselijk beven?

Carla Rus, december 2017

Gesluierde monoloog

GESLUIERDE MONOLOOG

Dronken van mijn dans
voor jou
wikkel ik mijn onstuimige zee
in jouw lakens, vlij mij op je tapijt
verwarm mij geknetter van je vuur

In mijn sappen drijven vragen boven
waarom mijn schijn schoon gevonden wil wensen
waarom niet – net als paradijsvogels pauwen merels
dit overlaten aan jou mijn liefste

Je geeft me cadeau’s, naakt me jouw borst
die ik op mij wil drukken:
verlangen naar kriebels tussen
heet hard en fluweel

Tot zover rijmt de natuurwet

Maar waarom liggen mijn kleurige veren wild verspreid
over je vloer en zwijgt mijn adem zwoegend na
mijn marmottengekrijs?
Moet ik mij zorgen maken dat mijn mascara
of jij uitloopt naar een ander liefje misschien wel vier?
Hebben mijn borsten wel jouw maat
mijn billen rond genoeg?

Overdag loopt mijn fluweel in schutskleuren rond:
je vertrouwt je maten niet, kent jezelf
Mijn hals oren polsen enkels zijn geboeid
door jouw bandeloze lusten

Buiten mag ik niet versieren
dat doe jij
Maar ik mag ook niet kiezen
zoals de vogels
dat doen de families, dat doe jij

Dit rijmt niet met de natuurwet
voor geen sier

Hoort, het dondert in de verte mijn liefste
er is onweer op komst

Gebed van een ongelovige Thomas

Gebed van een ongelovige Thomas

Wanneer je bent als duizend draden licht
een veld met stippen paars en wit
violieren in mijn ogen spelen
wil ik je geloven

Maar als u rechter zonder moeder bent
kleuren uw wateren koud en blauw
in zonnestelsels zonder herberg

Wanneer je bent als warme nevel
die streelt van mens tot mens tot kever
potvis paard en poes wil ik je geloven
Wanneer je bent als dartelende vlinders
die onze geuren als lavendel speuren
wil ik aan je ruiken

Maar als u na schepping van uw driften
ons rubriceert in hel en hemel
koersen we onder het billboard
JEZUS REDT
schel schietend onze snelweg

Wanneer je bent als zeventig fonteinen
die mijn eeuwenlange loden lijnen
wassen wil ik je geloven
Wanneer ik niet alleen met pijnen
mijn kinderen mag baren
maar zowel genieten van mijn snaren
ook

Maar als u één kind uitverkiest in uw woestijn
met keppels kruizen sluiers wielen vlagt
worden onder het luid geschal
ALLAH IS GROOT
hoofden afgehakt

Geloof me:
wanneer je ons klein als mieren houdt
vergeet je dat wijzelf na slikken van slang
en vrucht je paradijs verruilden voor het zout
waarmee we goed van kwaad kunnen scheiden
toon je mij slechts een sleets tapijt

Niet dat ik je niet begrijp
Ook ik moet mijn kinderen loslaten
hun eigen fouten laten snoeien
hen overdragen aan de sterren tot
ze misschien in de hemel groeien
dat iets wat ik heb gezaaid
geoogst wordt op tijdstip X
licht na mijn dood
of niks

Wanneer je bent als vluchten vogels
die mij met zwermen tere vleugels traag
het grote water overdragen
verblindt jouw aangezicht mij niet
omdat mijn ziel
je kent

Dan ben je een zee aan piano fluiten snaren
ben je het zachte vuur van gouden draden
waarmee je fijne huiden samenweeft
Overweeg ik zonder zeker weten
aan het eind van alle dingen
een enkele reis op je tapijt
dat ik een vonk ben
van jou

Carla Rus, april 2006

Ons weggetje

Ons weggetje

mijn schaduw strijkt met kortgeknipte nagel
over het paradijs, prikt gretig in Adams navel:
– kijk, het oude weggetje voor bloed en brood

– dat is er bijgetekend. voor kinderen

– dan is Adam niet de eerste mens

– (je hebt een kunstgebit. vroeger trokken ze al je goeie tanden,
dat waren nieuwe inzichten)

jouw streng gesteven schort die mij met Persilwit
wil verblinden draait zijn strak gekruiste banden in mijn blik.
achterwaarts grijpt jouw waarheid mij bij de keel:
– Adam is de eerste mens, geschapen naar Gods beeld

ik roep tegen jouw schoon weglopende strik:
– dan heeft God ook een navel en een heuse moeder.
niet Maria. die is alleen van het kind

je maar ketst tegen de kolenkachel en stoot via jouw
kwetsbare moederheupen mijn gehoorgangen binnen.
je kind toch bereikt me via de klok op de schouw
en golft over je stralende band naar me toe

Ik vraag me af of ik je pijn doe

maar ik weet met heel mijn kleine leven
dat jij de springplank wil zijn tot mijn grote leven:
– dat van die rib geloof ik lekker ook niet

je laat me niet los.
vanuit de hemel zit ik vast aan ons weggetje
zo lang als het oudste epos.
bij de juiste afslag heb je met een engel die ik vaag ken
een wegwijzer geplant zo groot als de Melkweg

Heksenboter

HEKSENBOTER

wil ik dit wel weten?
ja ik wil alles weten, alles begrijpen:
hoe corrosie ontstaat, donderkoppen op elkaar knallen
en niet meer in Wodan geloven

mijn hersencellen
begeren die glibberige gele heksenboter:
lichtorkest zonder Dirigent,
te begrijpen.
ik ben een grote meid

zo vrij wil ik zijn dat ik uit mezelf
naar havermout toegroei

en als ik door paden in vreemde pakhuizen zwerf
die ik herken van vorige niet afgemaakte dromen
met meer dan menshoge blikken selfies,
wil ik de koektrommels uitpakken voor antwoorden.
bij mij geen verlangen te verdwalen
maar honger te vinden

maar wil ik weten
of in experimenten kwetsbare koppen
van aaibare hamsters op elkaar knallen:
in molens worden vermalen om signaalstoffen
van overleden angst te wegen en te meten
opdat ik snap wie ik ben?

Steen der wijzen

Steen der wijzen

Er is niets dat zo sterk bindt als verdriet,
of het moet liefde zijn
Maar die kan na de eerste sprint
alleen voortkuieren als verdriet om de hoek woont

Krijgt verdriet een straatverbod
dan verliest liefde zijn sleutel en breekt
misschien de ware op

Dus vraag bij liefde verdriet
op de thee (met bijvoorbeeld speculaasjes),
de koffie (zo gewenst met chocola),
de borrel (met muzieknootjes),
de maaltijd (met minstens drie diepgangen) en
verover elke lekkernij met aandacht

Het mag een lat blijven
maar wel van echt hout

Pijnboom

PIJNBOOM

Pijn onderscheiden van wat geen pijn is maar
zingende herinneringen die
in zwermen lentes
vervlogen zijn

Pijn onderscheiden van wat geen pijn is maar
haar spiegel die in
duizend beelden breekt tussen
blozende bladeren

Heeft iemand haar ooit beloofd dat haar vuur
niets zou verbranden:
haar schone lijf tot sintels zou sissen,
haar rijke rokken verscheuren,
haar arme ziel kraken?

Haar knisperende pad kronkelt
haar bestemming ongewis.
de meidoorn schetst haar welwillend voor
hoe hij wordt gesnoeid
opdat hij groeit

Merels jubelen tussen haar roze bloesems
net zo bedwelmend als duizend lentes verstreken
hun liefdeslied

Durft zij te horen dat haar eigen geurende golf
haar eigen ooit sappige vlees vervangen
wordt door een naderende vloed
in de eeuwige rimpeling
van één enkele zee:
één paringsdans?

Zij is bijzonder houdt ze zich voor, ze kàn het:
onderscheid maken.
de nachtegaal
lokt

 

 

 

Bijna evenbeeld

BIJNA EVENBEELD

Heeft hij spijt?
Spijt dat hij mensen schiep
ter verdrijving van zijn eenzaamheid?

Met verkrampte nek op zijn troon gezeten
waagt hij te waken over evenbeelden
uitdijend in tal van zucht:
beelden die rücksichslos in koppen hakken,
roetdeeltjes trekken in zijn klare lucht.
Heeft hij spijt?

Had hij mensen maar uit stukjes hemel gemaakt,
een zonnetje boven de wei getekend,
en niet uit stukken koud heelal
van ver na de oerknal
zodat entropie zijn kudde wettig
uitéén kon drijven
in vreemden en geweld

Is het hem daarom te doen:
om zijn zelf gevonden woord barmhartigheid?
Schiep hij hen net even anders dan zijn evenbeeld
opdat ze zouden lijden
en hij door geboorte in het vlees kon mede lijden
op zoek naar waarheid?

Wist hij waaraan hij begon toen hij na alle zeeën, meren,
landen in miljarden kleuren, algen, vissen, beren,
apen in vele soorten, het mensenkind ontwierp?
Wist hij dat het van die boom zou snoepen
waardoor zijn hoofd ging groeien:
goed en kwaad kon wegen
zonder veel geweten?
Stuurde hij het daarom uit zijn paradijs?
Heeft hij spijt?

Mensen vragen in hun schiet- en andere gebeden
troost.
Wordt het niet eens tijd hèm te troosten?

 

 

 

BRIEFJE VOOR DE WEDUWE

Briefje voor de weduwe

Je vleugels zijn nog nat van hagel.
hun putjes schroeven jou in de nachten

tussen veren vol overleden lust
vast aan het ijzeren geraamte. verveloze
nagels schrapen in het koude laken,
arthrotische gewrichten krommen zich
vergeefs dicht

Wordt het dag, dan knijpen je ogen
tegen kleuren die een hels kabaal slaan
op bekkens vol gegrift geheugen

Jij engel zorgde voor zijn krimpen en kruipen,
droeg de lichtlantaarn in zijn duistere ruimte,
viel diep met hem mee in Wonderland

maar dan zonder wonderen

Ontkleed van alle hemden heeft hij vanaf zijn
zwoegende stoomboot naar je gezwaaid.
hij verzocht de grote overtocht, zei hij,
zag de lichte ruimte al van ver.
de deeltjes die uit zijn ogen straalden
prikten in de jouwe

Jullie kind en jij lagen aan zijn
magere weerskanten als een koor:
ga maar,
vierden zijn navelstreng

Nu lig je alleen in jullie spijkerbed

Maar een engel is nooit zonder moederziel,
al is haar schare in het duister
slecht zichtbaar,
slechts voelbaar

Dus vlieg op jouw tijd met je vleugels zo moe
naar ons toe.
wij kennen zijn beelden, woorden, stiltes al eeuwen,
wachten opengespreid op je krassen

Carla, 25 mei 2015

TEDERE MEESTER

TEDERE MEESTER

Haar beeld rustte al tijden voor zijn beitel,
vijl en schuurpapier
in de eeuwen en zijn ziel

In de navel van de wereld schuurden schollen
met geweld tegen elkaar:
breuklijnen en bergen
schiepen diep in de aarde
in heilige hitte
het witte
goud

Zwaar en ruw is de steen,
in zijn binnenste wacht het breekbare beeld

Hij hakt als een god met teder betoomde kracht
zodat hij de natuur niet verkracht:
zijn baring breekt binnen breuklijnen
verlangend naar haar contouren

Over zijn gezicht stromen parels in prikkelend zout
als hij haar vormen vijlt en polijst
van grof naar verfijnd
van groeven naar poeder dat kleeft in zijn haren.
na duizend nachten verzacht hij het schuren in water
waardoor haar huid als glas gaat glanzen en tranen,
in grijze parels afglijdt

Zijn knoestige hand ligt op haar gladde ronding
als na een orgasme aan de monding
van de rivier ontsprongen in de bergen van Carrara.
vingers tasten de kleine krassen van zijn naam
in haar geschiedenis

 

 

Veilig openbaar

Veilig openbaar

naakt loopt hij:
naakt zonder hemd, zonder veters,
ziel onder zijn schaamte.
een vriend van de hangplek, een broer, een afgesneden moeder
zouden zomaar zijn ziel zonder boord kunnen zien, diep hier
door heen
kunnen raken. Dat deden zij in de jaren dat zijn haren
door kappers werden geknipt,
in dicht struikgewas en
sloten vol kroos.

hij zoekt in de straten altijd naar lantarenpalen,
ligt niet zoals anderen onder bruggen.
iedereen kent alleen zijn lompen,
zijn ziel verborgen
voor heen.

HOE OUD

HOE OUD

De vrouw vroeg zich af hoe oud ze wilde worden
Ze besloot te wachten tot haar zintuigen zouden verstoffen
en de poort tot haar geestesoog
open zou gaan,

te wachten tot haar lichtgevoelige cellen op het ritme van de zee en de maan
zouden kunnen zien hoe talrijke vogels aan komen zwermen
om zich over een oude merrie te ontfermen
in de rui: haar versleten paardenharen als best
te gebruiken voor hun nieuwe nest

Dan zou ze rustig kunnen gaan

Carla Rus, januari 2017

WOORDEN

WOORDEN

Door het regenwoud geregen klaagt
de uil in een kruin lange klamme nachten
ijl van toon de dood aan

Onder een dak in de stad van vrede en recht klaagt
de uil in torenhoge stapels stukken
mensen die het klamme hout kappen aan

Kappende mensen klappen en klappen
of een uil wel wijs is en
klappen voor zichzelf als wijzer

Als hun toren van Babel omver wordt geblazen
rollen mensenwoorden kakelend de trappen af:
struikelen over elkaar
als in een drukke winkelstraat

De uil vliegt moegeroepen in de vleugels
van de nachtelijk aangeklaagde dood:
de gum, deleteknop en
versnipperaar:

Schrap, schrapte, geschrapt
wit, witter, gewit
stil, stiller, gestild
leeg, leger
(strijdbijl begraven)

Rust

HOGE GEZANT

Hoge gezant

ze ligt voor het raam:
de vrouw van wie de blinden van haar ogen zijn gevallen,
die weer ziet als een kind
hoe de pluimen wiegen op de winterwind
als slingers van het lage licht.

de pendule houdt zijn adem in,
de stilte draagt gewicht.

plots zwaait de dirigent zijn woeste wolken tot elkaar
waardoor haar oren knappen
en zij vurig bidt niet te hoeven knakken nu de aarde
maanloos is en het oordeel mild mag zijn als zij boven komt om te zingen
en te fietsen.
haar fiets staat nog in de schuur.

soms is het goed je huid en ogen maar te sluiten
en te wachten tot het overwaait.
niets te verwachten: hoop oogst op zijn hoogst
wat hij belooft
na een volkomen onbekende slag
van de klok.

die nacht nemen de engelen haar zwaarte weg
maar als de zon haar wakker licht durft zij niet te kijken.
het is opnieuw stil, doodstil.
na de storm.

ze durft

dan juicht en springt het kind in haar:
de fiere pluimen wijzen ongeknakt naar boven.
voor Pampus liggend wiegt en weegt zij haar beschikte lot:
stoer slikt zij haar pil

SPEELGOEDHOND

SPEELGOEDHOND

Als de spiegel breekt in mist,
dagen aan flarden worden gegist,
Wie zet toch die lampenkap op zijn kop? –
licht niet langer op het laatste nieuws schijnt,
steeds dieper de aarde in verdwijnt

Nee, zij niet, zoiets zou zij nooit doen,
dat doen alleen mensen die de weg kwijt zijn –
zij poetst en poetst het katoen

van de lampenkap kapot,
poetst haar tanden met de haarborstel
haar haren met haar tandenborstel,
geeft hem uit duizenden haar zoen

Wat moet de gebogen man doen
nu de ratio zijn burcht is maar het argument
gestorven,
zij schaterlacht om een speelgoedhond
met een sleuteltje aan zijn kont
om hem op te winden

Hij droomt in haar hun afgelopen weg: in woestijnen
op golvende kamelen gereden,
na stijle bergtochten naakt in meren gelegen,
haar vruchtbare bekken moegestreden:
voorover gekanteld als een offer aan
vreemde gezichten aan de muur

Hij ruikt tussen haar plooien en rimpels een zweem
van hen twee van voor het pleistoceen:
haar kieuwbogen
van toen zij nog van de zee waren,
haar staartbeen
waarmee zij in traverse langs rotsen zwierden

Marmor, Stein und Eisen bricht,
alles, alles geht vorbei aber unsere Liebe nicht –
hij veegt de scherven naar het licht
en koopt de hond

WAANZINNIG GROEN

WAANZINNIG GROEN

Zij denkt dat deze zee aan grasgroen gras waarin de madelieven dartelen
en de paardenbloemen zingen van haar is.
Zij heeft geen enkele twijfel dat dit deel van de aarde van haar is,
alleen van haar.
Zij is het immers die zaait, snoeit, harkt en de erfpacht betaalt?

Maar als de zon slaapt is haar paradijs voor het rijk der slakken:
geheel naakt of met een eigen huis.
Waar zouden de naakten slapen?
Zij eten de blaadjes van de bloemen en zijn verkikkerd op haar hosta,
zij raspen en zuigen het ene gat na het andere en ook zij denken
dat dit stuk van de aarde van hen is,
alleen van hen,
terwijl zij slaapt.

Als de maan slaapt zoent het zonlicht de aarde: de gele rozen, blauweregen,
roze hibiscus, witte yucca, fluwelen rus en het grasgroene gras.
Als de maan slaapt denkt de vrouw nog harder dat dit deel van de aarde van haar is,
alleen van haar.
Alsof mussen heggen als heggen kennen.
Alsof vlinders van hekken houden.
Maar laten we haar maar in die waan houden.
Het enige wat ze heeft zijn
groene vingers.

Wijwater

Wijwater

hete stof waait schraal door het arm gemis
van rendement en booming business.
de macht van d’aarde waar jouw wijngaard ligt
pint vast je mazzel, marktwaarde en gezicht.

de jonge druif verlaat wortel en bewind,
vlucht op de zeewind samen met zijn kind,
maar hete stof waait schraal door zijn gemis
en rendement en business zijn ongewis.

zeeën en hekken van hemel hoog ontwerp
scheiden het niet-beloofde land vlijmscherp
van hem: geen mens, slechts voorwerp.
eerst slaaf nu vluchteling op de markt,
zijn bronzen huid door brandstof gemarkt.

1 druif, 2 druiven…, hoeveel passen in één boot?
zij worden met voeten getreden als joden in nood.
de zee kleurt rood als water bij de wijn wat dromen doodt.
hoeveel schepen? 1 schip, 2 schepen…, een hele vloot.

er drijft een beer, een pop en nog wat in het water,
iets om te redden? geen tijd om te kijken, misschien later.
1 druif, 2 druiven…, hoeveel passen in dit wrak?
teveel zielen om te tellen waardoor het schip brak.

witte rovers van de aarde en haar dampkring
zien hen als bedelaars beneden de juiste keerkring,
als mieren zonder ziel; ach, misschien later.
1 mier, 2 mieren…., hoeveel mieren in het water?

eeuwen van roven eist eeuwen van schaamte,
pas dan vormen zij en wij één duur geraamte,
eten we het sappige vruchtvlees van deze aarde
die bomen, beren, mezen, mieren, mensen baarde.

tot zolang waait brand stof door ‘t schraal gemis,
leven we voor meer meer booming business.
mensen op drift zijn als wolken die zwerven
van water naar water waar zij zullen sterven.

eeuwen van roven eist eeuwen van schaamte,
pas dan vormen wij en zij één duur geraamte.
bomen groeien niet tot in de hemel zoals jij beliefde.
het enige offer na zulk grieven is eeuwen lang liefde.

Jan. 2017, Carla Rus

Schuilen

Schuilen

1

haar witte jurk gekant en vol geruis,
de ranke armen open voor een ieder
sluiten alleen hem dicht tot een thuis.
het afscheid maakt hem tot nestvlieder

de vrouw is trots op haar soldaat en zal
elke mail, elk app, elke blog lezen,
vol vertrouwen amper iets te vrezen:
de kans op zijn dood is een klein toeval

zijn vinger roert haar lippen wijd
zijn tong glipt naar binnen vlijt
zich samen met haar sap en dicht

haar donkere holletje een veilig plein
zonder gezicht, gehoor en oh zo klein:
een speelkwartier in ‘t tere licht

2

waar is zijn hart onder ’t zware gewicht?
hij spiedt over het zand in zijn armen
een spuit, zijn aard gebukt onder plicht.
gesluierd smeekt de vrouw om erbarmen

zijn ziel vlucht zijn schutkleuren uit
terwijl zijn hand met ring granaten
gooit naar trommelvliezen. zijn bruid
verdwijnt ver weg zijn zijn maten

automatisch is zijn wapen, automatisch
zijn geest. de dreun bereikt zijn borstvlies,
het vuur grijpt om hem heen

de doden zijn niet van hen, maar van
wie wel? is zij de vrouw van die man
in hun schootsveld: dat stomme toeval?

3

verlof bevrijdt hem uit de hel
even wel waar is zijn ziel gebleven?
zijn hamers timmeren tijdloos schel,
het aambeeld laat zijn muren beven

’s nachts schokt hij overeind,
ziet aan zijn voeteneind als waar
dat opengereten hoofd: dierbaar
voor haar die nooit verdwijnt

schichtig is hij, ziet een spoor van
rode rotjes op straat, kruipt samen
met de hond ver weg van de ramen

schuilen in haar schoot gaat niet
meer. weggekwijnd geen hooglied
voor hem die almaar in ‘t zand spiedt

Carla Rus, Dec. 2016

Mijn lief

Mijn lief

Jij staat altijd achter me
ook als je naast me staat
of tegenover me
Als je tegen me bent
ben je nog voor me
Hoe heb ik je kunnen kiezen?
Ach Neeltje die ik bemin
om haar ene zin:
voor wie ik lief heb
wil ik heten

Carla Rus, Dec. 2016

Wind beweegt mijn tak

Wind beweegt mijn tak

Mijn klein paradijs:
jaren zicht op seizoenen,
elk uur weer anders.

De vijver is klein,
de reiger staat op één poot.
Wacht: de pad springt weg.

Een witte vlinder
vliegt vlug door mijn paradijs,
zoent zachtjes mijn ziel.

Krekels in de nacht,
spinnenweb in de yuka,
het duister streelt zoet.

De rode wingerd
strooit bladeren op mijn pad,
de herfstzon kleurt goud.

Koud en grijs is het,
een winterkoninkje zit
op mijn kale tak.

Bomen tekenen
stil bloedvaten in de lucht;
wind beweegt mijn tak.

Sneeuw valt met pakken,
een tulp schijnt dood. De zon komt:
de tulp blijkt fris rood.

De natuur is klaar
wakker. Bloemen geuren zacht,
de wesp wil steken.

Carla Rus, 2016

zonlicht


               z
          zo
        zon
licht
        icht
          cht
            ht
              t

z
zon
zonlich
zonlicht
dwaallic
htkerstl
ichtdwa
allichtk
erstlicht
zonlicht
kerstlic
htdwaa
lichtkers
tlichten
zonlicht


Als
we elkaar
bijlichten op
ons levenspad
van klei, veen of zand,
verdwalen kinderen minder
snel en zien wij scherper onze
les; voelen jongeren zich meer thuis
in ons vlakke – uit zee gewonnen – land,
worden zij minder snel ontvankelijk voor
de ratten-
vangers
van
I S


Als
we het
vlammetje van
de duurzaamheid
aansteken en er hélemaal
voor gaan; álle jongeren onder
de zon hierbij betrekken en hen
oprecht zien staan, worden we ieders
lichtje op ons levenspad van klei, veen of
zand, zien wij scherper onze les en nemen
we elkaar
liefdevol
bij de
hand


In de
lichtstad
opende pure haat
het vuur op geliefden en
genot: pijlen van afgedwaald
licht verbrandde ons vlees en bracht
dit rechtsstreeks bij God; hier viel ook
het vederen besluit zonlicht te verzilveren
op de héle aarde en in élk land: zonlicht dat
jongeren kan bijschijnen op hun levenspad
van
klei,
veen
of zand.

Carla, kerst 2015

Lovergirl

Lovergirl

Alleen jouw huid, niet jouw ziel wil hij:
een tere bloem nog in de knop verkopen.
Jíj bent het die zijn liefde en erkenning wil,
de sleutel tot jouw heiligdom laat lopen.

Je spiegelbeeld oogt schoonheid die ontluikt,
ook een verlangen dit aan de wereld te tonen.
Maar hij wil alleen je huid en niet je ziel:
een tere bloem nog in de knop verkopen.

Je werd gelokt, geïsoleerd en toen gebruikt;
verraden werd je liefde en de sleutel tot je edele
delen verkwanseld. Je zelfbeeld – verscholen
in alle vezels van je lijf – bevroor totdat het viel:
hij wilde alleen jouw huid, maar stal je ziel.

Carla Rus, 11 september 2015

Gedicht voor jou

Gedicht voor jou

Een gedicht voor mijn liefste,
voor stilte na de storm.
Een storm die schijnbaar onverwacht aankomt
woeden zo hard en guur
dat jij en ik wegwaaien
als hoge rietstengels
bijna
knakken
terwijl wij ons niet aan elkaar
vasthouden
want we zijn elkaars storm:
twee lagedrukgebieden in botsing
strijdend om hun gelijk,
een strijd tussen eigenliefde en
liefde voor de ander.

En het diepe water roept,
zuigt tot angstig zwart,
de orkaan trekt aan tot een
hoogtepunt.
Kan het nog dieper:
dat water,
die liefde?
Hoe diep moet jij gaan,
hoe diep moet ik gaan,
totdat ik weet dat ik
leef,
nodig ben,
geliefd ben,
en ik jou als liefde
accepteer
zonder twijfel
om wie jij bent?

Ook als je niet bij mij bent
omdat je zit in jouw eigen woestijn
op de bank zo dichtbij,
terwijl de wind huilt,
de wolken razen
de eenzaamheid dreigt,
de kilte snijdt,
jij door het koude water
mij niet meer hoort
roepen.
Heel hard,
steeds harder
tot mijn orkaan aanzwelt
tot een tropische cycloon
zo overweldigend en verschrikkelijk
dat de meeuwen van onze eigen zee
onrustig krijsend rondjes vliegen
waardoor ik jou niet meer hoor
roepen.

Stilte na de storm
kan met dit:
een gedicht;
zodat ik kan geloven
in jouw liefde,
het water rustig wordt:
strak en nog steeds diep
maar een geheim
prijsgegeven.
Maar het water is zo onmetelijk diep,
kan zoveel geheimen herbergen,
hoeveel stormen zijn nog nodig
voordat jij en ik,
vooral ik als gevangene
van jouw liefde en
ons huis,
ben uitgeraasd?

Elkaars adem proevend
de tijd hebben.
Elkaars stem horen
de tijd nemen:
een gedicht
als stilte na de storm,
als troost.
Elkaar vasthouden
niet verstikken maar
aanraken:
jouw hand
de mijne
jouw ziel
de mijne:
een verbond.

Carla, 2015

Gemankeerde minnares

Gemankeerde minnares

Mijn dij lokt je hand, jouw hand zoekt mijn dij,
met hoede en vleugels om die minnaar mijn pijn.
Onze rozen stromen gestaag in een bedding te smal:
elke drang van je lusten kan een ravijn voor mij zijn.
Adagio van egels, slechts speelsheid en blo
voor allegro con fuoco: ooit verlangd nooit meer zo.
Nabijheid achter glas, een omhelzing die net kan,
verbod op dopamine en vocht in mijn woestijn.
Passie als gedepte tranen, herinneringen teer en
zeer, klagende violen: zulk genot komt niet weer.
Mijn acceso gesmoord: ik schoof het aan kant,
mijn lief helpt zichzelf met zijn eigen vrije hand.
Rest de troost van hormonen uit zelf overwonnen
zee en dwalen en verdwalen in dromen aan land:

Geuren van sappen, naakte huiden in het gras,
gekriebel van sprieten, vingers zompig en zacht.
Je wegende torso omhelst mij als verse groene kool,
schuring van weelde op mijn welving tot een viool.
Lavendel blijft vlinderen en snaren zwellen aan,
je toog schenkt steeds voller, loopt over in de maan.
Jouw borst als een schip rust in zijn diepste werf,
mijn lippen willen een toetje van golvende verf.
De droom verdwijnt achter de coulissen, zoals alle
dromen doen.
De gebleven gloed zoekt noest in ons dagelijks groen
vitaminen en wat slagroom op een ongebruikte zoen.
Kom dichtbij, dichterbij, je fantasie raakt mijn dij,
mijn geest is in vervoering: jouw ziel vaart in mij.

Getourmenteerd

Getourmenteerd

Ik
Ik weet
Ik weet niet
Ik weet niet hoe
Ik weet niet hoe ik
Ik weet niet hoe ik verder
Ik weet niet hoe ik verder moet.

Móét ik dit nu doen?
Moet ík dit nu doen?
Moet ik dít nu doen?
Moet ik dit nú doen?
Moet ik dit nu dóén?

Twijfelt mijn nature of nurture?
Ik schil mijn zure appel af
in eindeloze spiralen
en overweeg
de slang.

Ik
Ik kan
Ik kan niet
Ik kan niet verder.
Ik
Ik ga
Ik ga verder.

Schaduw
Schaduw is
Schaduw is verborgen
Schaduw is verborgen licht.

Carla, 18 sept. 2015