Categorie archief: Oorlog in de hemel

Over oorlog en liefde in de hemel. Zoals de godsdiensttwisten die van alle tijden lijken, maar hopelijk niet zijn. Carla Rus over godsdienst: liefde en geweld.

God wil niet bewezen worden

God wil niet bewezen worden

In: Trouw, 28-05-2005

Onderwijsminister Maria van der Hoeven wil dat jongeren in het onderwijs met verschillende ‘opvattingen’ over evolutie in aanraking komen. Niet alleen met de bewezen evolutieleer van Darwin, maar ook met Intelligent Design (ID).
ID gaat er van uit dat bepaalde facetten van het leven zo ingewikkeld zijn, dat het ondenkbaar is dat deze uitsluitend door erfelijke variatie en natuurlijke selectie ontstaan zijn, zoal  de evolutieleer zegt. ID ziet in de natuur een patroon en postuleert een hogere Kracht die dit aanstuurt. Hiervoor is echter geen enkel bewijs.
Artikel Carla Rus: God wil niet bewezen worden In de natuur zit zowel chaos als orde. Niet bepaald het werk van een onfeilbare ontwerper of schepper. Tegelijkertijd zitten er patronen in de natuur. Dat kan echter ook zonder ontwerper verklaard worden. De natuur zoekt immers altijd naar de meest efficiënte oplossing. Daarom zit ze vol geometrie. Zo is de sneeuwvlok onder de microscoop een prachtige kristal vol symmetrische verhoudingen en is er in het lichaam sprake van vaste verhoudingen.
Natuurlijk zou het de moeite waard zijn om te onderzoeken of er niet toch niet sprake is van een bewust design. Maar dat is onmogelijk omdat de schepper zich onttrekt aan een wetenschappelijke definitie en je dus een grote onbekende in je theorie introduceert die je niet kunt onderzoeken. Bovendien kan de theorie niet gefalsificeerd (weerlegd) worden, hetgeen een wetenschappelijke vereiste is.
Wetenschap is een pad vol onzekerheden en waarschijnlijkheden op zoek naar feiten en inzichten. Religie is juist een zoektocht naar mystieke wijsheid waar zekerheid aan ontleend wordt die niet valt te bewijzen. De theorie van de Intelligent Design hoort dus net thuis in de biologieles maar in de les levensbeschouwingen. Studenten die uit religieuze motieven weigeren de evolutieleer te bestuderen, kunnen beter uitwijken naar de faculteit godgeleerdheid.
Wanneer we het wetenschappelijk domein vermengen met het geloofsdomein begeven we ons op glad ijs richting Middeleeuwen. Dat moeten wij niet willen.

Carla Rus

Keus bij mishandeling: hoog- of zelfverraad

Keus bij mishandeling: hoog- of zelfverraad

Het conflict dat Hirsi Ali in haar film verbeeldt is niet typisch voor de islamitische wereld. Ook zwaar christelijke vaders misbruiken vrouwonvriendelijke teksten in de Bijbel als excuus voor hun daden. En verraad speelt een sleutelrol.

Carla Rus

In: Trouw, Podium, zaterdag 4 september 2004

VROUWENONDERDRUKKING

Ayaan Hirsi Ali heeft met haar samen met Theo van Gogh gemaakte film Submission weer een groot deel van de gelovige islamieten geshockeerd. Ook is het koren op de molen van die Nederlanders die de islam een achterlijke cultuur vinden. 

Helaas betreft de shock vooral de vorm van de film en de heiligschennis van de islam, en niet de misstand die Hirsi Ali aan de kaak wil stellen dat islamitische vrouwen onder hun sluiers soms de littekens van (seksueel) geweld verbergen. Zij heeft voor het maken van de film gesproken met vrouwen die in een blijf-van-mijn-lijfhuis waren opgenomen. Uit een onderzoek van het Trimbos-instituut blijkt dat zestig procent van de bewoners van blijf-van-mijn-lijfhuizen allochtone vrouwen zijn. Een groot deel van hen is islamitisch. Toen ik in 1983 mijn werk als psychiater/traumatoloog startte, was dit percentage slechts tien procent. Verder blijkt dat de vrouwen steeds vaker zwaar zijn mishandeld of kampen met ernstige psychische problemen. Zo is het aantal zelfmoordpogingen bij allochtone meisjes gemiddeld vijf keer zo hoog als bij autochtone, en is het aantal geslaagde zelfmoorden twee keer zo hoog. De blijf-van-mijn-lijfhuizen blijken met een groot capaciteitsprobleem te kampen.

De film is tevens een aanklacht tegen de vrouwonvriendelijke teksten in de Koran. Die zetten volgens haar aan tot mishandeling. Het door Hirsi Ali's verbeelde conflict is echter niet typisch voor de islamitische wereld.
In de vijftien jaar dat ik als traumatoloog met geweldsslachtoffers heb gewerkt, betrof dit regelmatig de behandeling van meisjes en vrouwen uit een zwaar christelijk milieu. Ik weet dus hoe groot de worsteling van deze vrouwen kan zijn met God. Immers, de aardse vader die hen mishandelt, lijkt een monsterverbond te hebben met de hemelse vader, die deze mishandeling toestaat. Vanaf de kansel wordt gepredikt dat God liefde is en hen, indien zij hem eerbiedigen, beschermt. In de praktijk staat God toe, dat hun vader of een ander familielid, zijn wil met haar doet. Een schrijnend voorbeeld hiervan is een vader die voor het slapengaan van zijn dochters uit de Bijbel voorlas, terwijl hij tegelijkertijd met zijn hand onder de dekens zat.

Ook de Bijbel staat vol met vrouwonvriendelijke teksten en ook die worden soms als excuus gebruikt door mishandelende vaders. Zo wordt bij incest door de dader soms naar voren geschoven, dat Lot kinderen verwekte bij twee van zijn dochters, en dat de Bijbel hier geen woord aan vuil heeft gemaakt; sterker nog: God stond toe dat uit deze vader-dochterrelaties twee sterke volkeren groeiden.
Hoewel in de behandeling van deze slachtoffers zorgvuldig aandacht besteed moet worden aan die verstrengeling tussen godsdienst en mishandeling, moet er aan de andere kant ook voor worden gewaakt dat de focus op de afzijdige God niet als afleidingsmanoeuvre gaat dienen voor een ander schrijnend besef. Namelijk dat het meisje in de gewóne realiteit wordt mishandeld door iemand die eigenlijk zorg voor haar zou moeten dragen, en dat ze ook nog eens in de steek wordt gelaten met dit probleem. Het is soms minder moeilijk om de worsteling met de verre God aan te gaan, dan tot je door te laten dringen dat je niet werd beschermd door je moeder, tante, buurvrouw, etcetera.
Wat betreft moeder komt daar nog eens bij, dat als het meisje zich met haar gaat identificeren, ze verstrikt raakt in moeders verraad. Dit leidt tot zelfverraad en tot versterking van het schuld- en schaamtegevoel. Mishandelde en misbruikte kinderen zijn vaak nog zo loyaal ten opzichte van hun ouders, dat het voluit boos op hen worden of afstand van hen nemen, als hoogverraad wordt gevoeld. Dan plegen ze nog liever zelfverraad.

Naast overeenkomsten tussen de slachtoffers uit een zwaar christelijk milieu en die uit het islamitische milieu, zijn er ook verschillen. Zo worden islamitische vrouwen bij het naar buiten komen met hun trauma vaak beticht van het feit dat zij de 'eer' van de familie aantasten. Autochtone vrouwen worden vaak beticht van het feit dat ze de 'harmonie' van het gezin verstoren en er de reden van zijn dat de familie uit elkaar valt. Ook zijn er aanwijzingen dat de repercussies voor een islamitisch meisje groter zijn dan voor een christelijk meisje. Zo is eerwraak nieuw in onze samenleving.
Overigens komt seksueel geweld in gelijke mate in christelijke en niet-religieuze milieus voor. De vrouwonvriendelijke teksten uit de Bijbel geven de daders een excuus, maar zetten waarschijnlijk nooit rechtstreeks aan tot die misdaad. Wellicht geldt dit ook voor de koranteksten.

Misschien is het voor islamitisch Nederland gemakkelijker om te ageren tegen de vorm van de film, dan er écht bij stil te staan wat mishandeling voor vrouwen betekent. En wat betreft het autochtone deel van de bevolking: steken we de hand in eigen boezem.
Hirsi Ali is een waardige vaandeldrager van de derde feministische golf. Haar uitlatingen zijn heel wat milder dan van haar voorgangers uit de eerste en tweede golf. Zij heeft met haar spraakmakende verbeelding het verschrikkelijke drama van huiselijk geweld blootgelegd, dat altijd in het verborgene plaatsvindt.

De navel van God

De navel van God

Minister Maria van der Hoeve wil dat jongeren in het onderwijs met verschillende 'opvattingen' over evolutie in aanraking komen. Niet alleen met de evolutieleer van Darwin, maar ook met Intelligent Design (ID). Zij treedt hiermee in de voetsporen van Bush.

In: De Humanist, september 2006, Illustraties Anna Boterman

DE INTELLIGENT DESIGN-THEORIE
Anders dan de creationisten die de evolutieleer niet accepteren en zich louter beroepen op het scheppingsverhaal uit de bijbel, bestrijden de aanhangers van ID de evolutieleer niet volledig. ID gaat er echter vanuit dat bepaalde facetten van het leven zo ingewikkeld zijn, dat het ondenkbaar is dat deze uitslúitend door erfelijke variatie en natuurlijke selectie zijn ontstaan, zoals de evolutieleer zegt. ID ziet in de natuur een patroon en geen toeval, en postuleert om die reden dat er sprake is van ontwerp.

KANT EN DARWIN
Voor de Verlichting werd in het Westen de ontwikkeling van de wetenschap afgeremd door religie, waardoor mensen bijvoorbeeld gedwongen werden te blijven geloven dat de zon om de aarde draaide, terwijl allang was aangetoond dat het net andersom was. Het is de verdienste van de verlichtingsfilosoof Kant, dat er een scheiding werd aangebracht tussen religie en wetenschap. Hij stelde dat wetenschappelijke kennis is afgeleid van zintuiglijke waarnemingen die door de rede getoetst moeten kunnen worden. Wetenschap van de metafysica (het bovenzinnelijke) is niet mogelijk, omdat dit noch bewezen noch weerlegd kan worden. Dankzij zijn redenatie kreeg het bovenzinnelijke het domein van 'het geloof' toebedeeld en kreeg de wetenschap ruim baan in een eigen domein dat gebonden is aan tijd en ruimte. Hierdoor werd de diepe wens van de (religieuze) mens om alles in samenhang te begrijpen, gesust en verdrongen.
Eeuwenlang heeft dit subtiele verdringingsmechanisme gewerkt, maar aangemoedigd door de meer principiële islamieten en de conservatieve christenen uit Amerika, beginnen nu ook moderne christenen gevaarlijk aan de scheidsmuur te morrelen. Dit in weerwil van de wetenschap dat de islamitische wereld ooit zijn grote culturele en wetenschappelijke voorsprong op het Westen heeft verloren door voortgang in de wetenschap middels religie te bevriezen.
De theorie van Darwin voldoet aan wat Kant onder wetenschap verstaat. Diverse paleontologische vondsten en uitkomsten van biologische experimenten laten zich goed begrijpen met de evolutietheorie. Zo toonde het recente Human Genome Project aan, dat het merendeel van onze genen praktisch identiek is aan die van ratten en muizen. Dit is niet verbazingwekkend, want in de embryologie zien we dat jonge vruchten van gewervelde dieren, inclusief het menselijke embryo, nauwelijks van elkaar te onderscheiden zijn. Interessant in dit verband is ook, dat tijdens de ontwikkeling van een enkel mensje (ontogenese) de hele ontwikkeling tot mensheid (fylogenese) wordt overgedaan. Er zitten in ieder van ons als jonge embryo zelfs nog resten van kieuwbogen, die verraden dat wij ooit in de zee leefden.
Het bijzondere van de evolutieleer is wel, dat het geen theorie is waarmee je voorspellingen kunt doen die te toetsen zijn. De evolutie is nu eenmaal niet herhaalbaar.

FOSSIELEN DIE NOOIT LEVEND WAREN
Het creationisme interpreteert het scheppingsverhaal uit de bijbel alsof het om een natuurwetenschappelijke beschrijving gaat: het leven op aarde zou 6000 jaar geleden in letterlijk zes dagen tijd zijn ontstaan. Dit is echter in tegenspraak met het fossielenbestand, dat laat zien dat er reeds miljarden jaren leven op aarde is, waarbij er sprake is van een logische en voorspelbare opeenvolging van verschillende levensvormen. Het creationisme zegt echter dat de fossielen in één keer zijn ontstaan ten gevolge van de 'zondvloed' ten tijde van Noach. Het ontkent gemeenschappelijke voorouders van mensen en apen. De eerste man, Adam, zou geschapen zijn naar het evenbeeld van God, en de eerste vrouw, Eva, zou uit een rib van Adam zijn geschapen. Sinds mensenheugenis zijn wij echter zoogdieren, waarbij het levendbarend jong uit het vrouwtje wordt geboren. Ik heb het dan ook altijd een interessante vraag gevonden of in de visie van het creationisme Adam nu wel of niet een navel had. Een navel als rest van de navelstreng weerspreekt namelijk het idee dat Adam zonder tussenkomst van een vrouw is geschapen. Wanneer hij naar het evenbeeld van God met navel en al is geschapen, moet ook God een navel hebben. En als we de navel helemaal weglaten, is Adam niet de eerste mens.

Schermafbeelding 2015-10-06 om 13.12.33


‘HET SCHEPPINGSVERHAAL: EEN MOOIE MAAR VROUWONVRIENDELIJKE MYTHE’

De conclusie moet dan ook zijn, dat het scheppingsverhaal een mooie, enigszins vrouwonvriendelijke mythe is, verteld door mensen zonder natuurwetenschappelijke kennis, die probeerden een verklaringsmodel te zoeken voor wat zich aan grootse en overweldigene natuur aan hen voordeed.
Dit geldt voor veel van wat in de bijbel staat. Zo brengt het zoeken naar een verklaring voor ziekten en rampen, ons rechtstreeks bij het begrip 'zonde'. Rampen zonder een verklaringsmodel roepen namelijk veel angst op. Door deze als straf van God op te vatten, wordt die archaïsche angst benoemd en getraceerd. Vervolgens probeert men een verband te leggen tussen het eigen gedrag en de straf, en betitelt dit gedrag als zonde. Want een mens voelt zich kennelijk nog liever schuldig dan machteloos, en legt liever een schijnverband aan, dan dat er helemaal geen verband is. Daarna proberen de mensen God gunstig te stemmen om zo de loop der dingen te kunnen beïnvloeden. Zo kunnen rituelen zoals offeren en andere magische handelingen begrepen worden. Dit ten onrechte een verband tussen gebeurtenissen leggen en de magische beïnvloeding hiervan, wordt ook wel 'superstitious learning' genoemd (naar de leertheoreticus Skinner) en heeft blijkbaar eeuwenlang survival value gehad.

OORDEEL VAN DE NATUUR OVER ZICHZELF
In elke mythe zit ook een kern van waarheid. Zo zou je de zondeval in het paradijsverhaal op kunnen vatten als een metafoor voor de ontwikkeling van het fylogenetisch jongste deel van onze hersenen waarin zich de rede bevindt: de neocortex. Deze is tussen de 3 miljoen en 200.000 jaar geleden ontwikkeld. De zondeval vond plaats nadat Eva en Adam door de slang werden verleid tot het eten van vruchten van de boom der kennis van goed en kwaad, wat verboden was. Daarna ontdekten zij dat ze naakt waren en bedekten zij hun schaamdelen.
In de mythe wordt dus een link gelegd tussen de ontwikkeling van de rede die kan afwegen wat goed en kwaad is, en de bewustwording van onze primitieve instincten en de schaamte hiervoor. De rede beperkt zijn morele oordeel dus niet alleen tot metafysische onderwerpen, maar richt zich ook op de amorele natuur. Het gevolg van de jonge rede was niet alleen dat we bijna goddelijk werden, maar ook dat we onze kinderlijke onbevangenheid kwijtraakten, hier in de vorm van het verloren paradijs voorgesteld.

Schermafbeelding 2015-10-06 om 13.13.01


‘EEN MENS VOELT ZICH NOG LIEVER SCHULDIG DAN MACHTELOOS.’

Tot dan toe waren wij als de andere dieren: de oude hersendelen, het lymbische systeem, dat bij gevaar reageert met: vechten, vluchten, bevriezen of overgave, was samen met de hersenstam waar de primitieve instincten zijn gezeteld, puur op overleving gericht. De oude hersenen kennen geen twijfel, en er is sprake van directe actie-reactie. De neocortex heeft ons de mogelijkheid gegeven om dingen met onze rede tegen elkaar af te wegen, en ons schrijnend bewust te laten zijn van de twijfel die hierdoor kan worden opgeroepen. Verder faciliteert dit bewustzijn ons tot het nadenken over de zin van ons bestaan. Ook dit geeft een gevoel van onzekerheid. Zo komt het dat dezelfde neocortex die ons de rede schenkt en ons in staat stelt de wereld rationeel te benaderen, ons ook in een God laat geloven. Godsdienst geeft namelijk een stelsel met zekerheden waar men zich aan vast kan klampen.

IN DE ROOS
De aanhangers van ID gaan niet uit van het letterlijke scheppingsverhaal, maar kunnen ook niet accepteren dat de evolutie louter een toevalsproces is dat voortwoekert zonder vooropgezet doel. Zo zegt de Delftse hoogleraar Cees Dekker, nano-technoloog en mede-auteur van het Nederlandse boek over ID*, dat in de natuur dingen zijn gevonden die duiden op ontwerp. Daarbij denkt hij bijvoorbeeld aan de onderlinge afstemming van kosmische parameters zoals die van de zwaartekracht, het elektromagnetisme en de uitdijingsnelheid van het heelal, die allemaal precies zo uitvallen dat het heelal kon ontstaan. De kans hierop is volgens hem verwaarloosbaar klein. Zijn redenatie gaat echter alleen achteraf op, en slechts als déze uitkomst een samenhangend systeem oplevert. Dit doet denken aan de 'the sharpshooter's fallacy'. Hierbij schiet een schutter lukraak op een muur, waarna hij om de inslag van de kogel een schietschijf tekent. Dekker is dus een romanticus, maar fantasieloos wat betreft andere uitkomsten die tot een complex systeem hadden kunnen leiden, met ieder een even grote kans.
Een verklaring voor de onderlinge afstemming van kosmische parameters zou kunnen zijn, dat er een verband is tussen bepaalde zaken, dat nu nog niet wordt begrepen. Het is dan de taak van de wetenschap op deze vraag een antwoord te vinden en niet om deze af te dichten met het begrip God.
Dekker past zijn kansberekening ook toe op moleculaire processen in de cel, waarbij hij voorbijgaat aan het dynamische, zelforganiserend principe van de natuur. Deze laat zien dat enkele eenvoudige deeltjes door verschillende combinaties in kleine stapjes uit kunnen opgroeien tot complexe systemen. Zo is ons DNA opgebouwd uit slechts vier verschillende basen, die tot een oneindig aantal mogelijkheden leidt. In de biologie moet je dus niet lineair en mechanisch denken, maar circulair (terugkoppeling) en in termen van groei.

DE GULDE SNEDE
In de natuur zit zowel chaos als orde. Het is een toonbeeld van trial and error, van mislukte en geslaagde probeersels. Niet bepaald het werk van een almachtige schepper (hoewel deze redenering naar een negatief godsbewijs riekt en dus onwetenschappelijk is). Tegelijkertijd zitten er patronen in de natuur. Dat kan echter ook zonder ontwerper worden verklaard. Evolutie wordt immers niet alleen bepaald door toevallige genmutaties die de enorme verscheidenheid in de natuur verklaren, maar ook door de systematische, dwingende hand van de omgeving die 'bepaalt' wie overleeft. Verder zoekt de natuur altijd naar de meest efficiënte oplossing, waarbij met een zo simpel mogelijk model en gebruik van zo weinig mogelijk energie een maximaal effect bereikt wordt. De natuur zit daarom vol geometrie. Zo is de sneeuwvlok onder de microscoop een prachtige kristal vol symmetrische verhoudingen en is er in het lichaam sprake van vaste verhoudingen, die we in de wiskunde 'de gulden snede' noemen. Dat de mens, als onderdeel van die natuur, deze eenvoud ook nastreeft en waardeert, komt zowel in de wetenschap als de kunst tot uiting. Zo vinden wij het extra knap wanneer de kunstenaar slechts met één pennestreek het karakter van bijvoorbeeld een kind neer kan zetten, en wordt in de architectuur gebruikgemaakt van de gulden snede.


'RELIGIE IS EEN SYSTEEM OM ZELFBEDACHTE WAARHEDEN TE BESCHERMEN'

Natuurlijk zou het de moeite waard zijn om te onderzoeken of er misschien toch niet sprake is van een bewúst design. Maar met een schepper buiten je onderzoeksveld introduceer je bij voorbaat een grote onbekende in je theorie, die vanaf een afstand op niet te traceren wijze in elke molecuul zijn ontwerp implementeert. Dit is een ingewikkelde theorie die bovendien niet gefalsificeerd (weerlegd) kan worden. Want net als in de bouw, is het binnen wetenschappelijk onderzoek een voorwaarde om uit te proberen of je creatie bestand is tegen weerstand. Daarom schud je aan je pas gemetselde muurtje of theorie om te testen of deze het wel houdt. Ik denk echter dat geen enkele gelovige zijn best zal willen doen om aan zijn God te schudden, om te kijken of die hiertegen bestand is.
Alleen wanneer de aanhangers van ID het voor elkaar krijgen hypothesen te formuleren die toetsbaar zijn, kan deze theorie een wetenschappelijke status krijgen.
De verwondering voor de onuitputtelijke levens- en ontwikkelingsdrift van de natuur die tot vele ingenieuze biologische systemen heeft geleid, kunnen we met de ID-aanhangers delen. Maar de vraag naar het 'waarom' van de dingen is voorlopig alleen te beantwoorden met: omdat het kan.

WAARHEDEN BESCHERMEN
Wetenschap is een pad van onzekerheden en waarschijnlijkheden op zoek naar feiten en inzichten. Of, zoals Stephen Jay Gould zegt: "Het is een procedure voor het testen en verwerpen van hypothesen, niet een compendium van vaststaande kennis." Wetenschap is dus dynamisch. Religie is juist een zoektocht naar zekerheid en naar mystieke wijsheid die niet valt te bewijzen. Religie is dus een systeem om van tevoren vastgestelde waarheden te beschermen, en is in die zin juist statisch.
Zolang ID geen hypothesen levert die te toetsen zijn, hoort het niet thuis in de biologieles, maar in de les levensbeschouwingen. Een debat hierover kan echter bijdragen om mensen duidelijk te maken wat het verschil is tussen geloof en wetenschap.

Carla Rus, MD, psychiater en voormalig docent Rijksuniversiteit Limburg

*) Schitterend ongeluk of sporen van ontwerp? Over toeval en doelgerichtheid in de evolutie. Cees Dekker, Ronald Meester en René van Woudenberg (red). Kampen: Ten Have, 2005.

CDA-ers kiezen nog steeds voor de wraakzuchtige God

CDA-ers kiezen nog steeds voor de wraakzuchtige God

CDA leden te gezagsgetrouw

Door Carla Rus

In: Trouw, 14 februari 2004

Hoewel veel CDA bestuursleden, zowel op lokaal niveau als in de kamer, voor een ruimhartiger pardon van uitgeprocedeerde asielzoekers zijn, kiezen zij, als puntje bij paaltje komt, toch voor het standpunt van de regering. Zelfs de heer Lubbers, die, mede als voorzitter van de UNHCR, voor een ruimhartiger pardon is, geeft in een vraaggesprek met de heer Knevel aan, achter de minister te staan.
Aanstaande zaterdag is er een CDA congres en kan de achterban zich uitspreken en volgende week vindt er nog een telling in de kamer plaats en kunnen de individuele kamerleden nog hun mening geven. Het ligt echter in de verwachting dat op beide plekken CDA leden met een afwijkende mening, zullen buigen voor de minister.

Hoe komt het toch dat veel CDA leden zo gezagsgetrouw zijn? De C staat toch voor christelijk, en Christus was beslist niet gezagsgetrouw. Het hele nieuwe testament is doordrenkt van voorbeelden hiervan. Diverse malen had Jezus het aan de stok met de schriftgeleerden, die hij zelfs aanviel op hun 'wettisisme'. Hij koos tegen het gezag in voor de zieken, de armen en de mensen in nood, die aan zijn deur klopten. Hij luisterde naar de God van liefde en koos voor zijn naaste.
Waarom maken CDA'ers dan zo vaak een keuze tegen de naaste in en voor het gezag? Ik kan me niet onttrekken aan het idee, dat het beeld in het oude testament van een wraakzuchtige God hier iets mee te maken heeft. Immers, dit deel van de bijbel is doordrenkt van voorbeelden wat voor verschrikkelijks je kan overkomen wanneer je niet naar God luistert, ook al lijkt zijn oordeel nog zo onrechtvaardig.
Mijn gewetensvraag aan alle CDA leden die zaterdag en volgende week mogen stemmen, is: bent u nog steeds bang voor de wraakzuchtige God uit het oude testament, of durft u te kiezen voor de God van liefde uit het nieuwe testament?

De lokroep van de islam

De lokroep van de islam

Steeds meer Hollandse meiden bekeren zich tot de islam. Vaak niet onder invloed van een moslimvriendje, maar uit eigen beweging. Psychiater Carla Rus probeert het fenomeen te verklaren. Wat beweegt jonge vrouwen tot een overgave aan Allah? En wat zegt dat over onze maatschappij?

In: Opzij, september 2006 Beeld Heidi de Gier

Het aantal autochtone meiden dat zich tot de islam bekeert, neemt toe. Officiële cijfers zijn er niet, maar wie elk jaar de Nederlands-islamitische conferentie in de Al-Furqan-moskee in Eindhoven bezoekt, dé ontmoetingsplaats bij uitstek voor nieuwe moslima’s, zal dit onmiddellijk beamen. Voor iemand zoals ik, die zich eind jaren zestig als jonge vrouw heeft ontworsteld aan het gereformeerde geloof dat ook zoveel ge- en verboden kent, is dit in eerste instantie onbegrijpelijk. Welke jonge vrouw doet vrijwillig afstand van de rechten en vrijheden die mijn generatie vrouwen tijdens de tweede feministische golf met zoveel moeite heeft verworven?
We kunnen het fenomeen afdoen door die meiden te zien als beïnvloedbare pubers met een bevlieging, of als verraders van onze westerse cultuur. We kunnen hun gedrag ook als een spiegel opvatten. Wat vinden ze bij de islam dat in onze samenleving ontbreekt? Zijn ze op zoek naar de geborgenheid die in onze geïndividualiseerde en geseculariseerde maatschappij verloren dreigt te gaan? Zetten zij zich af tegen de oppervlakkige consumptiemaatschappij en tonen ze ons met hun ingetogen levensstijl dat het oude spreekwoord ‘ledigheid is des duivels oorkussen’ nog steeds geldig is? Of protesteren ze met hun zelfgekozen hijab (lang gewaad) en niqab (gezichtssluier) tegen de doorgeschoten vrije seksuele moraal waarin de vrouw vaak als lustobject wordt gezien?
Volgens cultuurpsycholoog Maerten Prins is de islam voor jongeren een religieuze concurrent van subculturen als gabber en gothic. Inderdaad heeft de islam een eigen stijl van kleding, jargon en boeken die aantrekkingskracht kan uitoefenen. Maar de ruim honderd bekeringsverhalen van autochtone jonge vrouwen op www.moslima.nl wijzen niet op een voorbijgaande trend, zoals bij de gabbercultuur. Daarvoor is de keus van deze jonge vrouwen veel te serieus: ze bekeren zich nooit in een opwelling en ze geven er veel voor op. Vaak willen ze zo graag laten zien dat het hun menens is dat ze orthodoxer zijn dan meisjes die in een islamitisch gezin zijn opgegroeid. Ze dragen een sluier en zien eruit als nonnen. En hun verlangen tot overgave aan Allah doet denken aan de motieven waarmee jonge vrouwen vroeger uit eigen beweging het klooster in gingen. Ook de non belooft omwille van het Koninkrijk Gods gehoorzaamheid en zuiverheid, en wil via afzondering, gebed en ascese – het beperken van geestelijke en lichamelijke genietingen – tot geestelijke groei komen.

Naast overgave, dat je als een innerlijk proces kunt omschrijven, is er ook sprake van onderwerping aan een systeem van rituelen en ge- en verboden. Een systeem dat net als in de katholieke Kerk grotendeels door mannen wordt gedomineerd. Behalve dat het eigen ego terzijde wordt geschoven ten behoeve van het Koninkrijk Gods, wordt het ego dus ook ondergeschikt gemaakt aan het Koninkrijk van de Man. Zo moest zuster Maymuna van de Amsterdamse Badar-moskee lijdzaam accepteren dat zij met een groep vrouwen door het mannelijke moskeebestuur buiten de moskeedeur werd gezet omdat ze een ongehuwde, zwangere vrouw hielpen.
Schermafbeelding 2015-10-06 om 12.08.59Net als in de katholieke Kerk worden in de moskee rituelen en spreuken gebezigd in een voor de meeste mensen niet te begrijpen taal: het Arabisch. Tot voor kort werd ook de katholieke mis in het Latijn gehouden en rituele spreuken worden nog steeds in deze taal uitgesproken. De geloofsachtergrond van de islamitisch geworden Hollandse meisjes is opvallend vaak ‘verwaterd’ katholiek. Vaak hebben ze kritiek op het feit dat hun (groot)ouders dat geloof zo weinig principieel uitoefenen. Ook in de bijbel staat immers het ritueel van vasten, offeren, besnijdenis en verbod op varkensvlees beschreven. Jongeren zijn vaak allergisch voor hypocrisie, zodat dit mogelijk meespeelt in de afweging om niet opnieuw voor het christendom te kiezen.
Pubers en adolescenten zijn op zoek naar hun eigen identiteit en willen grenzen verleggen: nieuwsgierigheid naar iets totaal nieuws zal dus zeker ook een rol spelen. Soms beluister ik in de verhalen een identiteitscrisis, waarbij houvast gevonden wordt in de vele leefregels van de islam. Meestal stuit de zoektocht naar een eigen identiteit bijna toevallig op de islam: via een moslimman waarmee de jonge vrouw een relatie heeft of via een groep islamitische vriendinnen waar ze graag bij wil horen.
Zo’n club meisjes heeft het vaak erg gezellig. Ze wisselen giechelgedrag af met extatische momenten, zodat zich aan mij de vergelijking met een fanclub opdringt: een fanclub van Mohammed. De clubleden zijn – zoals in elke exclusieve, besloten vereniging – onderhevig aan conformeringsmechanismen, hoewel ze onderling opvallend tolerant zijn wat betreft de verschillende stadia van geloofsaanvaarding. Meisjes met een burqa zitten stevig gearmd met modern geklede meisjes: de solidariteit is groot. Maar uiteindelijk is het doel toch het doen van de shahada (geloofsgetuigenis). Je hoeft hiervoor slechts één zin in het Arabisch uit te spreken: ‘Ik getuig dat er geen god buiten Allah is en dat Mohammed zijn boodschapper is.’ Bij voorkeur in aanwezigheid van moslims. De getuigenis moet met de juiste intentie worden uitgesproken: haar alleen afleggen vanwege een partner is onvoldoende. Omdat geboren moslims van jongs af aan meerdere malen per dag de shahada in hun gebeden opzeggen, hoeven zij geen aparte getuigenis af te leggen.


Hoe komen deze meiden in godsnaam zo jong aan een verlangen naar een leven na de dood? Is onze huidige maatschappij voor hen inderdaad zo’n tranendal?

Na de shahada vindt er geleidelijk een identiteitswisseling plaats, wat zich onder andere uit in het aannemen van een nieuwe, islamitische naam. Ook getroost het meisje zich veel moeite om Arabische gebeden te leren uitspreken en om teksten, zoals het uitgeschreven bekeringsverhaal, te doorspekken met fonetisch geschreven Arabische spreuken. Het is een soort omgekeerde msn-taal: niet versimpeld maar juist met veel omhaal van woorden, uiterst beleefd en vooral vol nederige eerbied ten opzichte van Allah en zijn profeet. Voor mij als ex-gereformeerde, die zich heeft ontworsteld aan een externe autoriteit en op haar eigen autoriteit heeft leren vertrouwen, is dat schokkend om te lezen. Eigenlijk zeggen deze vrouwen dat ze zonder religieuze leider geen raad met het leven weten en dat zij zichzelf onvoldoende vertrouwen op het gebied van de moraal. Zou de Amerikaanse feministe Elizabeth Debold dan toch gelijk hebben dat er in de derde feministische golf meer ruimte moet komen voor spiritualiteit? Veel vrouwen hebben blijkbaar een ‘gen voor geloof’ en als je dat negeert, loop je het risico dat je een deel van hen kwijtraakt.
Wat ten slotte bij alle meiden terugkomt, is het verlangen naar het paradijs. Om hierin een plekje te verwerven, moeten ze tijdens het aardse leven een eerbare en goede vrouw zijn, die veel voor anderen overheeft. Hoe komen deze meiden in godsnaam zo jong aan een verlangen naar een leven na de dood? Is onze huidige maatschappij voor hen inderdaad zo’n tranendal? Dat meiden het tegenwoordig moeilijk hebben, zien we aan het hoge aantal suïcidepogingen. Het aantal zelfdodingen onder jongeren is tweeënhalf keer zo hoog als in de jaren vijftig. Het aantal suïcidepogingen is een veelvoud hiervan en gebeurt twee keer zo vaak door meisjes als door jongens. Daarnaast blijkt uit recent onderzoek dat één op de veertien meisjes zichzelf soms beschadigt, drie keer zo vaak als jongens. Naast gebrek aan geborgenheid in de samenleving kan het permanent opvoeren van de jonge vrouw als consumptieproduct en lustobject hieraan debet zijn. Dit knabbelt immers voortdurend aan haar waardigheid en roept existentiële leegte op. De bekeringen wijzen er in ieder geval op dat sommige jonge vrouwen hun waardigheid en de zin van hun leven niet langer in onze westerse samenleving zoeken, maar op exotische plekken.
Ten strijde trekken tegen de islamitisch geworden Hollandse meiden heeft geen zin; de geschiedenis van het christendom leert ons dat geloof juist tegen de verdrukking in groeit. Ze zullen teruggelokt moeten worden via goede voorbeelden: vrouwen met eigenwaarde die vanuit innerlijke beschaving anderen helpen zonder er een beloning voor terug te verwachten – ook niet achteraf in het paradijs.

Migrantengeluk

Migrantengeluk

Door Carla Rus

In: de Humanist, juni 2007

Als je immigranten in Nederland over geluk spreekt hoor je dikwijls over de mooie herinneringen aan hun geboorteland. Het geluk in hun nieuwe vaderland komt vaak pas jaren na hun aankomst in beeld. De kunst van het geluk voor Amina, een eerste generatie migrante uit Marokko, en haar 27-jarige dochter Salima.

Panorama van Chaouen in het Marokkaanse Rifgebergte.

Panorama van Chaouen in het Marokkaanse Rifgebergte.

Moeder Amina is een stevige, kaarsrechte vrouw van vijftig jaar met mooie, groene ogen die dwars door je heen lijken te kijken. Ze draagt een zwarte hoofddoek, die ze binnen afdoet, en een lange zwarte japon met daarop kleurige, lichtgevende vlinders geborduurd. Dochter Salima is een tengere vrouw zonder hoofddoek, die nonchalant gekleed is in een Hollandse coltrui en lange broek. Moeder en dochter hebben voor mij een tere, zalmkleurige roos meegenomen. Amina is geboren in Beni Sidel, een stadje in het Rifgebergte, en opgegroeid in Chaouen. Zij is op 21-jarige leeftijd naar Nederland gekomen. Haar man werkte toen al een tijdje in Nederland, zwaar werk in een boomkwekerij. Maar het verdiende goed.

Heb je wel eens heimwee naar Marokko?
“Ik denk vaak terug aan vroeger toen ik nog een kind was. Ik voelde mij vrij in Chaouen en speelde zowel met Berber-kinderen als met Arabische. Het leek er een paradijs op aarde: Olijfbomen, bergen, een bron, watervallen, beekjes, windhonden, bijna-wilde katten, granaatappelbomen, vijgenbomen, de geur van brandend hout, ezels, paarden, koeien, kersenbomen waar ik zo de kersen uit kon plukken.... Met zoveel mooie natuur om je heen heb je maar weinig nodig om je gelukkig te voelen.”


‘Mijn beste vriendinnen zijn Hollands, zij helpen me als ik het moeilijk heb’

Dochter Salima vult aan, want ze kent dit gebied van haar vakanties: “En het grootste schouwspel begint als de zon ondergaat. Vanuit het niets verschijnen de miljarden sterren, ik herinner me dat ik als kind van zeven naar die sterren keek, ik voelde me zo nietig en ontroerd.”

Zouden jullie dan niet liever terug willen naar Marokko?
Amina: “Ik voel me hier thuis. De mensen zijn heel vriendelijk voor me. Mijn beste vriendinnen zijn Hollands, zij helpen mij wanneer ik het moeilijk heb. Ik heb bij de thuiszorg jaren achtereen bij dezelfde mensen gewerkt. Ik heb voor hen ook een grasmaaier en een wasmachine gerepareerd zonder kosten. Het doet mij goed iets voor mensen te betekenen.
Maar de voornaamste reden dat ik hier wil blijven is dat hier mijn vijf kinderen zijn geboren. Zij voelen zich Nederlanders. Hier ligt hun toekomst en geluk.”
Salima: “Ik ben vergroeid met de wilgen, de woeste westenwind en de fiets. Toen ik voor het eerst het Van Gogh Museum betrad, had ik het gevoel dat ik op heilige grond stond.”

Er wordt gezegd dat de laatste jaren het wij-zijgevoel is versterkt. Staat dat jullie levensgeluk niet in de weg?
Amina: “Nee.”
Salima: “Mijn moeder leest geen kranten. Zelf heb ik er persoonlijk ook niet zo’n last van, maar één keer liep ik samen op met een vriendin die in die tijd een gezichtssluier droeg. De opmerkingen onderweg waren vreselijk. Terwijl het zo’n lieve vrouw is. Ik vroeg een keer waarom ze die droeg. Ze zei dat ze zich, geïnspireerd door het soefisme, een vreemdeling hier op aarde voelt. Ze wilde dit ook uitdragen.”

Tekening die Amina als jong meisje maakte van haar geboortestreek in Marokko, Chaouen.

Tekening die Amina als jong meisje maakte van haar geboortestreek in Marokko, Chaouen.

Komt dit motief om een hoofddoek of sluier te dragen vaker voor?
“De eerste generatie hoofddoekjes komt vaak voort uit traditie, omdat het van de ouders moet. De tweede generatie hoofddoekjes is een bewuste keuze: vrouwen willen laten zien wat hun wortels zijn. Of zij willen zich meer afzonderen van de buitenwereld om zich beter naar binnen te kunnen keren en dichterbij het spirituele geluk te komen. De derde generatie hoofddoekjes komt vaak voort uit mode. De hoofddoek is ‘in’ onder veel moslima”s. Je kunt deze dan ook in de prachtigste kleuren krijgen.”


‘Mijn kinderen voelen zich Nederlanders. Hier ligt hun toekomst en geluk’

Waarom draag jij er geen?
“Ik draag er alleen een, wanneer mijn gevoel dat ingeeft. Ik ben een zoeker. Ik weet de dingen nog niet zo zeker in het leven. Het afwisselend wel en niet dragen van de hoofddoek is daar een uitdrukking van. Mijn zus Hayat draagt helemaal geen hoofddoek. Die vindt hem niet lekker zitten en voelt zich zonder ook een goede moslim. Bovendien wil ze niet teveel aandacht van de andere sekse (lacht). Een hoofddoek betekent namelijk ook, dat je openstaat voor een islamitische huwelijk. “

Amina, je zegt dat je het af en toe erg moeilijk in je leven hebt gehad. 
“De eerste keer was nog in Marokko. Daar verloor ik mijn eerste kind, een achtmaands kindje. Ik was zo verdrietig en zo boos, alles was zwart. Toen verscheen er in mijn droom de vroegere Sharif van ons dorp. Een Sharif is een heilige: iemand die boven de partijen staat en aan ieder die het wil raad geeft. Elk dorp of stadje heeft zo’n heilige. De Sharif die in mijn droom verscheen is al overleden, vele mensen bezoeken dagelijks zijn graftombe. Als je ziek bent en je raakt zijn tombe aan, kun je soms genezen. In mijn droom verscheen deze Sharif voor mij en sprak mij moed in. Toen ik wakker werd, was al het zwarte weg en kon ik weer door. God had mij kracht gegeven.”

En welke moeilijkheden ondervond je in Nederland?
“Ik had een moeilijke man die agressief kon worden wanneer hij gedronken had. Hij gaf meer om zijn vrienden dan om zijn gezin. Ik ben nog met hem getrouwd, maar hij is gelukkig al drie jaar niet meer thuis geweest. Hij leeft bij zijn veel jongere tweede vrouw in Duitsland.”

Heeft hij je wel eens geslagen?
“Hij probeerde het wel. Maar ik was te sterk voor hem. Wanneer hij de kinderen wilde slaan, ging ik er altijd tussenin staan.”

Mishandeling komt bij moslima”s relatief veel voor. Hoe komt dit volgens jullie? 
Salima: “Niet door de islam. Het komt door een patriarchale cultuur.”
Amina fel: “Als mijn man een goede moslim was geweest, dronk hij geen alcohol en was hij nooit agressief geworden. Een goede moslim verzorgt zijn vrouw en kinderen goed. Nu moest ik alles doen: werken voor het geld en de kinderen opvoeden. Toen ik nog geen Nederlands kon, heb ik mijn kinderen zelf naar school gebracht, ging alleen naar ouderavonden, heb Salima naar een andere school gedaan toen de leerkracht niet zag wat er in het kind zat. Mijn oudste vier kinderen, twee meisjes en twee jongens, zitten allemaal op de universiteit. Mijn jongste zoon is mijn zorg. Hij houdt meer van zijn vrienden dan van zijn moeder. Hij zit op het mbo, maar wil niet leren. Laatst moest hij van school af. Ik ben er naar toe gegaan en heb gezegd: ‘Moet hij dan op straat belanden?!’ Nu mag hij voorlopig blijven.”

“De hoofddoek is ‘in’ onder veel moslima’s. Je kunt deze dan ook in de prachtigste kleuren krijgen.”

“De hoofddoek is ‘in’ onder veel moslima’s. Je kunt deze dan ook in de prachtigste kleuren krijgen.”


‘Ik ben vergroeid met de wilgen, de woeste westenwind en de fiets’

Mis je je man hier ook af en toe niet bij?
“Ik mis een goéde man. Maar als ik het moeilijk heb, bid ik tot God. Dan krijg ik kracht.”
Salima: “Ik ben blij dat mijn vader weg is. Hij was ons alleen tot last. Nu heb ik de kans gekregen de kracht van mijn moeder te zien. Zij is mijn grote voorbeeld. Door haar ben ik feministisch geworden.”

Maar de islam kent ook allerlei ge- en verboden, veel regels.
Salima: “Het gaat niet primair om de regels. Denk aan Jezus, die viel ook de schriftgeleerden aan vanwege hun wetticisme. Religie heeft in mijn beeld als doel dat je mag worden zoals je bedoeld bent: dat je volledig jezelf wordt. Je bent een bloem in een knop, alles zit er al in, er zijn alleen de juiste voorwaarden nodig om hem tot bloei te laten komen.”

Moslimtheologe Hassan loopt om hete brei heen

Moslimtheologe Hassan loopt om hete brei heen

In: NRC, Brieven, 29-05-2006

In een toespraak voor de Society of International Development, waarvan deze krant op 2 mei een bekorte versie publiceerde, betoogde moslimtheologe Riffat Hassan dat westerlingen het islamitische begrip Jihad en de in de koran beschreven vrouwenrechten misverstaan. Hassan verklaart dit misverstand uit het feit dat westerlingen hun eigen anti-islamgeschiedenis niet meer kennen en dat de negatieve beelden voortkomen uit het collectief onderbewustzijn.

De anti-islamhouding van westerlingen gaat echter niet zo diep. De thora noch de bijbel bevatten anti-islamteksten, aangezien de islam pas later ontstond. De koran bevat daarentegen veel anti-christelijk en anti-joodse teksten, omdat de islam zich als jongste godsdienst moest afgrenzen. Het 'misverstand' moet dan ook veel dichterbij worden gezocht.
Volgens de Pakistaanse theologe Ghazala Anwar geloven de meeste moslims dat de koran letterlijk het woord van Allah is. Dit geldt dus ook voor de agressieve en vrouwonvriendelijke teksten. Dit probleem lossen liberale moslims als Hassan op door eenvoudigweg te ontkénnen dat ze er in staan.
Het is geen kwestie van interpretatie, zoals Hassan beweert. Veel teksten kunnen maar op één manier opgevat worden. Ze loopt daarom om die teksten heen en gaat naarstig op zoek naar vrouwvriendelijke teksten. Zolang Hassan echter de confrontatie met haar legalistische mannelijke collega' s niet aandurft, zullen niet moslims met meerdere opvattingen te maken blijven hebben.

Carla Rus

Twijfel niet aan erfenis Ayaan

Twijfel niet aan erfenis Ayaan

Veel moslima’s, ook hoogopgeleide, willen graag het zelfbeeld overeind houden dat ze een vrouwvriendelijke en vredelievende godsdienst hebben. 

In: Trouw, - Podium, maandag 22 mei 2006

Sommigen twijfelen hardop aan de erfenis van Ayaan Hirsi Ali. Ik ken als psychiater echter niemand die zoveel voor getraumatiseerde moslima’s heeft gedaan.
Niet alleen zijn de blijf-van-mijn-lijfhuizen nu beter beveiligd en staan eerwraak en vrouwenbesnijdenis hoog op de agenda, ook durven hulpverleners nu eerder dan vroeger het thema (seksueel) geweld aan te snijden bij hun islamitische cliënten. Niet dat het Hirsi Ali door de moslima’s zelf altijd in dank wordt afgenomen. Want velen willen het zelfbeeld overeind houden dat ze een vrouwvriendelijke en vredelievende godsdienst hebben.
Dat dit zelfbedrog tot in de hoogste gelederen voorkomt, blijkt uit de recente toespraak van hoogleraar moslimtheologie Riffat Hassan in Amsterdam. Volgens haar is de islam juist zeer vrouwvriendelijk en zijn het de westerlingen die de in de Koran beschreven vrouwenrechten misverstaan. Het feit dat er wel degelijk vrouwonvriendelijke teksten in de Koran staan die door sommige legalistische moslims worden misbruikt, lost Hassan op door te ontkennen dat deze teksten erin staan. Zolang Hassan de confrontatie met haar legalistische mannelijke collega’s niet aandurft, zal dit zelfbedrog tot diep in de behandelkamers van therapeuten blijven doordringen. Het verweer dat misstanden in de islamitische gemeenschap niet door de islam maar door de cultuur komen, gaat slechts gedeeltelijk op. Zolang moslims de Koran letterlijk als het woord van Allah blijven opvatten, zullen cultuur en godsdienst onontwarbaar met elkaar verweven blijven.
Daarom is Ayaan Hirsi Ali zo belangrijk voor Nederland: zij doet niet mee met het in slaap sussen, maar schudt ons voortdurend pijnlijk wakker.

Carla Rus

Veel moslima’s staan zwijgend achter Ayaan

 

Veel moslima's staan zwijgend achter Ayaan

Veel moslima's zijn te getraumatiseerd om te kiezen voor de rechte weg van Hirsi Ali of Meulenbelts dubbelspoor, betoogt Carla Rus.

In: Volkskrant, 17-9-2004

In de Volkskrant van 11 september schrijft Anja Meulenbelt dat Hirsi Ali een leidster zonder volk is. Zij bedoelt hiermee dat Hirsi Ali's aanhang voornamelijk uit Nederlandse autochtonen zou bestaan, en niet uit allochtonen. Ik betwijfel dat op grond van mijn ervaring als psychiater/traumatoloog met allochtone vrouwen.

Meulenbelt schrijft dat zij heeft samengewerkt met vrouwen met een moslimachtergrond die erin geslaagd zijn hun eigen emancipatie niet ten koste te laten gaan van de banden met hun gemeenschap. Ik ben het met Meulenbelt eens dat deze vrouwen een voorbeeld van integratie zijn voor hun achterban, en zo een brug kunnen slaan tussen voorlopers en achterblijvers in de emancipatie. Het zijn vrouwen met een sterke persoonlijkheid die in staat zijn te schipperen en diplomatiek te opereren. Maar Meulenbelt vergeet dat er een grote groep allochtone vrouwen is die onvoldoende van de rol van de voortrekkers profiteert. Deze vrouwen probéren wel te integreren en te voldoen aan de eisen van de Nederlandse samenleving, maar zijn met handen en voeten gebonden aan het gezin van herkomst. Zij kunnen deze spagaat niet verdragen en ontwikkelen tal van lichamelijke en geestelijke klachten.

Uit een onderzoek van het Trimbos instituut blijkt dat 60 procent van de mensen die in een Blijf-van-mijn-lijf-huis opgenomen zijn, allochtone vrouwen zijn. Een groot deel hiervan is islamitisch. Toen ik in 1983 mijn werk als traumatoloog begon, was dit percentage slechts 10 procent. Verder blijkt dat de vrouwen steeds vaker zwaar zijn mishandeld of kampen met ernstige psychische problemen. Zo is het aantal zelfmoordpogingen bij allochtone meisjes gemiddeld vijf keer zo hoog als bij autochtone, en is het aantal geslaagde zelfmoorden twee keer zo hoog. De Blijf-van-mijn-lijfhuizen blijken met een groot capaciteitsprobleem te kampen. Diegenen die daar niet terechtkunnen, komen in crisiscentra en de psychiatrie terecht. Ook daar is men, ondanks interculturele projecten en bijscholingsprogramma's, vaak niet voldoende geoutilleerd om deze problematiek – die nogal eens met een tolk erbij behandeld moet worden – het hoofd te bieden.


Geweld tegen moslima zakt weg in poldermodder

Deze vrouwen zitten vaak in een isolement en kunnen door het ravijn dat tussen hen en de geïntegreerde moslima's gaapt, onvoldoende van hun ervaringen profiteren. Zij durven, wanneer ze zich door Hirsi Ali's boodschap gesteund voelen, dit niet eens hardop te zeggen. Soms kunnen ze geen enkele boodschap meer tot zich door laten dringen en zitten verdoofd voor zich uit te staren.

Meulenbelt schrijft dat de strategie die zijzelf tijdens de tweede feministische golf gebruikte, een andere was dan die van Hirsi Ali. Ik zie dat verschil eigenlijk niet zo. Ook Meulenbelt choqueerde de goegemeente met haar boek De schaamte voorbij. Nu ze oud en wijs en lid van de Eerste Kamer is geworden, hanteert ze natuurlijk andere strategieën, maar ooit had ook zij wilde haren. De toon in haar artikel doet mij eerlijk gezegd een beetje denken aan de klaagzang van ouderen over de 'jeugd van tegenwoordig', alsof ze zijn vergeten dat ze zelf ook ooit jong waren. Haar kritiek dat Hirsi Ali te rechtlijnig is en maar één strategie aanbiedt, is misschien wel waar, maar wat is er op tegen om haar die feedback te geven en tegelijkertijd achter haar te staan in haar strijd tegen vrouwenmishandeling?

Hoeveel kritiek je ook op de vorm van de film Submission kunt hebben, met deze verbeelding heeft Hirsi Ali een tipje van de sluier opgelicht van het verschrikkelijke drama van huiselijk geweld, dat altijd in het verborgene plaatsvindt. En ook al zou ze hier vooral autochtone Nederlanders mee wakker hebben geschud, dat is toch ook belangrijk? (Seksueel) geweld tegen moslima's dreigt anders weg te zakken in de modder van de blinde polder. Solidariteit tussen autochtone en allochtone vrouwen behoort naar mijn idee een wezenlijk onderdeel te zijn van de derde feministische golf. Wanneer Meulenbelt de stap zou zetten om haar collega te gaan steunen en tegelijkertijd de goed geïntegreerde moslima's te vriend te houden, zal ze in het klein kunnen ervaren, wat het is om in een spagaat te leven.

Godsbeeld en Gender

Godsbeeld en Gender

Over de rol van de vrouw in de monotheïstische godsdiensten.

Door Carla Rus

In: De humanist, nr. 6, Vrouwenonderdrukking en religie, 21 december 2004.

In de film Submission van regisseur Theo van Gogh heeft Ayaan Hirsi Ali een relatie gelegd tussen bepaalde koranteksten en vrouwenmishandeling. Omdat er veel overeenkomsten zijn tussen de koran, de thora en het oude testament van de bijbel, is het de vraag of deze relatie typisch is voor de islam of dat deze ook voor het joden- en christendom geldt.

De monotheïstische godsdiensten zijn ontstaan tussen ongeveer 1500 v.C. (het jodendom) en 600 n.C. (de islam). Dat is geruime tijd voordat zich in het Westen de renaissance en verlichting voltrok, er kennis was van de natuur- en geesteswetenschappen en de scheiding van kerk en staat plaatsvond. In die tijd was fysieke kracht voor overleving belangrijker dan psychologische. Omdat de man hierbij in het voordeel is, kon hij de belangrijkste stempel drukken op de aannames over het leven.
Tijdens de wordingsgeschiedenis van de godsdiensten wordt het polytheïsme met kracht afgeschud. Godinnen als de vruchtbaarheidsgodin Asjera, die in oude inscripties nog voorkomt als partner van Jahweh, raken hierdoor verloren. Ook de schikgodin Dikaia uit het Byzantijnse rijk verdwijnt. Het volk Israël trachtte zich te onderscheiden van de andere volken door uit te roepen dat zij de enige, echte God hadden. En bij het ontstaan van de islam werd gehoopt, dat door het hebben van één God de elkaar bestrijdende stammen verenigd konden worden. Er werd in die tijd een poging gedaan om van een concrete God over te gaan op een abstracte. De uitdrukking: 'God is liefde', is hier een voorbeeld van. Het vormen van een beeld van God werd voortaan als afgoderij bestempeld.

Hoe god mannelijk werd
Helaas konden de meeste mensen deze vorm van abstractie niet aan, waardoor zij weliswaar geen beelden van God in de buitenwereld meer maakten, maar des te meer in hun hoofd. De uitdrukkingen: 'God de Vader' en 'De Heer', verwijzen hiernaar. En juist een onzichtbare God die toch is gepersonifieerd, geeft maximale kans op projecties. Zo mag een psychoanalyticus niet teveel van zichzelf aan zijn cliënt laten zien, om de projectie van de innerlijke drijfveren van de cliënt op hem te bevorderen. Het innerlijk van de cliënt komt zo op tafel te liggen om te kunnen worden bewerkt. Op de onzichtbare God werden de destijds bestaande sekseverhoudingen geprojecteerd, God werd mannelijk: een heerser, een strijder, eentje die flink kon straffen als je hem niet gehoorzaamde. Ambtsdragers van de nieuwe religie waren van nu af aan praktisch allemaal mannen, en de man kreeg een meer exclusieve band met God dan de vrouw. Zo schrijft Paulus in het nieuwe testament: 'Als een vrouw blootshoofds bidt of uit naam van God spreekt, maakt ze haar hoofd, d.w.z. haar man, te schande. Een man hoeft niets op te zetten, want hij is het beeld van God.'

‘Vertrouwde onderdrukking kan soms
veiliger aanvoelen dan onbekende vrijheid’.

Deze ongelijkwaardige sociale organisatie zien we tegenwoordig nog bij de islam, het orthodoxe jodendom en de katholieke kerk. Recent heeft het Vaticaan nog een herderlijk schrijven doen uitgaan, dat de posities binnen de kerk uitsluitend door mannen mogen worden ingenomen. In moskeeën zijn de grootste en mooiste gebedsruimtes nog altijd voor mannen gereserveerd en is de imam uitsluitend van het mannelijk geslacht. Bij het orthodoxe jodendom mag een vrouw haar man nooit tegenspreken en mag een vrouw een man geen hand geven, tenzij het haar echtgenoot is.
Dat het ook anders kan bewijzen feministische theologen uit de protestantse kerken. Zij hebben niet alleen bereikt dat het hoogste ambt door een vrouw bekleed kan worden, maar er ook aan bijgedragen dat God meer vrouwelijk wordt gedefinieerd: eentje die troost, beschermt en een bron is van harmonie. Wellicht heeft de Maria-verering in de katholieke kerk een zelfde functie.

Schermafbeelding 2015-09-19 om 13.35.54Oudtestamentische mythen
Grote delen van het oude testament zijn pas geschreven tijdens de Babylonische ballingschap (ongeveer 500 jaar v.C.), waarbij het scheppingsverhaal uit Genesis een van de laatst geschreven teksten is. Dit betekent dat het verhaal in zijn huidige vorm pas is ontstaan, nadat de vruchtbaarheidsgodinnen waren opgeruimd.
Dit scheppingsverhaal strookt noch met de evolutieleer, noch met de kennis die we hebben over de voortplanting van de mens. De eerste man, Adam, zou geschapen zijn naar het beeld van God en de eerste vrouw, Eva, zou gevormd zijn uit een rib van Adam. Deze mythe kan een psychologische grond hebben, namelijk: baarmoedernijd (naar analogie van het begrip penisnijd van Freud) en de angst van de man dat de vrouw als eerste is geboren en dus stiekem een wit voetje heeft bij God.

Eva verleidt Adam
Met het verhaal van de zondeval wordt een tweede misvatting geïntroduceerd. Toen Eva door de slang werd verleid tot het eten van vruchten van de boom der kennis van goed en kwaad, hetgeen verboden was, verleidde zij op haar beurt Adam. Daarna ontdekte de mens zijn naaktheid en schaamde zich. De vrouw wordt hier voor het eerst aangemerkt als de verleidster, als degene die verantwoordelijk wordt gesteld voor de seksuele lusten van de man. Niet van de man wordt beheersing gevraagd, maar van de vrouw op wie hij zijn gebrek aan beheersing projecteert.
Deze projectie werkt door tot in de huidige tijd. Zo wordt bij verkrachtingszaken vaak de vraag gesteld of de vrouw geen aanleiding heeft gegeven. Nog schrijnender is het lot van verkrachte meisjes in islamitische landen, waarbij hun broers of vader de schande voor de familie uitwissen door hen te vermoorden.

Om de verleiding te voorkomen zien islamitische mannen hun vrouwen graag in een sluier lopen. In de koran staat over de niqaab: 'Zo kunnen gelovige vrouwen zich onderscheiden en worden ze niet lastiggevallen.' In die tijd misschien een realistisch advies, maar ondertussen weten we bijvoorbeeld dat vrouwen hier Engelse ziekte van kunnen krijgen. Wanneer er namelijk onvoldoende huid is ontbloot, kan er onvoldoende vitamine D worden aangemaakt, met botpijnen en misvormingen tot gevolg. Deze kennis wordt echter niet meegenomen in het besluit een sluier te dragen. Willen vrouwen bovendien volwaardig meedraaien in het maatschappelijk verkeer, dan moeten zij in staat zijn tot non-verbale communicatie in de vorm van gezichtsmimiek en lichaamstaal.
Daarnaast lijkt de eis dat de vrouw maagd moet blijven tot het huwelijk, voort te vloeien uit het oerinstinct van de man om de voortplanting van eigen genen veilig te stellen. Dit instinct wordt vervolgens weggemoffeld door er een erekwestie van te maken.
De oplossingen van het orthodoxe gezin in het Westen om die maagdelijkheid veilig te stellen, zijn fnuikend voor meisjes. Ze worden vaak ernstig in hun bewegingsvrijheid beperkt, en kunnen de spagaat tussen de eisen van het traditionele gezin en die van de moderne maatschappij nauwelijks verdragen. Eén derde van de allochtone meisjes voelt zich ongelukkig. Ze doen gemiddeld vijf keer vaker een suïcidepoging als autochtone meisjes, en plegen twee keer zo vaak suïcide.
Wanneer het maagdenvlies bij het huwelijk niet intact blijkt, kan het meisje worden verstoten, vermoord of tot suïcide worden aangezet. Dit is de reden dat gynaecologen overgaan tot de discutabele hymen-herstel-operatie. Het spreekt vanzelf dat de in sommige culturen in zwang zijnde oplossing van de verminkende besnijdenis, misdadig is.

Besnijdenis bij jonge meisjes in Sudan Foto's: Philip Jol

Besnijdenis bij jonge meisjes in Sudan
Foto: Philip Jol

Gelabeld als onrein
Veel van de richtlijnen in de oude geschriften over hoe men de godsdienst dient te beoefenen, zijn terug te voeren op hygiënische maatregelen. De priester had in die tijd een dubbele functie: die van ambtenaar van de eredienst en van de gezondheidszorg. Zo zag hij erop toe dat mensen met een huidinfectie buiten het kampement werden geplaatst en inspecteerde hij hen wekelijks op vooruitgang. Ook wist hij dat via bloed ziekten overgebracht kunnen worden. Maar hij kon natuurlijk geen bacteriologisch onderzoek doen, dus keurde hij alle bloed maar af, inclusief menstruatiebloed. Een menstruerende vrouw werd dan ook onrein genoemd en buiten het kampement geplaatst.
Door de dubbele functie van de priester, kreeg het begrip reinheid behalve op het lichaam ook betrekking op de geest. Zelfs in onze tijd wordt een moslima tijdens haar menstruatie, ondanks goede hygiënische maatregelen, nog steeds onrein genoemd. De moskee is dan verboden terrein voor haar en ze mag thuis met geen vinger de koran aanraken. Nu we ondertussen weten dat de vrouw middels haar menstruele cyclus het voortbestaan van de hele mensheid waarborgt, is dit een vreemde attitude.
Ik kan mij niet aan de gedachte onttrekken, dat de fysieke aspecten van de vrouw de man in het verleden ondefinieerbare angst inboezemden. Zowel de maandelijkse stonden, het met veel geweld, bloed en slijm gepaard gaande ontstaan van nieuw leven uit haar schoot en de bekoring die zij vormde voor zijn vleselijke lusten, joegen hem vrees aan. Haar goede taal- en communicatievaardigheden maakten haar bovendien ongrijpbaar voor hem. Door haar te controleren en te onderdrukken, kon hij zijn eigen angsten en lusten onder controle houden.
Want ook zijn eigen lusten boezemden hem afkeer in. Het is niet voor niks dat de mythe van de onbevlekte ontvangenis is ontstaan. Deze vertelt, dat slechts wanneer de mens zijn seksuele lusten kan bedwingen, hij goddelijke vormen aan kan nemen. Tegenwoordig zien we in de katholieke kerk nog steeds dat aan ambtsdragers de eis wordt gesteld om in celibaat te leven.

Aanzetten tot geweld
De heilige boeken staan vol met vrouwonvriendelijke teksten die aan kunnen zetten tot (seksueel) geweld. Een greep hieruit: hoewel in de thora en de koran staat, dat bij overspel beiden gestenigd moeten worden, treft in landen waar de sharia van toepassing is, alleen de vrouw dit lot. God zou namelijk de man boven de vrouw hebben uitverkoren, zodat zijn ontkenning wel en de hare niet wordt geloofd. In het Westen zien we deze dubbele moraal terug in de beoordeling van experimenteergedrag van jongeren met relaties. Niet de jongen, maar het meisje wordt al snel een slet genoemd.
De bijbelse zin: 'Verkoopt iemand zijn dochter als slavin, dan kan zij niet vrijkomen zoals mannelijke slaven', spreekt boekdelen, maar is allang niet meer actueel. De zinsnede in de koran, dat een man zijn vrouw mag slaan indien zij hem ongehoorzaam is, wordt echter nog door veel moslims onderschreven. Een bekende Hadith (een letterlijke overlevering van Mohammed) is: 'De beste “voorziening” van de wereld is een goede vrouw', wat ondermeer betekent dat zij haar echtgenoot nooit seks mag weigeren. Doet ze dat wel, dan vinden zelfs vrouwen (39 procent volgens een Turks onderzoek) het gerechtvaardigd dat hun man hen slaat. Dat een vrouw vooral als seksobject en bezit wordt gezien, blijkt ook uit de beloning die martelaars in de hemel wacht: zeventig maagden. Die lieve meisjes worden dus gewoon in groten getale als hebbedingetje cadeau gedaan. En Mohammed op zijn beurt, nam een negenjarig meisje tot vrouw; hetgeen Hirsi Ali de uitspraak ontlokte dat hij volgens huidige westerse maatstaven pervers was.
Wanneer je naar de groep bewoonsters van blijf-van-mijn-lijf-huizen kijkt, die voor 60 procent uit allochtone vrouwen bestaat en voor een groot deel islamitisch is, wordt de suggestie gewekt, dat bovenstaande teksten hier iets mee te maken hebben. Ook in mijn praktijk als psychiater heb ik vrouwen behandeld die verkracht of mishandeld zijn, met als excuus dat het van de koran mocht. Soms wordt bij vrouwen met een orthodox christelijke achtergrond de bijbel ook misbruikt door vaders die incest plegen. Zij geven dan als voorbeeld dat Lot bij beide dochters kinderen kreeg, zonder dat God hier een negatief oordeel over uitsprak.

Erkenning van symboliek
Het patriarchale godsbeeld en veel godsdienstige voorschriften zijn voor een deel gebaseerd op ontkenning van eigen biologische wortels en verouderde hygiënische maatregelen. Daarbij werden primitieve driften van de man niet onderkend en beheerst, maar gemoraliseerd en op de vrouw

‘Een menstruerende vrouw werd onrein genoemd en buiten het kampement geplaatst.’

geprojecteerd. Hoewel alledrie de heilige boeken vrouwonvriendelijke teksten bevatten, zetten zij alleen tot (seksueel) geweld aan, wanneer zij als tijdloze voorschriften worden opgevat. Het moderne christendom en jodendom hebben een ontwikkeling doorgemaakt, waarbij de spirituele boodschap meer in de symboliek en minder in de letterlijkheid wordt gezocht. Moslims daarentegen, zo stelt de Pakistaanse theologe Ghazala Anwar, geloven voor het merendeel nog dat de koran letterlijk het woord van Allah is. Er moeten naast Submission ook andere strategieën te bedenken zijn om moslima’s bewuster te laten worden van de nijpende positie van velen onder hen. Want dat ze vaak zo trots zijn op hun gesluierde identiteit, is niet alleen vanwege het respect dat ze krijgen als goede moslima en als moedige reactie op anti-islamisme, maar berust ook op onbewuste identificatie met de onderdrukker. Vertrouwde onderdrukking kan soms veiliger aanvoelen dan onbekende vrijheid.
Het zou mooi zijn als de kritische moslims die een Hadith niet meer als een letterlijke overlevering van Mohammed zien, zich zouden verenigen en meer van zich lieten horen. Zij kunnen hun gemeenschap leren dat, net zomin als het reëel is om Mohammed eeuwen nadat hij heeft geleefd een psychiatrische diagnose uit deze tijd mee te geven, het reëel is om mensen in de huidige tijd letterlijk de gewoontes en gebruiken na te laten leven uit de tijd van de oude geschriften. Panta rhei.